Sometimes, it’s not the person you miss – It’s the feeling you have when you are with them

Vandaag begon de dag anders dan anders. Of eigenlijk, hetzelfde dan anders. Gewoon anders dan de afgelopen weken. Om deze verwarrende zinnen kort samen te vatten: de dag begon fantastisch! Ik mocht naar school! Ja, je leest het goed, “mocht”. Want normaal gezien heb ik daar nog niets te zoeken, en mag ik van zowel de dokter als van de mama en de verloofde nog niet te veel met werk bezig zijn. Maar vandaag was een uitzondering, vandaag werden de klasfoto’s genomen. En daar wou ik natuurlijk niet ontbreken. Ik was nog geen uur bij de collega’s en de kinderen en hoewel het druk was, was het heerlijk.

Ik ben de typische leerkracht. In het eerste leerjaar, bij juffrouw Agnes, besloot ik al snel dat ik later ook juffrouw wilde worden. De zus, vijf jaar jonger dan ik, werd het perfecte proefkonijn. Ze kon al rekenen tot 10, haar naam schrijven met hoofdletter en korte zinnen lezen aan het begin van het eerste leerjaar. Ik maakte zelfs rapporten, zo zwaar had ik het te pakken. Soms tot grote ergernis van de vriendinnetjes, want wie kwam spelen moest eraan geloven.
12 jaar later startte ik dan ook met de lerarenopleiding, om na 3 jaar mijn diploma in handen te hebben en aan het echte werk te kunnen beginnen. Ondertussen ben ik bezig aan mijn zevende schooljaar, en heb ik een vaste klas: mijn zesde leerjaar.
Ik werk hard, te hard soms. Als iemand in het verleden tegen me zei dat ik wat moest minderen, zei ik altijd “Daar pluk ik de volgende jaren de vruchten van!” of “Zo lang ik geen kinderen ben, kan ik het nog!”, altijd met een lach. Het werk heeft me altijd een gevoel van voldoening gegeven. Elke dag kan ik iets betekenen voor iemand. Soms zelfs voor een hele klas tegelijk. Dit schooljaar leek ik nog harder te werken dan de vorige jaren. Ik heb een massa ideeën die ik wilde uitwerken, en het ging niet snel genoeg voor mij. Hier komt bij dat de klas die ik dit schooljaar onder mijn vleugels heb… Laat me het een uitdaging noemen, zelfs voor doorwinterde leerkrachten. Stuk voor stuk lieve kinderen, maar met een gebruiksaanwijzing. Eens je deze gebruiksaanwijzing hebt uitgevogeld, valt er goed met deze kinderen te werken. Dat uitvogelen kostte natuurlijk wat energie, maar ik krijg er nu zoveel voor terug. Ik vond het dus ook niet erg om wat harder te werken, en wist zeker dat ik er nadien alleen maar goed mee zou kunnen zijn. Bovendien krijgt een leerkracht, wie ook met hart en ziel voor de klas staat zal dit beamen, een enorme dosis energie van de kinderen. Want of je nu in een eerste of in een zesde leerjaar lesgeeft, de kinderen in de basisschool komen nog echt graag naar school. Ze kijken naar je op, en dat geeft zo’n geweldig gevoel.
Tussen de kerst- en krokusvakantie had ik het wat moeilijker. Ik ga niet het hele verhaal daaromtrent vertellen, dan dwaal ik te ver af van het onderwerp, maar ik kan je wel zeggen dat ik het “gevoel” even kwijt was. Door samenloop van omstandigheden geraakte ik enkel energie kwijt, en kwam er niet veel meer bij. Het geweldige gevoel, de energie, die ik anders van mijn werk kon krijgen, alles weg… Ik dacht dat dit aan stress te wijten was, en dat ik van de stress extra vermoeid werd. Niets wat een weekje vakantie niet kon oplossen, dacht ik. Na de krokusvakantie startte ik dus terug, vol energie. Maar de vermoeidheid bleef aanhouden. Wintermoeheid, dacht ik. Heb ik al enkele jaren last van. Een vitaminetekort of iets anders dat in het bloed te zien was, kon het niet zijn. Ik had immers laatst mijn bloed nog laten checken bij de huisdokter, omdat de vermoeidheid na enkele jaren nog niet verminderd was. En volgens de resultaten was ik zo gezond als een vis. Het moest dus wel aan de winter liggen, met de eerste zonnestralen binnenkort zou dit wel weer voorbij zijn. En nu ik een weekje vakantie gehad had, zou de energie van de kinderen me wel weer kunnen opladen. Dat was ook zo. En daar was het geweldige gevoel weer, oef! Maar dan kwam de gevoelloze voet, enzoverder enzovoort. Dat deel van het verhaal ken je al.
Ik ben ervan overtuigd dat ik ergens een beetje verslaafd ben aan mijn werk. Nee, niet aan mijn werk. Aan het gevoel dat ik krijg van de kinderen. De energie die ze me geven. Want dat geweldige gevoel, een mengelmoes van acceptatie, appreciatie en een tikkeltje bewondering, is wat ervoor zorgt dat ik elke dag met plezier op m’n fiets stap om naar het werk te gaan. In het begin van mijn ziekteverlof miste ik de kinderen, en vooral dat gevoel dat ze me konden geven. Ik moest bij wijze van spreken “afkicken”, want de komende weken zou ik het zonder dit gevoel moeten stellen. Er kwam wel een vervangend gevoel, dat de meeste ontwenningsverschijnselen kon opvangen: bezorgdheid en steun. Na enkele weken thuis wist ik niet eens meer hoe dat geweldige gevoel aanvoelde, dat ik in het begin zo miste.
Tot vandaag. Vanaf het moment dat ik de schoolpoort binnenstapte werd ik geknuffeld en aangeklampt door de kinderen. Niet alleen de kinderen van mijn eigen klas, ook de kinderen van andere klassen. Ze waren bezorgd, benieuwd hoe het met me ging, en wilden vooral graag weten wanneer ik terug zou komen. Want ze misten me, zeiden ze. Bam. Daar was dat gevoel weer. En het voelde geweldig.
Jammer genoeg was het ook erg vermoeiend. Ik ben alle drukte niet meer gewoon, en ben ook nog snel moe. De kinderen gaven me dan wel het geweldige gevoel, en heel wat energie. Maar mijn lichaam is duidelijk nog niet volledig hersteld, en had aan die energie niet voldoende. Wanneer ik thuiskwam, kon ik dus niet anders dan weer in de zetel neerploffen en rusten, rusten, rusten… Maar ditmaal met een geweldig gevoel, een warm gevoel. Het gevoel dat ik dan toch heel erg had gemist.

