Because maybe, you’re gonna be the one that saves me

Beste nieuw jaar. Liefste tweeduizend achttien. Ik schrijf je een brief. Geen nieuwjaarsbrief, daarvoor ben je al net-niet-nieuw-genoeg meer. Gewoon, een brief. Om je te vertellen wat jij in jouw 27-dagen-korte leventje al in je me hebt losgemaakt. En om je iets te vragen.

Jouw voorgangers hebben me geen goed gedaan. Vooral tweeduizend zeventien was er eentje met meer downs dan ups. Ik voelde me dan ook echt niet goed in mijn vel de laatste maanden. Vermoeidheid maakte zich meer en meer meester van mijn lichaam en doemdenkerij nestelde zich in mijn hoofd. Het zat me niet mee, het zat ons niet mee, en dat heeft z’n sporen nagelaten. Sporen in mijn lijf, in mijn gedachten en in mijn hart.
Het liet ook z’n sporen na op mijn blog. Of beter gezegd: geen sporen, ik schitterde vooral door afwezigheid. Want wat kon ik schrijven? Dat er met periodes dagelijks tranen waren voor wat er niet was? Dat ik me ellendig voelde? Dat ik me steeds weer afvroeg wanneer ik een antwoord zou krijgen op de eeuwige “waarom”-vraag? Zelfbeklag en zelfmedelijden staan me niet, dus liet ik het schrijven achterwege.
Jouw voorgangers zorgden ervoor dat ik bij het naderen van jou als shiny new year niet meer durfde geloven in de nieuwe start die jij met je zou meebrengen. Jaar na jaar geloofde ik er in, en jaar na jaar werd ik teleurgesteld. Dus besloot ik begin december van het vorige jaar al dat weer zo’n nieuw jaar niet bijzonder of speciaal was. Maar oh, wat heb ik me daar vergist. Van zodra je er was, werd het immers al snel duidelijk dat jij wel eens dat ene jaar zou kunnen zijn. Dat jaar waarin alles anders wordt, in alle mogelijke opzichten. Dat jaar waar ik al jarenlang naar uitkijk.
Je staat nog maar in je kinderschoenen, tweeduizend achttien, en toch maakte je al heel wat in me los. Eerst liet je me springen. Ik waagde een grote sprong, zo eentje met kriebels in de buik. Ondertussen werd het me duidelijk dat die sprong geen dag te vroeg kwam. Dat het tijd was om die sprong te wagen. En waar ik uiteindelijk terecht kom? Dat zie ik dan wel weer. Wat ik wel weet is dat het sowieso op mijn spreekwoordelijke pootjes zal zijn, hoe dan ook. Want als er iets is dat jouw voorgangers me hebben geleerd, is het dat wel.
Na de grote sprong liet je me hakken. Een knoop die al een paar maanden in de weg zat werd doorgehakt. Het is één van de meest egoïstische dingen die ik ooit deed – of zo voelt het toch – maar het moest. Ik moet er nog aan wennen, aan die knoop die ik onverbiddelijk heb doorgehakt. Enerzijds doet het deugd dat hij niet meer in de weg ligt, anderzijds voel ik me schuldig omdat het doorhakken van die knoop ook gevolgen heeft voor de mensen rondom mij. Maar ik weet waarvoor ik het deed, en dat dat dubbele gevoel snel zal verdwijnen wanneer het uiteindelijke doel wordt bereikt.
Het feit dat jij me in die kleine maand al dingen liet doen die ik maandenlang (misschien zelfs jarenlang) niet voor mogelijk hield, maakt dat ik je steeds leuker ga vinden, tweeduizend achttien. Je bent anders dan de vorige jaren, dat is me alvast duidelijk.

Dus wil ik je iets vragen, lief jaar. Wil je me blijven verrassen? Wil je dat ene jaar worden? Je weet wel, dat jaar dat ook wel eens “mijn jaar” wordt genoemd. Ik kan het gebruiken, dat soort jaar. En aangezien ik je nu al leuk vind, ben jij het ideale jaar om die rol te vervullen, denk je ook niet? Want jij zou wel eens dat jaar kunnen zijn dat me weer wat meer “ik” kan maken. Het jaar dat me, na de ravage die jouw voorgangers hebben aangericht, zal redden…

Ik kijk er alvast naar uit!
Veel liefs,
M.

PS: als je dan toch bezig bent, gooi je er dan als het even kan een paar nieuwe M’etjes bij? Van die M’etjes waar ik blij van wordt, voor de verandering. Daar wacht ik al even op. Alvast bedankt!

Life isn’t about waiting for the storm to pass – it’s about learning how to dance in the rain

Sinds maart 2015 draait mijn wereld anders. Ik voel me alsof ik dag in – dag uit, elke dag opnieuw, middenin een storm zit. Een storm waarbij rukwinden, regenbuien, donderslagen en bliksemschichten in sneltempo kunnen afwisselen met perioden van geleidelijke opklaringen. ’s Ochtends zus, ’s avonds zo. Ik word er soms knettergek van. Ik heb lange tijd gewacht. Gewacht totdat de storm zou gaan liggen, verscholen onder een gigantische paraplu. Ondertussen weet ik wel beter. Deze storm zal nooit overwaaien. Wachten haalt niets uit, dat heb ik al geprobeerd, en negeren ook niet. De enige optie die overbleef was om de storm te trotseren. Stap voor stap ontdek ik, leer ik, hoe ik overeind kan blijven.

