IVF GOT YOU

In wat lijkt alsof het gisteren was en tegelijk in een ver verleden ligt, begon ons verhaal samen. Hoewel we jarenlang naar jou hebben uitgekeken, is het met momenten werkelijk onwezenlijk dat je nu bij ons bent. Maar je bent er, en je was vanaf onze eerste minuut samen het middelpunt van onze wereld …

Het was 17 januari. Literair gezien zou het gepast zijn moest ik hier beschrijven hoe het weer was die dag, maar die informatie moet ik je jammer genoeg schuldig blijven. Ik was op van de zenuwen, en had enkel oog voor mijn telefoon. We zouden immers een telefoontje krijgen van de embryoloog van het UZA – jouw eerste ‘babysitter’, om het maar even zo te noemen – en zouden we te weten komen of die dag dé dag zou zijn. Een dikke maand eerder waren er drie piepkleine embryo’s in de diepvries gegaan, en die dag zou er – als alles goed verliep – eentje terugkomen naar waar het thuishoorde: in het warme nestje binnenin mijn buik.
Om ongeveer 20 minuten na 9 klonk het geluid van mijn telefoon. Su-per-luid doordat ik het geluid loeihard zette uit het schrik om het telefoontje te missen, maar het was niet dat dat mijn hart even stilzette. Het was het nummer dat verscheen: het nummer van de dienst Reproductieve Geneeskunde van het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen. De laborant aan de telefoon klonk opgewekt. Terecht, bleek al snel, want ze mocht goed nieuws brengen. Het embryo dat een aantal uren voordien uit z’n winterslaap werd gehaald, deed het goed. En dat betekende dat we mochten vertrekken. Moesten vertrekken. En wel zo snel mogelijk.
Dolgelukkig belde ik manlief op en bracht ik hem op mijn beurt het goede nieuws. Met tranen in de ogen, want we waren zo blij dat we deze keer al zo ver waren geraakt. Na het korte telefoontje griste de tas die ik de avond voordien al had klaargemaakt van de tafel en checkte voor de misschien wel honderdste keer of de inhoud volledig was. Drinkbus gevuld met water. Check. Zakdoekjes. Check. Paspoort, UZA-kaart, papieren. Check, check en check. Ready to go!
Ik pikte manlief op van zijn werk, en samen zetten we koers richting Edegem. Over de heenroute kan ik je niet meer vertellen dan het feit dat ik me vooral richtte op drinken, drinken en nog meer drinken. De reden daarvoor word je verder in dit verhaal wel duidelijk … Eenmaal aangekomen, bleek dat we op een wel erg druk tijdstip werden verwacht. Waar we anders makkelijk een plaatsje vonden, was nu nergens een vrije parkeerplaats te bespeuren. Ik sprong dus alvast uit de auto en zette een snelle pas richting de ingang van het ziekenhuis in, terwijl manlief ietwat zenuwachtig en lichtjes geïrriteerd door de rij- en parkeerkunsten van zowat alle andere bezoekers van het UZA de zoektocht naar een parkeerplaats voortzette.
Wanneer ik aan de rij stoelen aan het einde van de gang aankwam, kreeg ik niet de kans om me rustig neer te zetten. Het leek wel alsof iemand onze komst had aangekondigd, want van zodra ik de automatische schuifdeur passeerde werd die van binnenuit geopend en weerklonk mijn naam. Terwijl ik met een samenraapsel van woorden – je kunt het nauwelijks een zin noemen – uitlegde dat manlief nog onderweg was, loodste de verpleegster me binnen in de ruimte waar de embryo-transfer zou plaatsvinden. Nadat ze me verzekerde dat ze op mijn wederhelft zouden wachten, kon ik me weer focussen op datgene dat er echt toe deed: de ontmoeting met dat sterke embryo dat de ijstijd had overleefd.
Het duurde niet lang vooraleer manlief ons vervoegde – buiten adem en minstens even zenuwachtig als ik – en nadat er weer heel wat over en weer werd gegooid met namen en geboortedata, werd het labo-luikje geopend. De embryoloog die ik iets meer dan een uur geleden aan de telefoon had gesproken checkte diezelfde namen en geboortedata nog een laatste keer, vertelde nog eens hoe sterk je wel was om je dan aan de dokter door te geven. Je was ini-mini-klein, niet te zien met het blote oog, maar ons hart maakte kleine sprongetjes wetende dat we je zo dadelijk mee naar huis zouden mogen nemen.
De terugplaatsing verliep vlot. Mijn goed gevulde blaas had er vast iets mee te maken (ik zei je dat het nog duidelijk zou worden), maar ik wil vooral geloven dat ook jij je uiterste best deed om alles goed te laten gaan. Van zodra je op je plaats zat, mochten we samen met jou weer naar huis rijden. En oh, wat voelde dat goed. Beter dan ooit tevoren. Ik herinner me dat ik tijdens de terugrit tegen manlief zei: ‘Dit zit goed. Het voelt goed. Dit moét ‘m zijn …’

