Happiness is letting go of what you think your life is supposed to look like and celebrating it for everything that it is

Ik ben gelukkig. Ondanks alles wat er de laatste weken is gebeurd, ben ik gelukkig. De verloofde heeft daar veel mee te maken. Deze quote van Mandy Hale ook. Want geluk wordt niet gedefinieerd door je dromen en wensen. Geluk zit net in het aanvaarden van je leven, in het accepteren dat het is wat het is. Dat is me de afgelopen weken meer dan eens duidelijk geworden.

Voor het stilstaan van de wereld was mijn leven niet zo heel anders dan het nu is, of toch niet op het eerste gezicht. De wereld draaide de dagelijkse rondjes, en ik had mijn dagelijkse routine. Opstaan, ontbijten met de verloofde, met de fiets naar school, de klas klaarzetten, lesgeven, middagpauze, lesgeven, de klas opruimen, met de fiets naar huis, koken, eten, opruimen, verbeteren, in slaap vallen voor de tv, gewekt worden door de verloofde, knuffelen, slapen. En dat de volgende dag opnieuw. En de dag erna. En de dag erna. Ik ben iemand die houdt van regelmaat, het geeft me een bepaalde zekerheid, een veilig gevoel. Ik weet graag wat er gaat gebeuren en wat er op me af gaat komen, grote verrassingen zijn niet aan mij besteed. Als het enigszins kan, houd ik zelf de touwtjes in handen.
Halsoverkop naar het ziekenhuis vertrekken was dus een ferme streep door mijn rekening, mijn week was namelijk al helemaal gepland en mijn ziekenhuisverblijf liet deze planning volledig in het water vallen. Niet alleen voor mij, ook voor de kinderen van mijn klas. Het was, zoals je in mijn vorige post al kon lezen, heel moeilijk voor mij om de touwtjes uit handen te geven. Met het stilstaan van de wereld, veranderde dit. De touwtjes werden als het ware uit mijn handen gerukt. De eerste dagen deed ik heel erg mijn best om de touwtjes van mijn klas terug in handen te nemen, het was moeilijk om toe te geven dat ik ze best even zou doorgeven aan iemand anders. Gelukkig waren de directie en de collega’s begripsvol, zij hielpen me om alles los te laten. Even maar. Met de garantie dat ik ze, eens hersteld, weer terug zou krijgen.
Niet alleen de touwtjes van mijn klas moet ik even loslaten. Ook die van mijn leven. Met het stilstaan van de wereld is mijn leven namelijk veranderd, of ik het nu wil of niet. In mijn toekomstplannen zal ik rekening moeten houden met dit nieuwe gegeven. Ik zal in de toekomst mijn leven niet meer alleen in handen hebben, MS zal af en toe de touwtjes overnemen en hierdoor mijn plannen even in de war sturen. Wanneer dit gebeurt, heb ik twee mogelijkheden. Ik kan ontkennen dat ik de controle even verlies, doen alsof er niets aan de hand is, er misschien zelfs tegen vechten. Of ik kan toegeven dat ik mijn plannen eventjes aan de kant moet zetten, pauze moet nemen totdat mijn lichaam weer klaar is om terug zelf de controle over te nemen.
Ik heb me de afgelopen weken via verschillende kanalen geïnformeerd over wat MS precies is. In die tijd is het me duidelijk geworden dat er geen medicatie bestaat die genezing biedt. Er bestaat medicatie om het aantal opstoten te verminderen, maar die biedt geen garantie op slagen. En oh ja, die bestaat uit inspuitingen (ideaal voor de naaldenfanaat die ik ben…) en geeft blijkbaar hoogst onaangename bijwerkingen. De neuroloog is hier zelf geen grote voorstander van, en ook voor mij is dit voorlopig geen optie. Met al die informatie in het achterhoofd, was de keuze niet zo moeilijk.
Sinds ik ervoor heb gekozen om de controle over mijn leven van tijd tot tijd te delen met MS, lukt het me ook beter om de alles nu even los te laten. Om hulp aan te nemen wanneer die wordt aangeboden. Om hulp te vragen wanneer ik die nodig heb. Want ik weet nu dat, als mijn lichaam hersteld is van deze opstoot, ik weer sterk genoeg zal zijn om de touwtjes weer zelf in handen te nemen. Om verder te gaan met mijn geliefde routine en mijn eigen planning op te stellen en uit te voeren. Mijn leven stopt niet, er is simpelweg een pauzeknop aan toegevoegd. En ik zal moeten leren leven met het feit dat die pauzeknop niet door mezelf bediend kan worden. Dat leer ik niet van vandaag op morgen, en gemakkelijk zal het ook niet zijn. Maar ooit lukt dit wel, daar ben ik vast van overtuigd.
De komende weken laat ik alles even op mij afkomen, en probeer ik te genieten van deze pauze in mijn leven. In het begin had ik het hier heel moeilijk mee, en was ik zelfs een beetje bang. Bang om allerlei zaken te missen, bang dat ik gemist zou worden, bang dat ik gemist kón worden. Bang dat iedereen z’n leven verder zou gaan, behalve dat van mij. Nu is dat net een geruststelling. Iedereen z’n leven gaat verder, terwijl dat van mij even een pauze neemt. De verloofde gaat gewoon naar z’n werk elke dag, mijn kinderen gaan gewoon naar de klas elke dag, er is zelfs een juf die een paar weken doet wat ik normaal doe elke dag. Terwijl ik even pauze nodig heb, gaat alles z’n gewone gangetje. En oké, dat “gewone gangetje” van de anderen is net een beetje anders dan anders: de verloofde neemt een half uurtje extra vrij om te helpen in de keuken, de mama verplaatst wel eens een klant om me op te pikken voor een glaasje wijn of een tas thee, de vervangjuf pakt de zaken waarschijnlijk net iets anders aan dan ik zou doen, … Maar ondanks deze kleine aanpassingen, gaat het leven door. En dat stelt me gerust, want dat betekent dat ik gewoon terug kan inpikken wanneer ik er klaar voor ben. Oef!