Ik heb een doos. Jep, een doos. Zo eentje met 21 vakjes: 7 dagen – ochtend, middag, avond. Ik zou ze niet trendy noemen, maar ze is alleszins kleurrijk. In de doos zitten mijn pilletjes, al even bontgekleurd. Het lijkt iets stoms, zo’n doos. Maar ik heb ze nodig. Ik nam nooit, never, jamais medicatie. Zelfs bij hoofdpijn wachtte ik liever af tot die vanzelf weer over ging, in plaats van een pijnstiller te nemen. Nu moet ik elke ochtend en avond mijn medicatie innemen, en mag ik bovendien niet vergeten 1 keer per week mijn capsules vitamine D en B12 te consumeren. Zonder mijn doos vergeet ik dit alles. Niet met opzet, écht vergeten. Ik heb ze dus nodig. En het lijkt banaal, maar het was potverdikke een grote stap, die doos.
Ik heb een dagplanner. Lijkt nu niet echt iets baanbrekend, maar mijn planner gaat net een stapje verder dan de gewone agenda waarmee ik voor het losbreken van mijn storm mijn dagen plande. Van maandag tot vrijdag is mijn dag puntje voor puntje uitgestippeld: wat ik moet kopiëren voor de eerste bel gaat, wat ik moet klaarleggen in de klas, wat ik wanneer moet ophalen, welke telefoontjes ik wanneer moet plegen, welke ouders ik moet aanspreken aan de poort, welke huistaken ik moet meegeven aan het einde van de dag, wat ik na schooltijd doe, … Wat ik niet vooraf plan, gaat verloren in de storm in mijn hoofd. Ik moét op papier zien staan welke to do’s ik heb, of ik vergeet sowieso wel iets.
Ik heb een kinesist. Ja, die had ik al, ik ben er ondertussen ook mee getrouwd. Maar naast het feit dat ik ‘m héb, moet ik er nu ook echt naartoe. Twee keer per week nog wel. Telkens een half uurtje kracht- en evenwichtsoefeningen doen. “Oh leuk, getrouwd met je kinesist!” – en ja, dat is ook zo. Of mijn kine – aka de hubby – dat wel zo fijn vind is nog maar de vraag. Ik ben namelijk niet de makkelijkste patiënt vind hij, wat ik me perfect kan voorstellen. “Oh, handig! Goedkoop, getrouwd zijn met je kinesist!” – wel nee, dat is niet zo… Manlief werkt in een groepspraktijk, waar natuurlijk ook centjes moeten binnenkomen. Met vriendendiensten – of in dit geval echtgenotendiensten – worden geen rekeningen betaald. Dus krijg ik elke zoveel beurten de rekening gepresenteerd voor bewezen diensten, wat toch steeds een flinke hap uit het budget is. Gelukkig bestaat er zoiets als E-pathologie, wat betekent dat ik onbeperkt naar de kine mag (op voorschrift van de dokter uiteraard) en dat ik hierbij recht heb op een verhoogde terugbetaling van het ziekenfonds. En dat is niet enkel handig, maar noodzakelijk. Leven op zich is al duur de dag van vandaag, dus met mijn ongewenste levenspartner erbij zou het zonder tussenkomst van het ziekenfonds onbetaalbaar worden.
Ik ben geen fulltime juf meer. Of toch niet meer vanaf 1 september. Slik. Dit is zonder twijfel de stap die het moeilijkst was om te zetten. Na mijn verblijf in kamer 458 in het AZ Herentals werkte ik ook even halftijds, maar dat was tijdelijk. En zo was dat ook in mijn hoofd: even halftijds werken, om me daarna weer volledig – fulltime – in mijn werk als juf te smijten. Dat deed ik ook, vorig schooljaar. Geen succes. Chaos alom in mijn hoofd, die de storm alleen maar aanwakkerde. Ook mijn lichaam protesteerde, ’s avonds was ik leeg, geen fut meer om te sporten of andere hobby’s. Vermoeide benen, lagerugpijn. Nee, zo kon het niet verder, dat voelde ik zelf ook. Toch was het nodig dat de artsen in de MS-kliniek me dit ook even uitlegden. Om te beseffen dat het écht nodig was om wat rustiger aan te doen. Omwille van de bevestiging: oké, het zit niet tussen m’n twee oren. En om me uit te leggen dat dit geen financiële ramp met zich zou meebrengen, in “mijn geval” zouden er wel enkele mogelijkheden zijn. Want begrijp me niet verkeerd, het is me niet puur om het geld te doen, maar als pasgetrouwd koppel met een lopende lening om onze home sweet home af te betalen én met een kinderwens draaien we elke euro drie keer om vooraleer we hem uitgeven. Om dan terug te vallen op minder loon, al zou het misschien maar 200 à 300 euro zijn, da’s niet vanzelfsprekend – zij het niet onmogelijk. de VDAB voorziet gelukkig een premie: de Vlaamse Ondersteuningspremie, afgekort de VOP. Kort samengevat: voor de uren waarin je vrijgesteld wordt van je werk, krijgt je werkgever een premie waarmee iemand anders ingezet kan worden. Je behoudt je fulltime contract en hiermee dus ook je volledig loon. Natuurlijk moest deze premie aangevraagd worden met een verslag van mijn neurologe in de MS-kliniek, maar al bij al was dit al snel in kannen en kruiken. En maar goed ook, anders zou ik te veel tijd hebben gehad om er over na te denken en had ik het hele proces waarschijnlijk halfweg afgebroken. Want halftijds werken “voor even” vond ik niet zo erg, daarbij had ik nog steeds het vooruitzicht om terug voltijds voor de klas te staan. Maar deze beslissing is definitief. Ik sta nog voor een lange weg met MS in mijn lijf, en moet “nu al” afbouwen. Slik, nog maar eens. En dat zal niet de laatste keer zijn geweest. Maar het moet, voor mijn lijf, voor de chaos in mijn hoofd, om overeind te blijven in de storm.
Ik heb de hubby, en niet enkel als kine. Maar ook als windscherm tegen de rukwinden die de storm met zich meebrengt, als afdak dat me beschermt tegen de stortbuien, en als bliksemafleider wanneer de bliksemschichten me om de oren vliegen. Mijn persoonlijke chauffeur wanneer ik naar het ziekenhuis moet. Mijn therapeut na een consultatie. Mijn sprekende medische encyclopedie wanneer ik de termen waarmee de artsen jongleren tijdens een gesprek niet begrijp. Mijn steun en toeverlaat. Mijn betere (gezondheids-gewijs ook letterlijk) helft. De levenspartner waarvoor ik wél koos, en die ook voor mij koos. Ik heb familie. Vrienden. Framily, noemen ze dat tegenwoordig op sociale media. En oh, wat ben ik blij met mijn grote framily! Ook zij weten precies wanneer er weer een stortbui aan de gang is en staan steeds paraat om me te laten schuilen onder hun paraplu. Wat zeggen ze? All you need is love?

