I know everything happens for a reason – but sometimes I wish I knew what that reason was

1 op 1000. Zo groot is de kans dat je MS krijgt. Of dat zeggen de statistieken toch. Van elke duizend mensen krijgt er eentje MS. Een dikke tien weken geleden was ik plots die ene uit de duizend. Sindsdien rijzen er steeds meer vragen, elke dag komt er wel eentje bij. Op een aantal vragen kan de verloofde een antwoord geven. Andere vragen stelde ik aan de neuroloog en aan de dokter. Voor een aantal vragen zocht ik lotgenoten op. Tot nu toe kregen al heel veel vragen een antwoord. Behalve eentje.

De eerste vragen die in me opkwamen, waren veelal algemeen. Wat is MS? Wat betekent het voor mijn toekomst? Wat betekent het voor onze kinderwens? Wanneer kan ik weer aan het werk? De ene vraag bleek al makkelijker te beantwoorden dan de andere. De ene vraag kreeg een eenduidig antwoord, terwijl de andere vraag wel duizend verschillende antwoorden leek te krijgen. De eerste weken brachten veel duidelijkheid over de ziekte MS, en daarbij hoorde dan weer een flinke dosis onzekerheid. Maar één ding was voor mij zo klaar al een klontje: na zes weken rusten zou ik weer aan de slag kunnen.
In mijn hoofd zag dat “weer aan de slag gaan” er veel rooskleuriger uit dan het eigenlijk was. Ik ging er namelijk van uit dat ik er weer voor de volle 100% zou kunnen in vliegen. Niets was minder waar. Na iets meer dan een week kwamen de symptomen terug, ik had een “heropflakkering” van de vorige opstoot. Een eerste tegenvaller.
Die tegenvaller bracht nieuwe vragen met zich mee. Hoe lang gaat dit nog duren? Wanneer ben ik eindelijk volledig hersteld? Hoe kan ik deze symptomen doen verdwijnen? Vragen waarop al voorzichtiger werd geantwoord. Het enige duidelijke antwoord dat ik kreeg, bevatte het woord dat ondertussen al mijn oren uit kwam: “rusten”. Nog meer rusten. Hoe lang nog? Dat moeten we aanzien…
Na opnieuw twee weken rusten, gunde ik mezelf een weekendje uit. De Tongelse Dorpsfeesten hier in de buurt wilde ik voor geen geld ter wereld missen. De afgelopen 13 jaar was dit een vaste traditie, dus moest en zou ik aanwezig kunnen zijn. Ik keek al uit naar de eerste danspasjes die ik zou kunnen zetten samen met vriendinnen. Die danspasjes kwamen niet. Nog voordat ik goed en wel was aangekomen, voelde ik al dat mijn linkerbeen weer z’n eigen zin zou gaan doen. Ook mijn rechterkant wilde nog steeds niet mee, het gevoel was nog niet terug. Om het plaatje compleet te maken was ik ook weer heel moe. Ik voelde me dus alles behalve op en top, en besliste heel wat vroeger dan de vorige jaren om naar huis te gaan. Nog een tegenvaller.
Maar afgelopen weekend zou ik die danspassen toch kunnen zetten! Met een festivalletje in de buurt zou dat toch moeten lukken. De verloofde en ik hadden geen kaarten, maar dat zouden we nog wel geregeld krijgen. En oké, we zouden waarschijnlijk niet zo lang kunnen blijven als de rest, maar dat maakte me niet uit. Ik zag me al over de festivalwei dansen, ik had er zin in. Vrijdagmiddag zette de verloofde mijn zwevende dansvoetjes weer op de grond. De symptomen die ik bij de heropflakkering terug heb gekregen waren nog steeds niet volledig verdwenen en ik had er al een vermoeiende werkweek op zitten. Volgend weekend zou het schoolfeest zijn, wat ook al vermoeiend zou gaan worden. De verloofde vond het dus beter om mijn dansvoeten nog even stil te houden, en dan maar niet naar het festival te gaan. “Je gezondheid gaat voor!” en na enkele kleine protesten besefte ik ook wel dat hij hiermee gelijk had. De dokter beaamde dit vrijdagavond, wanneer ik bij hem langsging voor een vaccinatie en enkele voorschriften. Tegenvaller nummer …? En weer heel wat nieuwe vragen, met bijhorende antwoorden.

Zo verzamelde ik de afgelopen weken tegenvallers. En elke tegenvaller bracht vragen met zich mee, welke dan weer antwoorden opbrachten. Doorheen de twaalf voorbije weken heeft er zich echter één vraag tussen mijn oren genesteld, één vraag die tot vandaag onbeantwoord is gebleven en waarop ik waarschijnlijk nooit een antwoord zal krijgen.
Waarom?