De dag nadien vierden we feest. Manlief was jarig, dat was sowieso een reden om te vieren. Maar we wilden ook klinken op jou. Op een goede afloop. Of beter nog: op het nieuwe begin, waarvan we hoopten dat jij zou meebrengen. Vanaf het moment dat jij bij mij was, was ik mogelijk zwanger. Ik moest me dus – ook al wisten we nog niet zeker dat je je in mijn buik zou nestelen – gedragen als een zwangere vrouw. Naast de cava werd er dus ook een alcoholvrij alternatief ontkurkt en op de tafel stonden alleen hapjes die preggo-proof waren. Hoewel me dat voordien altijd een dubbel gevoel gaf, dat doen-alsof-ik-zwanger-was terwijl het evengoed op niets kon uitdraaien, voelde ik me er deze keer prima bij. Je zat al een dag in mijn buik, en ik voelde me steeds zekerder van mijn stuk: jij zou voor altijd bij ons blijven. Maar dat zei ik alleen maar tegen manlief. Ik wilde mezelf behoeden voor al te veel overmoed en bovendien wilde ik de rest van de familie niet té veel hoop geven.
In totaal volgden er na deze dag nog negen dagen waarop we alleen maar konden wachten. Het enige wat we konden doen, was hopen dat jij intussen een lekker warm plekje had gevonden om je gezellig in te nestelen. Dat je even goed verder zou groeien als je vlak na je winterslaap in het labo van het UZA had gedaan. En dat je het zo fijn zou vinden in mijn buik, dat je het zou zien zitten om er nog een tijdje te blijven zitten. Terwijl ik het nu typ, lijkt negen een belachelijk klein aantal dagen dat zo voorbij is. Maar op dat moment leken de uren dagen te duren, en de dagen weken. We probeerden ons op ons werk te focussen, maar elke avond in de zetel konden we maar aan één ding denken, over één ding praten: wat zou het resultaat van de zwangerschapstest volgende maandag worden? Zat ons gevoel goed, of zaten we er helemaal naast? Beeldde ik me alleen maar in dat jij je daar volop aan het innestelen was, of was het effectief zo? Het waren helse dagen, waarin we zweefden tussen hoop en wanhoop …
De laatste twee dagen voordat ik naar het ziekenhuis zou moeten voor de zwangerschapstest, hebben manlief en ik elkaar niet gezien. Hij ging naar jaarlijkse traditie op ‘mannenweekend’, terwijl ik het weekend gezellig thuis doorbracht met het hondje. We wisten dat, wanneer we elkaar terug zouden zien, we ‘het telefoontje’ zouden moeten plegen. En dat maakte dat we enerzijds enorm naar ons weerzien maandag uitkeken en er tegelijk toch ook tegenop keken. Het knagende gevoel van wachten, dat was de enige zekerheid die we hadden. Welk gevoel die plaats zou innemen, dat was voorlopig nog een vraagteken.