Ik heb MS. Ja, dat ook. Mijn ongewenste partner die houdt van een stormachtig leven. Een partner die vastbesloten is om de rest van z’n leven met mij te delen. Dus ik heb het opgegeven, het wachten. Mijn storm zal nooit overwaaien, dus ik kan er maar beter zo goed en zo kwaad als het kan doorheen wandelen. Het lukt me al aardig. Ik blijf steeds beter overeind, leer stilaan hoe ik ook van een wandeling in de storm kan genieten. En soms, met hulp van de hubby en mijn framily, kan er zelfs een danspasje van af. Nog niet zo uitgelaten als de dansende bende in de clip van “It’s raining men”, maar ik kom er wel. Niet omdat het moet, maar omdat ik het wíl.

PS: Ik schreef deze blogpost op vraag van http://www.scouters.nl, een non-profit organisatie voor mensen met een lichamelijke beperking. Zeker een bezoekje waard!

Luister. Naar het fluisteren van je lijf – Zodat het niet hoeft te schreeuwen.

Bijna een jaar geleden stond mijn wereld stil. Sinds het stilstaan van de wereld gingen al 11 maanden voorbij. En het heeft me al die tijd gekost om in te zien wat die stilstand precies heeft veroorzaakt. Mijn lijf heeft geschreeuwd. Het had me al verschillende subtiele hints proberen te geven, maar begin maart van vorig jaar werd het mijn lijf teveel. En het schreeuwde, oorverdovend hard, zodat ik niet anders kon dan luisteren.