Ik ben gelukkig. Daarom niet gelukkiger dan voorheen. Geluk heeft de afgelopen weken een nieuwe definitie gekregen. Geluk is alles loslaten, even maar. En dan terug doorgaan…

And now I’ll do what ’s best for me

Mijn leven heeft tot nu toe meestal in het teken gestaan van anderen. Mijn job is daar het beste voorbeeld van. Ik geef dag na dag het beste van mezelf voor de kinderen in mijn klas. Alles wat ik tussen half 9 ’s ochtends en half 4 in de namiddag doe, doe ik voor hen. Vaak loopt dat nog uit tot half 9, half 10 ’s avonds: verbeteren, voorbereidingen, knippen, lamineren, … Alles voor “mijn kinderen”. Je zou me kunnen categoriseren onder de term “workaholic”, iemand die werkelijk leeft voor haar werk.

Ook wanneer ik naar het ziekenhuis moest, bleven “mijn kinderen” in mijn achterhoofd spelen. Bij het inpakken van m’n spullen nam ik ook mijn map en laptop mee. Stel dat ik zou moeten blijven, dan zou ik mijn tijd tenminste nuttig kunnen besteden! Wanneer de dokter me in box 5 meedeelde dat ik meteen opgenomen zou worden, was het eerste wat ik deed mijn directie op de hoogte brengen. Er zou een oplossing gezocht moeten worden voor mijn leerlingen de komende dagen, en ik beloofde om mee te denken en mee te zoeken naar vervanging.
Eenmaal ik mijn intrek in kamer 458 had genomen, bedacht ik dat er die week toetsen gepland stonden. Toetsen die nog niet uitgetypt waren, maar waar de kinderen vast en zeker al voor gestudeerd hadden. Smartschool opgestart, mail verstuurd: ik breng die toetsen nog wel even in orde! De volgende dag, na de ruggenmergpunctie en de tests bij de neuroloog, typte ik de toetsen uit. Toen kwam ik tot de conclusie dat ik mijn agenda voor die week nog niet had aangevuld, paniek! Waarmee hielden ze de leerlingen dan op dat moment bezig? Oh jee, ik zou hopeloos achter staan na mijn afwezigheid. Weer een mailtje dus, ditmaal met aanwijzingen van waar alles te vinden was en wat ze de leerlingen eventueel zelfstandig konden laten doen.
De volgende paar nachten lag ik al vroeg wakker, en hoewel ik me had voorgenomen om vooral niét te gaan piekeren, begon ik… te piekeren. Ik wist ondertussen dat ik voor langere tijd afwezig zou zijn, dus postte ik een zoekertje op Facebook om vervanging te vinden. Niet mijn taak, maar toch kon ik het niet laten… Ik begon alvast aan een document waarin ik alle nodige informatie over mijn klas op een rijtje zette: huiswerk, agenda, beloningssysteem, administratie, … Ik beschreef alles tot in detail, alles moest en zou verdergaan zoals ik het altijd aanpak. Voor de kinderen, de gewone routine, zodat ze zo weinig mogelijk hinder zouden ondervinden van mijn afwezigheid. Gelukkig was er snel vervanging gevonden, de volgende maandag zou ze starten.
Tegen het advies van de dokter in, hij schreef me minstens 4 weken verplichte rust voor, besloot ik maandagochtend even naar school te gaan om haar te helpen opstarten. Dan zou ik met m’n eigen ogen kunnen zien dat mijn klas in goede handen was, en dat alles ook zonder mij vlot zou verlopen. De mama verplaatste een klant en pikte me maandagochtend op. Verraste gezichten wanneer ik de klas binnenkwam. “Juf M!” en 16 dikke knuffels. Wat een heerlijk gevoel… Ik kreeg zin om er meteen terug in te vliegen, maar ik voelde dat mijn lichaam daar nog lang niet klaar voor was. Dus zette ik de kinderen zelfstandig aan het werk, en begon aan mijn uitleg voor de vervangjuf. Ik had verwacht na dit gesprek met een gerust gevoel naar huis te kunnen gaan, maar niets was minder waar.