Maandag 28 januari 2019. Om half negen ’s ochtends meldde ik me al aan in het ziekenhuis van Herentals. Ik kon de hele routine intussen al met m’n ogen dicht doen: de auto parkeren, het parkeerkaartje en de autosleutel netjes wegstoppen in mijn handtas, door de grote draaideur naar binnen, rechtsaf en de trap naar de eerste verdieping nemen, mezelf aanmelden en met de etiketjes in mijn klamme handen naar de verpleegpost van de dienst gynaecologie gaan. Het was maar goed dat ik dat alles met mijn ogen dicht kon, want ook hier hebben de zenuwen gaten in mijn geheugen achtergelaten. Ik weet hoegenaamd niet meer welke verpleegster de naald in mijn arm heeft geprikt om bloed te nemen en wat ze heeft gezegd. Ik weet zelfs niet meer op welke stoel ik zat. Alles wat ik nog weet, is dat ik zei: ‘Je moet mij niet opbellen, ik bel zelf wel voor het resultaat.’ Ik wilde immers samen met manlief het resultaat te weten komen, en wilde niet het risico lopen dat ze me zouden opbellen voor zijn thuiskomst.
Na de bloedname reed ik weer naar huis en probeerde ik me op mijn werk te concentreren. Tevergeefs. Mijn gedachten dwaalden steeds weer af, en ik kon het niet laten om elke paar minuten te checken hoe laat het was. Vanaf elf uur zou het resultaat beschikbaar zijn, en ook rond die tijd zou manlief thuiskomen. Het zekere gevoel dat ik daags voordien nog had, verdween stukje voor stukje met elke seconde die wegtikte en ons daardoor dichter bij het moment van de waarheid bracht …
Om tien over elf reed onze wagen de oprit op, met daarin een echtgenoot die zo mogelijk nog meer zenuwen had dan ik. Hij liet zijn koffers in de auto zitten en kwam meteen naar binnen. Na een kus en een snelle knuffel, besloten we om meteen door de zure appel te bijten. Het nummer van de dienst gynaecologie kende ik intussen uit mijn hoofd. Terwijl de telefoon overging, hoopte ik vurig dat ik deze keer niet naar het wachtmuziekje – waarvan ik elke noot kon meezingen – zou hoeven te luisteren. Elke seconde die wegtikte, was er één te veel. Met een ‘goeiemorgen, raadpleging gynaecologie’ kreeg ik gelukkig meteen iemand aan de lijn. Omdat ik het nieuws, of dat nu goed of slecht zou zijn, graag van de gynaecoloog zelf zou horen, vroeg ik om me door te verbinden. Ook hier werd de telefoon gelukkig meteen opgenomen. Na het aframmelen van mijn naam en geboortedatum, had de dokter al snel het juiste dossier voor haar op het scherm. ‘Dat resultaat is inderdaad binnengekomen, ik heb alleen nog niet de tijd gehad om het te bekijken’
klik
klik

kuch

dubbelklik

(Waarschijnlijk werken de computers in het ziekenhuis sneller dan ik hier doe uitschijnen, maar in onze herinnering ging het echt tergend traag) …

Proficiat, mevrouw! U bent zwanger!
Of ik veronderstel dat ze dat zei. Na ‘proficiat’ heb ik niets meer gehoord. Ik vroeg haar minstens drie keer of ze wel zeker was. Of ze mijn dossier wel voor zich had. Of dat echt wel het resultaat van mijn bloedname was. En ik knikte naar manlief. Ik knikte mezelf bijna een whiplash, terwijl de tranen van geluk over mijn wangen stroomden. Om dan een stortvloed aan dank-u-wels door de telefoon te sturen vooraleer op het rode telefoontje op mijn scherm te duwen. Ik knuffelde manlief haast tot moes, en hij mij. En daar, tussen ons in, daar zat jij. Veilig en wel in mijn buik. In jouw nestje. En daar zou je nog een hele tijd blijven zitten …

Happiness is homemade

Een plus. Een dikke, vette plus. En niet na 20 seconden, zoals de bijsluiter aangaf. Nee, na exact 16 tellen verscheen hij. Wat zich in de 5 minuten daarna afspeelde, kan ik me niet precies meer herinneren. Een wirwar van gevoelens ging door me heen, en ik kon niet uitmaken of ik nu moest lachen of huilen. Dus deed ik het maar allebei…