Vandaag was een topdag. De tegenovergestelde dag van gisteren, hoewel het resultaat uiteindelijk hetzelfde is: vermoeidheid. Het grote verschil was dat dat ene uurtje de vermoeidheid meer dan waard was. Ik besef nu dat ik mijn werk niet heb gemist, en dat ik misschien zelfs de collega’s en de kinderen niet zo héél hard heb gemist. Ik heb het gevoel gemist dat ze me geven, en dat maakt deze kinderen extra bijzonder. Want het geweldige gevoel gaf me nét voldoende energie om weer vooruit te durven kijken, in plaats van achteruit. Ik kijk vooruit, en ik kijk uit naar de dag dat ik terug voor de klas sta. Klaar om weer elke dag dat geweldige gevoel te krijgen…

And now I’ll do what ’s best for me

Mijn leven heeft tot nu toe meestal in het teken gestaan van anderen. Mijn job is daar het beste voorbeeld van. Ik geef dag na dag het beste van mezelf voor de kinderen in mijn klas. Alles wat ik tussen half 9 ’s ochtends en half 4 in de namiddag doe, doe ik voor hen. Vaak loopt dat nog uit tot half 9, half 10 ’s avonds: verbeteren, voorbereidingen, knippen, lamineren, … Alles voor “mijn kinderen”. Je zou me kunnen categoriseren onder de term “workaholic”, iemand die werkelijk leeft voor haar werk.