Sinds mijn eerste bezoek aan de MS-kliniek een drietal weken geleden, zit MS dag in – dag uit in mijn hoofd. Figuurlijk dan, want létterlijk zit die er volgens de scans al wel een tijdje. Ik voel me alsof ik op een rollercoaster zit. En die rollercoaster gaat alle kanten op. Er is opluchting, omdat de eerste stap naar de MS-kliniek is gezet, een stap die ik een hele tijd heb uitgesteld. En ik geef toe dat ik best wel fier ben op mezelf dat ik die volgende stap al na 11 maanden aan heb gekund. Er is een tevreden gevoel, vooral door de manier waarop ik in Overpelt ben ontvangen en de uitleg die ik er kreeg. Ik ken MS weer een beetje beter, en kan hem daardoor weer een beetje beter begrijpen. Ik weet nu dat ik in mijn relatie met MS hulp ga krijgen van mensen die deze indringer door en door kennen, of toch wat er van geweten is. Dat stelt me gerust, en geeft me vertrouwen in de toekomst. En toch is er ook angst. Want hoe de toekomst er uit ziet, weet niemand. Zelfs de meest gespecialiseerde dokters zullen me nooit kunnen vertellen hoe de toekomst er uit ziet. Niemand zal me ooit garanties kunnen geven. Niemand weet hoe de ziekte zal evolueren, of de medicatie zal aanslaan, of er veel bijwerkingen zullen zijn, hoe ik me binnen een jaar – twee jaar – tien jaar – … zal voelen en wat ik dan nog zal kunnen. Dat maakt me bang. Er is ook verdriet. Want hoewel ik die grote stap uiteindelijk heb gezet, en ik me gerust voel bij de opvolging waarop ik in de MS-kliniek zal kunnen rekenen, zou dit alles niet nodig zijn geweest als MS zich niet met mijn leven had gemoeid. Dan kon z’n gewone gangetje blijven gaan en zou ik geen rekening moeten houden met deze storende factor in mijn leven. Het feit dat ik de touwtjes niet altijd zelf in handen heb. Dat mijn lichaam me beperkt. Dat maakt me verdrietig. En boos. De grote “waarom ik”-vraag passeerde de laatste weken weer regelmatig de revue, en het enige antwoord dat daar tot nu toe op te vinden is: “Het is nu zo.” En daar zal ik het mee moeten doen…
Na mijn verblijf in kamer 458 in het AZ Herentals, dacht ik dat ik er goed aan deed om nog niet te starten met medicatie. Ik voelde me goed, en dacht dat ik een tijdelijke wapenstilstand was overeengekomen met MS. Op de scan in oktober bleek niets minder waar te zijn: MS was me te slim af geweest en had zonder dat ik het merkte kleine legertjes witte bloedcellen op mijn hersencellen afgestuurd. Want zo legde de prof in Overpelt het uit: legers met witte bloedcellen die als kleine Pacmannetjes de cellen in mijn hersenen en ruggenmerg aanvallen en opeten. Ja, je leest het goed: opeten. Verslinden, als het ware, en daarmee onherstelbare schade aanrichten. Mijn eigen witte bloedcellen, helemaal gebrainwasht en overgelopen naar de kant van MS. Waar en wanneer ze aanvallen, is onvoorspelbaar. De ene keer vallen ze ergens in mijn hersenen binnen, de andere keer organiseren ze een razzia in mijn ruggenmerg. Mijn lichaam protesteert dan wel, maar kan zonder hulp van buitenaf kan het niet anders dan toekijken welke ravage het leger van MS aanricht. Af en toe gaat het leger zo tekeer, dat mijn lichaam niet gewoon protesteert, maar het uitschreeuwt. En dat is exact wat er vorig jaar begin maart gebeurde: het leger van MS ging flink tekeer, en mijn lichaam had back-up van buitenaf nodig. Het schreeuwde het uit en er kwam al snel een tegenaanval in de vorm van cortisone-baxters, waardoor het leger Pacmannetjes niet anders kon dan zich terugtrekken. MS was me echter toen al te slim af, en liet hier en daar een patrouille met witte bloedcellen achter. Die achtergebleven patrouilles knabbelden van tijd tot tijd rustig verder, en sloegen er ook op die manier in om onherstelbare schade aan te richten. Mijn lichaam schreeuwde niet, het fluisterde hooguit. Maar daar had ik geen oren naar, ik dacht dat MS een dutje deed…
De MS-kliniek houdt zich niet enkel bezig met het geschreeuw van mijn lichaam, maar ook met het gefluister. Ze weten hoe ze dat gefluister moeten opsporen, en kunnen vertalen wat mijn lichaam probeert duidelijk te maken. En nog belangrijker: ze weten dit in een verstaanbare, duidelijke taal aan mij uit te leggen, zodat ik de juiste beslissingen neem voor mijn lichaam. De dokters in Overpelt wachten niet totdat mijn lichaam gaat fluisteren, ze plannen regelmatige check-ups om mijn lichaam aan het woord te laten. Op dit moment wordt er heel vaak naar mijn lichaam geluisterd. In de afgelopen twee weken liet ik al bloed afnemen, en onderging ik een heel aantal neurologische tests. De tjoepkes, het tennisracket (zoals ik de instrumenten van de neuroloog wetenschappelijk benoem), allemaal mochten ze eens luisteren naar wat mijn lichaam te zeggen had. Vandaag en begin maart mag ik nog eens gezellig onder de scan gaan liggen, en 3 maart krijgen mijn lichaam en ik zelfs een heel back-upteam ter onzer beschikking met een neuroloog, een neuro-psychiater, een revalidatiearts, de MS-verpleegkundige en iemand van de MS-liga. Een halve dag zal alles in het teken staan van MS. Of nee, toch niet. Alles zal in het teken staan van mijn lichaam, en wat MS ermee doet, om ervoor te zorgen dat ik me zo goed mogelijk voel in mijn vel.

Boodschap aan mijn lijf: er wordt geluisterd. Dus fluister maar. En dan probeert het back-upteam van dokters en hulpverleners er samen met mij voor te zorgen dat je zo weinig mogelijk moet schreeuwen…

The man on top of the mountain didn’t fall there

Vorige donderdag had ik voor het eerst sinds oktober weer een afspraak met MS. Ik werd namelijk verwacht voor een eerste consultatie in de MS-kliniek. De weken die aan deze afspraak vooraf gingen, probeerde ik er vooral niet te veel aan te denken. Wanneer ik er wel aan dacht, gingen mijn gedachten weer alle kanten uit. Ik wist totaal niet wat ik ervan moest verwachten en dat maakte me best wel bang, ook al gaf ik dat in geen geval toe aan de mensen rondom mij om ze niet ongerust te maken. Gelukkig stond ik er niet alleen voor, de echtgenoot was ook present op deze afspraak. In goede en slechte tijden, zoals beloofd op onze mooiste dag…