Donderdag 1 september 2016. Niet het moment om een zwangerschapstest te doen. Mijn laatste menstruatie was nog maar drie weken geleden en de volgende zou er pas eind volgende week aankomen. Toch voelde het alsof er iets niet klopte. Dus trok ik voor de zekerheid na de eerste schooldag naar het Kruidvat en kocht ik twee tests. Eentje om in het weekend te doen – voor de zekerheid – en eentje extra om in de kast te leggen tot het moment waarop we hem écht nodig zouden hebben.
Na het avondeten ging ik naar de praktijk van manlief om te oefenen. Die maakte de zeer subtiele opmerking dat ik toch wel “een buikje” had gekregen. Het laatste jaar was ik alleen maar afgevallen, dus elke gram die er ergens bij aan komt te hangen trekt de aandacht… Een blik in de spiegel vertelde me dat hij niet overdreef, het was een feit: het buikje was terug van weggeweest. En dat zette me aan het denken. Want naast het buikje dat opnieuw van de partij was speelden ook mijn hormonen de laatste weken wel eens op. Zou het… Nee, dat kon niet. “Niet hopen”, herhaalde ik tegen mezelf. Dat had ik de afgelopen maanden eens te meer gedaan aan het einde van elke cyclus, met telkens een teleurstelling tot gevolg.
Toch deed ik de test, meteen wanneer manlief thuis kwam van de praktijk. “Voor de zekerheid”, verzekerde ik hem. De volgende week zou ik immers op zeeklassen gaan, waar ’s avonds wel eens een wijntje werd gedronken en waar ik met de kinderen in de zotste attracties zou gaan tijdens onze daguitstap naar Plopsaland. Ik zou de test puur doen voor mijn eigen gemoedsrust, om me ervan te verzekeren dat ik niets verkeerd kon eten, drinken of doen.
Het was niet onze eerste zwangerschapstest, dus we kenden de hele routine al. Ik verdween met een plastic beker in het kleinste kamertje van het huis, terwijl manlief wachtte in de woonkamer. Gepruts met het plastiekje rond het doosje, de bijsluiter voor de zoveelste keer lezen, opnieuw gepruts met het plastiekje rond de test. Mikken, plassen, test erin en tellen. Eén, en twee, en drie, en vier, … 20 seconden zou ik de teststrip in de urine moeten houden, om dan weer 2 zenuwslopende minuten op het verdict te wachten. Hoewel het wachten ditmaal niet ondraaglijk zou zijn, nam ik mezelf voor. Ik ging er ditmaal namelijk van uit dat het resultaat negatief zou zijn.
Bij de vijftiende tel zag ik dat de vloeistof het venstertje bereikte. Bij tel 16 verscheen er een streep. En nog één. Twee strepen, die elkaar loodrecht kruisten. Een onmiskenbaar plusteken. Ik scheurde de bijsluiter haast in twee wanneer ik hem opnieuw ontvouwde om zwart op wit (blauw op wit, eigenlijk…) bevestigd te zien wat ik zonet had zien gebeuren en vooral: wat het betekende. Plus. Positief. Zwanger.
Met de test in mijn hand en ongetwijfeld een ongelooflijk idiote gezichtsuitdrukking opende ik de deur van de woonkamer. Manlief zag meteen dat het resultaat anders was dan de vorige keren. Wat ik precies heb gezegd, weet ik niet meer. Ik denk dat het niet meer dan enkele onsamenhangende half-afgemaakte zinnen waren, waarna ik hem de test toonde en hem stevig vastpakte. Achteraf vertelde hij me dat ik huilde en lachte tegelijk, en dat ik stond te trillen op mijn benen. Wat ik nog wél weet, is dat ik nooit eerder – en dat meen ik – nooit ofte nimmer zo’n geluk had gevoeld als op dat moment doorheen m’n hele lijf raasde.
Agenda erbij. Wanneer had ik mijn laatste menstruatie gehad? Dat kon geen echte menstruatie geweest zijn… Een innestelingsbloeding dan? Ik vond het al raar dat ik er al na 3 dagen van af was, en dat ik nergens last van had gehad, maar dat was voor mij aanvankelijk geen reden geweest om iets te gaan vermoeden. Maar soit, dan was mijn laatste menstruatie al van voor 20 juli, kort na onze reis. Tellen. Wanneer kan “het” dan gebeurd zijn? We besloten om hiervoor het bloedonderzoek af te wachten in plaats van te gissen, maar telden al even verder. Het zou er eentje worden voor de lente. April, om precies te zijn. Begin, midden of einde van de maand, dat lieten we nog even in het midden.
De volgende ochtend deed ik een tweede test. Voor de zekerheid. Weer dat overduidelijke plusteken, dat ervoor zorgde dat de kriebels in mijn buik zich weer vermenigvuldigden. Nu was er écht geen twijfel meer mogelijk: zo zwanger als wat!
Het bloedonderzoek bij de dokter de dag nadien schepte nog wat meer duidelijkheid. Volgens de waarden in mijn bloed was ik al in de 6e of 7e week van mijn zwangerschap. Dezelfde waarden toonden ook aan dat het vruchtje goed was ingenesteld. Oef. Weer een tikkeltje meer zekerheid.

Sinds 1 september, kwart voor 9 ’s avonds loop ik op wolkjes. Lopen wij op wolkjes. Manlief en ik, en de baby. Het geluk – ons geluk – raast nog steeds door mijn lijf, en I love it…