Ook wanneer ik naar het ziekenhuis moest, bleven “mijn kinderen” in mijn achterhoofd spelen. Bij het inpakken van m’n spullen nam ik ook mijn map en laptop mee. Stel dat ik zou moeten blijven, dan zou ik mijn tijd tenminste nuttig kunnen besteden! Wanneer de dokter me in box 5 meedeelde dat ik meteen opgenomen zou worden, was het eerste wat ik deed mijn directie op de hoogte brengen. Er zou een oplossing gezocht moeten worden voor mijn leerlingen de komende dagen, en ik beloofde om mee te denken en mee te zoeken naar vervanging.
Eenmaal ik mijn intrek in kamer 458 had genomen, bedacht ik dat er die week toetsen gepland stonden. Toetsen die nog niet uitgetypt waren, maar waar de kinderen vast en zeker al voor gestudeerd hadden. Smartschool opgestart, mail verstuurd: ik breng die toetsen nog wel even in orde! De volgende dag, na de ruggenmergpunctie en de tests bij de neuroloog, typte ik de toetsen uit. Toen kwam ik tot de conclusie dat ik mijn agenda voor die week nog niet had aangevuld, paniek! Waarmee hielden ze de leerlingen dan op dat moment bezig? Oh jee, ik zou hopeloos achter staan na mijn afwezigheid. Weer een mailtje dus, ditmaal met aanwijzingen van waar alles te vinden was en wat ze de leerlingen eventueel zelfstandig konden laten doen.
De volgende paar nachten lag ik al vroeg wakker, en hoewel ik me had voorgenomen om vooral niét te gaan piekeren, begon ik… te piekeren. Ik wist ondertussen dat ik voor langere tijd afwezig zou zijn, dus postte ik een zoekertje op Facebook om vervanging te vinden. Niet mijn taak, maar toch kon ik het niet laten… Ik begon alvast aan een document waarin ik alle nodige informatie over mijn klas op een rijtje zette: huiswerk, agenda, beloningssysteem, administratie, … Ik beschreef alles tot in detail, alles moest en zou verdergaan zoals ik het altijd aanpak. Voor de kinderen, de gewone routine, zodat ze zo weinig mogelijk hinder zouden ondervinden van mijn afwezigheid. Gelukkig was er snel vervanging gevonden, de volgende maandag zou ze starten.
Tegen het advies van de dokter in, hij schreef me minstens 4 weken verplichte rust voor, besloot ik maandagochtend even naar school te gaan om haar te helpen opstarten. Dan zou ik met m’n eigen ogen kunnen zien dat mijn klas in goede handen was, en dat alles ook zonder mij vlot zou verlopen. De mama verplaatste een klant en pikte me maandagochtend op. Verraste gezichten wanneer ik de klas binnenkwam. “Juf M!” en 16 dikke knuffels. Wat een heerlijk gevoel… Ik kreeg zin om er meteen terug in te vliegen, maar ik voelde dat mijn lichaam daar nog lang niet klaar voor was. Dus zette ik de kinderen zelfstandig aan het werk, en begon aan mijn uitleg voor de vervangjuf. Ik had verwacht na dit gesprek met een gerust gevoel naar huis te kunnen gaan, maar niets was minder waar.
Jammer genoeg kon ik al voorspellen dat deze juf het niet lang zou volhouden met m’n bende. Begrijp me niet verkeerd, het zijn schatten, stuk voor stuk. Maar er hoort wel een gebruiksaanwijzing bij, met strikte aanwijzingen hoe ze best aangepakt worden. Deze juf had de gebruiksaanwijzing blijkbaar nog niet ontcijferd, waardoor er al een grote chaos was nog voordat ik terug in de auto stapte. Maandag namiddag werkte ik dan ook de weekschema’s al uit voor de periode van mijn afwezigheid, zodat de juf hier geen werk meer aan had en haar energie volledig in de kinderen kon steken. Tevergeefs, de juf gaf het dinsdagochtend al op. In zesde versnelling werd gezocht naar een nieuwe vervangjuf. Gelukkig werd deze snel gevonden, wat betekende dat woensdagochtend weer een nieuwe juf voor mijn 16 leeuwtjes werd gegooid. Juf K kwam donderdag na schooltijd even langs, en vanaf toen kon ik eindelijk op m’n twee oren slapen. Zij wist wel van aanpakken, dat zag ik zo! Hoewel de dokter me volledige rust had voorgeschreven, kon ik het niet laten om toch te piekeren en hier en daar wat schoolwerk te verrichten de eerste week van mijn ziekteverlof thuis. Ik voelde me schuldig dat er nagenoeg niets voorbereid was, zowel tegenover de collega’s als tegenover de kinderen.
Ik heb de voorbije jaren geleefd voor mijn werk, in zo’n mate dat ik soms zelfs vergat te leven. Ik cijferde mezelf weg om ervoor te zorgen dat ik mijn job niet voor 100% maar voor 200% kon doen. Gewoon “goed” was nooit goed genoeg, ik deed het niet voor minder dan “uitstekend”. Ergens heb ik altijd de drang gehad om mezelf te bewijzen, tegenover wie weet ik niet… Ging iets goed, dan vond ik toch érgens een puntje ter verbetering. Ging iets minder goed, dan twijfelde ik aan mezelf en werkte ik nog harder om ervoor te zorgen dat het de volgende keer beter ging. Enerzijds was dit iets positiefs: ik daagde mezelf uit om steeds beter te doen, om stapje voor stapje de juf te worden die ik wilde zijn. Anderzijds stond dit gelijk aan meer werken, harder werken.
In de 7 jaren dat ik werk als leerkracht, was ik tot nu toe twee dagen afwezig: één keer wanneer ik niet op m’n benen kon staan van de koorts, en één keer wanneer mijn grootvader werd begraven. Toen de dokter me 4 weken rust voorschreef, met aansluitend nog 2 weken paasvakantie, dacht ik dat ik thuis gek zou worden. Rusten, dat was iets wat ik nog moest leren. Nu, al 2 weken niet aan het werk, begin ik het te leren… Ik kan ’s ochtends opstaan en nog een uur tv-kijken. Ik kan om 10 uur een tas thee drinken en rustig de kruiswoordraadsels invullen in de krant. Allemaal. Ik kan genieten van een glas rosé op een terrasje in de zon. En nog één. Ik kan zelfs een dutje doen, in het midden van de dag. Zonder schuldgevoel.
Ik ben ondertussen tot het besef gekomen dat mijn job maar een deel van mijn leven is. Een belangrijk deel, dat zal altijd zo blijven. Maar niet het belangrijkste. Vanaf nu komt mijn gezondheid op de eerste plaats, ik kom op de eerste plaats. Ik leef niet meer om te werken, pas mijn leven niet meer aan aan mijn werk, maar omgekeerd. “Mijn kinderen” zullen altijd belangrijk zijn, maar op de eerste plaats kom ik. En als alles goed gaat met mij, volgt de rest vanzelf…

Gek hé, hoe twee simpele letters niet alleen mijn leven maar ook de kijk op het leven hebben veranderd. Ik heb altijd alles voor een ander gedaan, en nu ga ik doen wat het beste is voor mij. Want uiteindelijk is dat ook het beste voor alle mensen rondom mij…