De afspraak lag al even vast, de MS-kliniek werkt namelijk met een wachtlijst. Als je geen “dringend” geval bent, sta je ergens onderaan die lijst en moet je enkele maanden geduld uitoefenen totdat je op consultatie kunt gaan. In een telefoongesprek met een MS-verpleegkundige (wat dat begrip precies inhoudt, kon ik donderdag ondervinden) schetste ik in oktober al kort mijn situatie, waaruit hij kon besluiten dat ik niet zo’n dringend geval was. En dat klonk als muziek in mijn oren, vooral omdat dat betekende dat ik de volgende afspraak met MS nog even kon uitstellen tot na de feestdagen.
De feestdagen gingen voorbij, net als de verjaardagen van de schoonzus, de mama en de echtgenoot. En dan kwam die 21e januari, uiteindelijk sneller dan gehoopt. De rit naar Overpelt was er eentje met klamme handen en onrustige benen. Bij het aanmelden namen de zenuwen ook mijn gedachten over, ik kon niet eens meer vlot antwoorden op de vraag wie mijn huisarts was. Tijdens het wachten in wachtruimte 1 zag ik de minuten op de klok wegtikken, terwijl ik patiënten met rolstoelen en rollators door de gang zag passeren. “Nee, dat wil ik écht niet”, dacht ik elke keer. Heel even leek het of de moed me door het zien van deze mensen helemaal in de schoenen zou zinken. Maar nee, integendeel. Want dat was tenslotte waarom ik hier was, om ervoor te zorgen dat de kans zo klein mogelijk zou worden dat MS mijn leven overneemt.
Niet veel later werden we door de prof naar zijn consultatieruimte geleid. “Vertel eens…” Een simpele vraag, maar ik wist niet waar ik moest beginnen. Ik vertelde enkele flarden, om dan de verslagen van de neuroloog over de tafel te schuiven. De prof nam de tijd om de verslagen door te nemen, noteerde hier en daar iets in een onleesbaar doktershandschrift en duidde allerlei zaken aan in een onverstaanbare codetaal. Tegelijk vuurde hij zijn vragen af. Of ik nog steeds last heb van gevoelloosheid of motorisch stoornissen. Of ik vaak moet plassen. Of ik last heb van mijn geheugen. Of ik aan sport doe. En waarom ik had besloten om naar de MS-kliniek te komen. Op die laatste vraag was het antwoord eenvoudig: omdat ik gespecialiseerde begeleiding wil met MS in mijn leven. Niet omdat ik geen vertrouwen heb in de neuroloog die mij in het ziekenhuis behandelde, maar omdat ik voor mijn gezondheid alleen maar het beste wil. En omdat ik op dit moment nog geen medicatie nodig heb, maar graag voldoende en correct geïnformeerd ben over de mogelijkheden die er zijn voor in de (toen dacht ik nog “verre”) toekomst zijn.
Bij mijn uitspraak i.v.m. medicatie en behandeling viel de prof me al meteen in de rede. “Daar moeten we het zo dadelijk toch nog even over hebben…” Een zin die me van zodra hij uitgesproken was weer klamme handen gaf. Gelukkig nam de prof rustig de tijd. Hij begon met klare taal: “Ja, ik denk dat je MS hebt. Dit is een duidelijke diagnose waarover niet getwijfeld moet worden.” Niet dat ik hier zelf echt aan twijfelde of nog hoopte dat er eerder een foute diagnose was gesteld, toch was het weer even slikken om dit weer maar eens bevestigd te krijgen. Hij legde van a tot z uit wat MS precies is, en vooral wat het doet. Hoewel ik dacht dat ik mijn nieuwe levenspartner ondertussen helemaal kende, leerde ik hier weer heel wat bij. Ik kan niet zeggen dat ik blij was om dit alles te horen, het maakte mijn situatie uiteindelijk ernstiger dan ik zelf dacht, maar ik ben wel blij dát ik het nu weet. Het stelt mijn nieuwe levenspartner wel in een heel ander daglicht. Terwijl ik dacht dat MS zich nagenoeg stil houdt wanneer ik niets van hem ondervindt, veroorzaakt hij stiekem toch heel wat letsels in mijn hersenen en ruggenmerg. Kleine letsels, die onherstelbare schade aanrichten, en ervoor zorgen dat er toch achteruitgang is. Langzaam, maar zeker…
Eenmaal ik MS pas echt goed had leren kennen, drong het stilaan tot me door dat een behandeling onvermijdelijk zou zijn. Dat was dan ook het volgende waar de prof op aanstuurde. Hij legde me rustig alle mogelijke behandelingen uit die er momenteel bestaan, zowel de eerste-, tweede- als derdelijnsmedicatie. Ik zag een hele reeks medicatie passeren: in tabletvorm, in spuitvorm en in de vorm van baxters. Als je mijn verhaal zo’n beetje hebt gevolgd, kan je al raden welke vorm meteen mijn voorkeur had. Maar… er was een reden waarom ik tot nu toe niet aan medicatie had gedacht. De echtgenoot en ik vertelden de prof dat we, nu we helemaal gesetteld én getrouwd zijn, graag snel een kindje zouden willen. En ik wist niet zo heel veel over alle soorten medicatie die we net hadden besproken, maar één ding wist ik wel heel zeker: een zwangerschap en een behandeling gaan niet samen. Mijn hart stond een enkele seconde stil, maar toen stelde de prof me gerust. We zouden onze kinderwens niet moeten uitstellen. Integendeel, een zwangerschap is net goed. Tijdens een zwangerschap werkt het immuunsysteem namelijk anders, waardoor ik normaal gezien geen opstoten krijg. Toch raadde prof me aan nog voor een eventuele zwangerschap met medicatie te starten, tenzij ik zou kunnen garanderen dat ik bij wijze van spreken morgen zwanger ben, en zoals je weet is net dat geen exacte wetenschap. Het kan morgen al zover zijn, maar evengoed nog maanden duren. En dat bedoelde de prof nu net: stel dat het nog maanden, een jaar of zelfs langer duurt en ik nog geen behandeling start in afwachting van een zwangerschap, dan is die tijd eigenlijk verloren. Hoe eerder er wordt gestart met een behandeling, hoe minder groot de schade die MS kan aanrichten in mijn lichaam, en hoe groter de kans op een leven waarin ik mijn leven kan leven met zo weinig mogelijk bemoeienissen van MS. De dokter legde me dit in klare, duidelijke taal uit.
Ik mocht er gerust nog over nadenken, er met de echtgenoot over praten, de tijd nemen om alles te laten bezinken. Maar in mijn hoofd was de knoop al doorgehakt: als de prof er werkelijk van overtuigd is dat het het verstandigst is om met medicatie te starten, wie ben ik dan om hem tegen te spreken? Ja, het is mijn lichaam en daarover beslis ik en ik alleen. Maar het leek me ontzettend onverstandig om, nadat ik de stap zette om naar de MS-kliniek te gaan voor gespecialiseerde begeleiding, deze raad nu naast me neer te leggen.
Medicatie, dus… De prof overliep nog eens alle vormen van medicatie waarvoor ik op dit moment in aanmerking kom. Op dit moment heb ik de keuze tussen pillen of spuiten, en zoals je wel kan raden was die keuze heel snel gemaakt. Van zodra alle nodige paperassen in orde zijn, zal mijn dagelijkse routine nog maar eens veranderen. Ik zal dagelijks pillen moeten innemen, eentje bij het ontbijt en eentje bij het avondeten. Ik zal starten met een lagere dosis, om die in enkele maanden tijd op te bouwen tot de volledige dosis die ik nodig heb. Ik zal hoogstwaarschijnlijk, en vooral de eerste maanden, last hebben van bijwerkingen: flushing, “vapeures” in de volksmond, en maag- en darmklachten. Maar ik zal vooral een duidelijk signaal geven aan mijn nieuwe levenspartner, het signaal dat ik me niet zo makkelijk gewonnen geef.
En dat is nog niet alles. De prof zei me dat als ik me verder wilde laten opvolgen in de MS-kliniek, er nog een aantal onderzoeken zouden moeten volgen. Er moeten nieuwe scans genomen worden van mijn hersenen en ruggenmerg, en er dienen nog enkele tests uitgevoerd worden door de prof zelf of zijn collega. Daarna volgt een multidisciplinaire raadpleging, die een hele dag in beslag kan nemen. Ik word tijdens die dag langs verschillende dokters geleid (neurooog neuro-psycholoog, revalidatiearts) en heb ook een gesprek met de MS-verpleegkundige en de MS-liga. Letterlijk alle kanten van “mijn MS” worden dan bekeken en in duidelijke taal aan mij uitgelegd. Zo’n multidisciplinaire raadpleging is er één keer per jaar, en elke 6 maanden verwacht de prof of zijn collega me voor een korte check-up. En als ik met iets zit, eender wat, kan ik altijd contact opnemen met de MS-verpleegkundige waaraan de prof me na de consultatie nog voorstelde en die graag even de tijd maakte voor een kort kennismakingsgesprek. Dit alles was veel ineens, maar het was vooral allemaal heel geruststellend. Er zullen mensen zijn die “mijn MS” mee in het oog houden, die mijn nieuwe levenspartner mee in het oog zullen houden, die naar me zullen luisteren als ik in de knoop lig met MS en die de tientallen vragen die door mijn gedachten spoken zo goed mogelijk zullen proberen te beantwoorden. En dat maakt dat ik de toekomst weer wat rooskleuriger in durf zien.