Jammer genoeg kon ik al voorspellen dat deze juf het niet lang zou volhouden met m’n bende. Begrijp me niet verkeerd, het zijn schatten, stuk voor stuk. Maar er hoort wel een gebruiksaanwijzing bij, met strikte aanwijzingen hoe ze best aangepakt worden. Deze juf had de gebruiksaanwijzing blijkbaar nog niet ontcijferd, waardoor er al een grote chaos was nog voordat ik terug in de auto stapte. Maandag namiddag werkte ik dan ook de weekschema’s al uit voor de periode van mijn afwezigheid, zodat de juf hier geen werk meer aan had en haar energie volledig in de kinderen kon steken. Tevergeefs, de juf gaf het dinsdagochtend al op. In zesde versnelling werd gezocht naar een nieuwe vervangjuf. Gelukkig werd deze snel gevonden, wat betekende dat woensdagochtend weer een nieuwe juf voor mijn 16 leeuwtjes werd gegooid. Juf K kwam donderdag na schooltijd even langs, en vanaf toen kon ik eindelijk op m’n twee oren slapen. Zij wist wel van aanpakken, dat zag ik zo! Hoewel de dokter me volledige rust had voorgeschreven, kon ik het niet laten om toch te piekeren en hier en daar wat schoolwerk te verrichten de eerste week van mijn ziekteverlof thuis. Ik voelde me schuldig dat er nagenoeg niets voorbereid was, zowel tegenover de collega’s als tegenover de kinderen.
Ik heb de voorbije jaren geleefd voor mijn werk, in zo’n mate dat ik soms zelfs vergat te leven. Ik cijferde mezelf weg om ervoor te zorgen dat ik mijn job niet voor 100% maar voor 200% kon doen. Gewoon “goed” was nooit goed genoeg, ik deed het niet voor minder dan “uitstekend”. Ergens heb ik altijd de drang gehad om mezelf te bewijzen, tegenover wie weet ik niet… Ging iets goed, dan vond ik toch érgens een puntje ter verbetering. Ging iets minder goed, dan twijfelde ik aan mezelf en werkte ik nog harder om ervoor te zorgen dat het de volgende keer beter ging. Enerzijds was dit iets positiefs: ik daagde mezelf uit om steeds beter te doen, om stapje voor stapje de juf te worden die ik wilde zijn. Anderzijds stond dit gelijk aan meer werken, harder werken.
In de 7 jaren dat ik werk als leerkracht, was ik tot nu toe twee dagen afwezig: één keer wanneer ik niet op m’n benen kon staan van de koorts, en één keer wanneer mijn grootvader werd begraven. Toen de dokter me 4 weken rust voorschreef, met aansluitend nog 2 weken paasvakantie, dacht ik dat ik thuis gek zou worden. Rusten, dat was iets wat ik nog moest leren. Nu, al 2 weken niet aan het werk, begin ik het te leren… Ik kan ’s ochtends opstaan en nog een uur tv-kijken. Ik kan om 10 uur een tas thee drinken en rustig de kruiswoordraadsels invullen in de krant. Allemaal. Ik kan genieten van een glas rosé op een terrasje in de zon. En nog één. Ik kan zelfs een dutje doen, in het midden van de dag. Zonder schuldgevoel.
Ik ben ondertussen tot het besef gekomen dat mijn job maar een deel van mijn leven is. Een belangrijk deel, dat zal altijd zo blijven. Maar niet het belangrijkste. Vanaf nu komt mijn gezondheid op de eerste plaats, ik kom op de eerste plaats. Ik leef niet meer om te werken, pas mijn leven niet meer aan aan mijn werk, maar omgekeerd. “Mijn kinderen” zullen altijd belangrijk zijn, maar op de eerste plaats kom ik. En als alles goed gaat met mij, volgt de rest vanzelf…

Gek hé, hoe twee simpele letters niet alleen mijn leven maar ook de kijk op het leven hebben veranderd. Ik heb altijd alles voor een ander gedaan, en nu ga ik doen wat het beste is voor mij. Want uiteindelijk is dat ook het beste voor alle mensen rondom mij…

