So many of my smiles begin with you

Mijn lief, klein engeltje

Ik mis je. Ik mis je elke seconde van elke dag, maar vandaag mis ik je net dat beetje meer. En dat wil ik je graag even zeggen. Hoe ik dat moet doen, weet ik nog niet zo goed. De ene keer praat ik tegen je wanneer ik op jouw plekje zit in de tuin, de andere keer praat ik met je in mijn dromen, en vandaag schrijf ik je een brief. In de hoop dat mijn woorden je op de één of andere manier bereiken.

Ons leven samen begon zó mooi. Je papa en ik waren dolblij toen we ontdekten dat je in mijn buik zat, je maakte ons werkelijk gelukkiger dan ooit tevoren. We zagen je ongelooflijk graag, vanaf het allereerste moment, en die liefde groeide – net als jij – elke dag een beetje. Wanneer we je voor het eerst te zien kregen en zagen hoe je kleine hartje klopte, sprong mijn eigen hart bijna uit m’n lijf. De dokter telde de dagen en weken, en vertelde ons dat we jou ergens rond de 28e april zouden ontmoeten. Die datum werd met een hartje aangeduid in onze agenda, en we konden haast niet wachten om je in onze armen te houden.
Je papa en ik maakten plannen voor de toekomst, zowel de nabije als de verre variant ervan. We richtten je kamertje al in gedachten in, konden ons niet inhouden om alvast enkele spulletjes voor je te kopen, en vertelden ons Vicje dat hij snel een derde baasje zou krijgen. Niet alleen wij maar ook je grootouders, overgrootouders, tantes, nonkel en je grote neef Felix wachtten vol ongeduld op jullie eerste kennismaking.
Op 14 oktober zouden we jou voor een tweede keer te zien krijgen, en zouden we je hartje voor het eerst horen kloppen. In plaats daarvan kregen we slecht nieuws te horen, jouw hartje had het al enkele weken geleden opgegeven, en jij was gestopt met groeien. Mijn hart brak. Niet met één luide krak, maar met duizenden oorverdovend stille krakjes. Totdat het helemaal aan diggelen lag.
De afgelopen 6 maanden probeerden we onze harten te lijmen, je papa en ik. In het begin lukte dat niet zo goed, elk stukje dat we opraapten droeg een herinnering en elke herinnering aan jou bracht tranen met zich mee. Maar nu lukt het, langzaam maar zeker. Stukje voor stukje rapen we samen alle stukjes weer op, en proberen we ze zo goed mogelijk in elkaar te passen. Soms laten we nog wel ’s een stukje vallen, en hier en daar verschijnt er nog wel eens een traan, maar het lukt. Ooit zullen onze harten weer heel zijn. De barstjes zullen er altijd blijven, en ze zullen ons altijd aan jou herinneren. En dat is maar goed ook. Want sinds je er niet meer bent, ben je er meer dan ooit. En dat wil ik heel graag zo houden.
Dus vandaag, lieve schat, vandaag laat ik geen traan. Verdriet krijgt vandaag geen kans. Vandaag ben ik blij. Blij dat ik jou heb mogen dragen in mijn buik, al was het maar voor even. Blij dat je in je korte tijd hier op onze wereld altijd graag gezien bent geweest, en dat onze liefde voor jou niet stopte met groeien toen jij dat deed. En trots. Ont-zet-tend trots, dat ik mama mag zijn van de één van de mooiste sterren aan de hemel.

Lieve kleine engel, ik wil dat je weet hoe graag ik je zag, hoe graag ik je zie, en hoe graag ik je altijd zal blijven zien. Jij bent en zal altijd diegene blijven die van mij een mama maakte en van hem een papa, en daarvoor ben ik je ongelooflijk dankbaar. Je blijft voor altijd een stukje van je papa en mij, en hebt voor eeuwig een stukje van ons hart veroverd. Het feit dat jij vleugeltjes kreeg en nu van daarboven over ons waakt, maakt dat we meer dan ooit geloven in magie…

Voor altijd
jouw mama

PS: Heb je het gezien, daarboven, hoe mooi papa jouw plekje heeft gemaakt? Na 6 maanden is het eindelijk helemaal klaar, en het is zonder twijfel het mooiste plekje in onze tuin. Zie ik je daar?

Keep your head up – keep your heart strong

April. De gevreesde maand april. Ik keek er al tegenop vanaf het moment dat de vier woorden van de gynaecoloog onze wereld deden instorten. 28 april stond immers met een hartje aangeduid op onze kalender, als symbool voor mijn uitgerekende datum. En daar zal het bij blijven, een uitgerekende datum. Naast het feit dat ik daar al ontzettend tegenop zie, eist MS ook weer de nodige aandacht op. Wat een rotmaand.