Voordat ik donderdag de consultatieruimte van de prof in Overpelt binnenstapte, had ik niet het minste idee dat ik in het daarop volgende uur mijn mening over medicatie zo drastisch zou herzien. Voor donderdag was ik vastberaden dat, wat ze me ook zouden zeggen, er één ding vast stond: ik zou op dit moment géén behandeling starten. Doorheen het gesprek met de prof waren er momenten dat ik wel tientallen vragen tegelijk wilde stellen, en er waren die momenten dat ik geen woord kon uitbrengen. Maar het hele gesprek, de knopen die zijn doorgehakt en de gevolgen die eraan vasthangen, zijn oké. Het is goed zo. Ik kwam de MS-kliniek buiten met een tevreden, gerust gevoel. Ik ben nog maar eens met mijn voetjes op de grond gezet. Als ik een leven wil waarin MS zich zo weinig mogelijk moeit, dan zal ik er iets voor moeten doen. En gelukkig sta ik daarvoor niet alleen…

Living Apart Together

Ik heb een LAT-relatie. Wij hebben een LAT-relatie, MS en ik. Na lang discussiëren en grenzen aftasten, zijn we (denk ik) tot een overeenkomst gekomen. Ik ben eens benieuwd hoe lang dit goed blijft gaan, zo apart samen leven…