1 universe, 9 planets, 204 countries, 809 islands, 7 seas – And I had the privilege of meeting you

Wanneer de dokter in box 5 besliste dat ik onmiddellijk opgenomen moest worden in het ziekenhuis, werd het al snel duidelijk dat er voor een tweepersoonskamer geopteerd moest worden. Niet enkel omdat de hospitalisatieverzekering dit dekte, maar simpelweg omdat het al een moeilijke opgave zou worden om überhaupt een kamer te vinden. In deze periode van het jaar is het ziekenhuis namelijk nogal overbevolkt met slachtoffers van de griepepidemie en andere winter-kwaaltjes. Je hoort het al: vooral overbevolkt met oudere mensen, en dat boezemde me weinig vertrouwen in mijn toekomstige kamergenoot in. Niet dat ik iets heb tegen oude mensen, begrijp me niet verkeerd. Maar oude mensen hebben, vooral in een ziekenhuis, nogal snel de neiging om over te gaan tot een nogal storende bezigheid: zagen en klagen. En daar had ik nu net geen zin in…

Na een 30-tal minuten kwam een verpleegster me ophalen in box 5, om me naar kamer 458 te brengen. Wanneer ik over de gang liep richting mijn verblijf voor de rest van de week, kon ik het niet laten om hier en daar toch eens een kamer binnen te gluren. Ik zag grijze haren. Overal. Paniek. En toch een sprankeltje hoop: dat is hier de geriatrie niet, wie weet kom ik toch nog bij een jong iemand terecht… Bij het binnenkomen van kamer 458 zag ik grijze haren, naast het bed. In het bed waren de haren zwart. Oef! Verder dan dat keek ik het eerste half uur niet. Van zodra de mama mijn tas met pyjama en toiletgerief uit de auto had gehaald, kleedde ik me om en at ik de boterhammen die de verpleegster nog voor me had weten te scoren (het was al na 19u, heel laat om te eten aangezien ze de dagen die volgden meestal al om 16.15u met het dienblad aan de deur stonden). Ik at ze op in bed, zo kon ik een beetje uit het zicht blijven van de kamergenote en haar echtgenoot achter het gordijn.
De mama vertrok, en het zou nog minstens een half uur duren voordat de verloofde er zou zijn. De echtgenoot van de kamergenote was ondertussen vertrokken. Tijd om kennis te maken, dus! We schudden elkaar de hand, stelden ons even voor (inclusief de reden van verblijf in kamer 458, zo hoort dat in een ziekenhuis) en ik kreeg meteen enkele tips. “Het eten is best lekker, maar plattekes. Best zelf zout toevoegen. Het is hier ’s nachts heel warm, dus geen te warme pyjama’s laten meebrengen voor de volgende dagen. En als je thee wil, ik heb hier mijn eigen waterkoker. Die mag je gerust mee gebruiken.” Verder vertelde Simonne dat ze de nachten voordien eerder pech had met haar gezelschap: een oudere vrouw die last had van ziekenhuisdementie. De vrouw wist niet waar ze was en wat ze daar deed, en trok er dus ’s nachts wel eens op uit. Of ze dacht dat ze samen op een appartementje aan zee zaten. Of ze probeerde onder haar bed te kruipen. Simonne had al enkele nachten niet geslapen, en was echt doodmoe. Ze was dus blij met een jonge kamergenote als ik, en keek al uit naar een zalige nachtrust. Die kreeg ze ook, de volgende nachten.
De volgende dagen leerden we elkaar steeds beter kennen. En het werd me al snel duidelijk dat Simonne een vrouw was die al veel meegemaakt had in haar leven. Wat precies, daar wijd ik niet over uit. Dat is niet mijn verhaal om te vertellen. Ondanks alles bleef ze alles positief bekijken, en daar heb ik enorm veel bewondering voor.
Simonne was diegene die me hielp wanneer ik plat moest liggen na de ruggenmergpunctie. Ze was diegene die extra water kookte wanneer ze thee dronk, zodat ik ook een tasje thee had. Ze was diegene die het zout aangaf wanneer ik eindelijk met m’n hele verhuis van baxters op mijn stoel zat, en vaststelde dat ik het zoutvaatje uit de kast vergeten was. En zij was diegene voor wie ik voor de eerste keer de berg beklom nadat ik van de neuroloog kwam. En die erop toekeek dat ik me niet meteen van deze berg de dieperik in stortte.

Van alle kamers in het ziekenhuis kwam ik op kamer 458 terecht. Van alle patiënten in het ziekenhuis kreeg ik Simonne als kamergenote. En ik ben ervan overtuigd dat zij er mee voor heeft gezorgd dat het optimisme me is overkomen. Ik ben haar eeuwig dankbaar.