Het ging. De laatste maanden ging er nog steeds geen dag voorbij zonder dat ik aan ons kindje dacht, aan wat had kunnen zijn, wat had moeten zijn maar niet mocht. Maar het ging langzaam maar zeker beter met me. Vooral de aanwezigheid van de zon de laatste weken maakt dat ik me elke dag een beetje beter voel. En toch knaagde er de laatste weken ook iets. Naarmate de getallen die de dagen van de maand maart telden hoger werden, kwamen er steeds meer vragen in me op. Vragen die altijd onbeantwoord zullen blijven. Hoe dik zou mijn buik nu zijn? Hoe lang zou ik onze dagelijkse wandelingetjes met ons Vicje nog volgehouden hebben? Hoe zou de babykamer er uit gezien hebben? Welke naam zouden we gekozen hebben? Hoe zou het geboortekaartje er uit zien? Zou hebben. Volgens de regels van de Nederlandse grammatica spreek ik dan in de voltooid verleden toekomende tijd. In praktijk is er echter helemaal niets voltooid, maar zal het verhaal van ons eerste kindje altijd onvoltooid blijven. 28 april is dus een datum waar ik allerminst naar uitkijk. Ook al is de kans heel klein dat ons kindje daadwerkelijk die dag zou zijn geboren, het zal voor altijd de dag blijven die me herinnert aan ons eerste kindje. Het kindje dat niet kwam.
Om van deze maand helemáál een rotmaand te maken, mag ik volgende week nog eens op bezoek in de MS-kliniek. Hoewel ik dacht dat er geen tests of consultaties meer op de planning zouden staan tot in juli, blijkt nu dat er toch een aantal routinetests gedaan dienen te worden. Ongeveer een jaar geleden onderging ik die hele reeks tests al een eerste keer. In de MS-kliniek wordt deze reeks jaarlijks herhaald, wat goed is voor twee keer een trip op en af naar Overpelt. Inderdaad, twee keer. Het ziekenfonds betaalt immers niet alles terug wanneer alle tests op dezelfde dag plaatsvinden. I know, ik zie hierin ook de logica niet, maar ik vind dat ze dan op z’n minst mijn vervoerskosten ook mogen terugbetalen…
De tests op zich zijn niet zo erg. Ik ken ze en ik weet dus waaraan ik me kan verwachten. Ik vind het op zich ook niet erg om naar de MS-kliniek te gaan. Je kon al eerder lezen dat ik me daar echt wel op m’n gemak voel. Ik ken er ondertussen de weg en ken er al heel wat mensen, die overigens stuk voor stuk su-per-vriendelijk zijn. Nee, ik kijk er niet per se tegenop om me volgende week donderdag weer aan te melden aan de receptie in Overpelt.
Wat dan wel het probleem is? Het feit dat het telefoontje vorige week me weer met de neus op de feiten drukte: ik heb MS. Ja, ik wéét dat ik MS heb. En ik wéét dat het nooit meer weggaat. En dat ik er zelf voor gekozen heb om naar de MS-kliniek te gaan en me daar te laten opvolgen. Ik ben er dag in – dag uit onbewust mee bezig, met die MS van mij, het zit in áltijd wel ergens in mijn hoofd (letterlijk én figuurlijk). ’s Ochtends een pilletje, ’s avonds een pilletje, tussendoor de bijhorende nevenwerkingen van de medicatie, het lichte manken wanneer ik net iets te ver ben gewandeld, … Allemaal dagdagelijks dingen waar ik al niet meer bij stilsta, maar ze zijn er wel. Het feit dat ik er nu ook weer even bewust mee bezig moet zijn, dat ik MS weer meer aandacht moet geven, vind ik echt – excuses voor mijn taalgebruik – gewoonweg klote.

April, de maand waar ik in september zó naar uitkeek, lijkt zich ondertussen te hebben ontpopt tot de meest deprimerende maand van het jaar. Of toch voor mij. Rondom mij gebeuren wel mooie dingen. Er worden baby’s geboren. Er worden zwangerschappen aangekondigd. Er worden verjaardagen gevierd. Stuk voor stuk redenen om te vieren. Gelukkig maar. Dat helpt me om deze maand april toch heelhuids door te komen. En het geeft hoop. Hoop dat de M die de maand mei met zich meebrengt er eentje zal zijn met alleen maar geluk.