Ik heb al een héle tijd niet meer geblogd. En dat is goed nieuws. Want schrijven is mijn therapie, dus als ik niets héb om over te schrijven wil dat zeggen dat ik geen therapie nodig heb dus dat het goed met me gaat, logischerwijze. Is ook gewoon zo. Het gaat goed met me. Het schooljaar is weer begonnen, de routine is weer terug, ik had een fantastische en onvergetelijke vrijgezellendag (met grote dank aan mijn girls), de laatste trouwvoorbereidingen zijn in volle gang, en ik ben al volop m’n boodschappenlijstje voor het verjaardagsfeestje overmorgen aan het opstellen. Het gaat goed. Soms gaat het zelfs zo goed dat ik mezelf weer helemaal verlies in mijn job en vergeet dat ik ook nog een leven naast het werk heb. Zó goed gaat het.
Het gaat zo goed, dat ik de laatste tijd minder en minder aan MS moet denken. Er zijn dagen dat ik mijn nieuwe levenspartner – ook al heb ik ‘m al een dik half jaar, voor mij blijft hij nieuw – zelfs helemaal vergeet. Die dagen zijn echt heerlijk: gewoon mijn eigen ding doen, zonder erbij te denken “oei, dat ga ik straks weer moeten bekopen”. Achteraf moet ik het dan vaak wel even bekopen, maar dat onderga ik dan maar zonder er al te veel over te gaan piekeren.
MS lijkt zich bij deze situatie te hebben neergelegd. Ik ben ondertussen een vijftal weken fulltime aan de slag in m’n klas en ik slaag er in om het huishouden grotendeels te beredderen (met hier en daar nog een helpende hand van de mama), zonder grote noemenswaardige klachten aan benen of eender welk ander lichaamsdeel. ’s Avonds ben ik wel moe en kan ik me niet wakker houden in de zetel, maar dat is al jaren het geval dus daar kan ik nog perfect mee leven. Zo lang ik me maar houd aan de rustpauzes die mijn lichaam me aangeven, lijkt MS me perfect tevreden.
Nu, zo’n LAT-relatie impliceert natuurlijk dat je van tijd tot tijd ook eens aandacht moet schenken aan elkaar. En jammer genoeg ligt mijn volgende afspraak met MS al vast. Volgende maandag hebben we afgesproken in het ziekenhuis. Niet in kamer 458, maar op de dienst MRI. Samen gaan we gezellig een half uurtje onder de scan. Even bijpraten, over ons. Hoe het met mij is, en met MS. Hoe het met “ons” is. Dinsdag volgt het verdict. Dan weten we hoe onze relatie er voor staat. En geloof me, ik kijk er nog niet meteen naar uit… Sinds gisteren loop ik rond met een knoop in m’n maag, en slaap ik net iets onrustiger. M’n gedachten dwalen sneller af, ik kan me minder goed op mijn werk concentreren en krijg niets georganiseerd. Ik probeer me wat af te leiden met trouwvoorbereidingen en denk aan mijn verjaardag die eerst nog op de planning staat, maar toch… Het liefst zou ik op de fastforward – knop duwen om de tijd een weekje door te spoelen en weer gewoon door te gaan in de dagdagelijkse routine. Maar zo werkt dat niet, zo’n LAT-relatie. Als ik wil dat die goed blijft werken, houd ik me maar best aan de afspraken. Des te groter de kans dat MS dat ook gaat doen. Even tandenbijten dus.

Ik was er nooit een grote voorstander van, van zo’n LAT-relaties. Ik houd alles en iedereen altijd graag zo dicht mogelijk bij mij. Maar voor MS maak ik graag een uitzondering. Hopelijk kan mijn nieuwe levenspartner dat appreciëren, en vraagt die niet meteen om een nieuwe afspraak wanneer we elkaar treffen volgende week. We shall see…

I’ll look back on this and smile because it was life and I decided to live it

Ik heb gewonnen! Sinds een dikke week is mijn leven weer van mij. MS moeit zich steeds minder met mijn gedachten, waardoor ik niet meer pieker. Ik durf terug meer dingen doen die ik voor het stilstaan van de wereld deed, zonder me steeds af te vragen wat het zal doen met mijn lichaam. Mijn leven is weer helemaal van mij.

Sinds enkele weken wandel ik terug meer. Van maart tot nu heeft de verloofde zich altijd “opgeofferd” om het hondje z’n dagelijkse beweging te geven. Opgeofferd is niet echt het juiste woord, wanneer hij tijd heeft doet de verloofde dit met veel plezier. Maar voor mijn verblijf in kamer 458 werden de wandelingetjes verdeeld. ’s Middags ging de verloofde wandelen, na school ik. Sinds het stilstaan van de wereld was dat voor mij nog geen optie. Ook de lange wandelingen die we samen deden in het weekend lagen niet binnen het interesseveld van MS. Dus ging de verloofde alleen wandelen, en bleef ik thuis. Tot enkele weken geleden. Het thuis blijven begon me zo stilaan te vervelen, dus besloot ik dat MS de boom in kon en ging ik mee. De eerste keren moest ik het wel eens bekopen, met verkrampte of vermoeide benen de dag nadien. MS had geen zin in een nieuwe hobby. Maar ondertussen blijkt dat ik mijn nieuwe levenspartner toch hebben kunnen overtuigen. Ik heb ’s ochtends nog wel vermoeide benen, maar mijn knieën voelen steeds minder verkrampt aan. En ik weet niet of de vermoeide benen al dan niet met het wandelen te maken hebben, ik had ze ook wanneer ik nog niet mee ging wandelen… In ieder geval, de beweging doet me deugd, en stiekem denk ik dat het MS ook deugd doet. Zoniet, had die zich al veel meer laten voelen.
Woensdag ben ik voor het eerst in lange tijd alleen gaan wandelen met het hondje. Het lijkt geen grote overwinning, maar dat is het wel. Wie het hondje een beetje kent, weet waarom. Het was een korte wandeling van slechts een half uurtje, maar ik voelde me alsof ik bergen had verzet wanneer ik thuis kwam. Yes, weer een stukje terrein gewonnen ten opzichte van MS!
Zo win ik elke dag een stukje meer terrein, en ben ik elke dag een stukje meer ik. Het voelt fantastisch dat ik de belofte die ik maakte aan het begin van de vakantie ook werkelijk kan waarmaken: ik neem mijn leven terug zélf in handen en zet MS buitenspel. Of toch voor even. Want ik moet realistisch zijn, ooit gaat MS weer even de touwtjes in handen nemen en mij buitenspel zetten. En wanneer dat gebeurt, zal ik weer moeten toegeven. Of toch voor even. Want MS moet ook realistisch zijn: elke keer hij de controle van me overneemt, ga ik die net als nu telkens stukje voor stukje terug opeisen. En het feit dat ik nu weet dat dat geen loze belofte is, maakt dat ik met meer vertrouwen naar de toekomst kan kijken.

Ik durfde lang geen plannen maken, ik durfde lange tijd niet dromen. Stilaan lukt het me om terug (voorzichtig) vooruit te kijken. Om terug uit te kijken naar wat me nog te wachten staat in de toekomst, in plaats van bang ze zijn van de onzekerheid die die met zich meebrengt. Maar waar ik vooral naar uitkijk, is het terugkijken. Ik zal terug denken aan het moment dat ik heb besloten om mijn leven te leven, weer zélf in handen te nemen, en het niet te laten leven. En ik zal me fantastisch voelen…

Friends are therapists you can drink with

Vrienden zijn onbetaalbaar. Ik ben gelukkig “gezegend” met de beste vrienden ter wereld. Het klinkt alsof het van een 16-jarige puber kan komen, zonder de term BFF of nog enige andere toegevoegde letters hier en daar. Maar het is de waarheid. En het zijn onder andere vrienden die me vertrouwen geven in de toekomst.

Vandaag was zo’n dag die ik graag wil bewaren. In een zakje, of een doosje, of in één van onze rommelige kasten of schuiven (die we in overvloed hebben), om later nog ’s opnieuw te kunnen gebruiken. Vandaag was een gewone dag. Za-lig! De gewone dagen zijn de beste. De dagen waarop mijn leven z’n gewone gangetje gaat, alles inbegrepen. Te vroeg opstaan voor een vakantiedag (doe ik elke dag, een dag is te kort om tot de middag te liggen knorren tenzíj het met de verloofde is), stofzuigen, naar de winkel gaan, koken. ’s Middags samen eten met de verloofde, beetje voorbereiden in de klas, samen eten, wandeling met de hond. Misschien moeilijk te begrijpen, maar dat zijn de dagen waarvan ik geniet. De dagen waarop MS zich niet moeit met mijn leven zijn kostbaar, want ik weet niet hoeveel ik van die dagen heb. Dat zeg ik niet om medelijden op te wekken, het is ondertussen wel duidelijk dat ik dat net niet wil, maar gewoon om realistisch te zijn.
Na de wandeling lieten we het hondje alleen thuis om nog even iets te gaan drinken met een paar vrienden. Ik vertrok met weinig zin. Geen tegenzin, zo mag ik het niet noemen. Maar je kent het wel: kwart voor 10 in het midden van de week, en het lijkt zo verleidelijk om neer te ploffen in de zetel en een film op te zetten. Maar dan bedacht ik me dat ik dan waarschijnlijk toch in slaap val (MS houdt niet van films na 9 uur ’s avonds) en besloot ik toch mee te gaan met de verloofde. Goede beslissing, weet ik nu.
Het was gezellig. Er werd een pintje gedronken (meer dan één ook), er werd gepraat en er werd gelachen. Onze grote dag was meer dan eens het gespreksonderwerp, vooral omdat iedereen er naar uitkijkt om nog ’s een goed feestje te bouwen, en ook wanneer de verloofde en enkele vrienden zich naar de kickertafel begaven bleef dit onderwerp hangen. Van trouwen kwamen we al snel bij het thema “kinderen”, en wanneer dit op onze “planning” staat. Ik zei dat we daarvoor de scan in oktober toch moeten afwachten, om te weten waar ik op “dat vlak” sta. Eén vriend die knikte, één iemand die me niet-begrijpend aankeek. Hij wist van niets. Oh, jee… Ik kon door de grond zakken. Niet omdat ik mijn hele verhaal in speed-versie moest vertellen. Wel omdat ik weer bang was om medelijden op te wekken.
Ik haat het als mijn nieuwe levenspartner gespreksonderwerp van de avond wordt, al die aandacht heeft hij niet verdiend. Maar ik wil wel dat iedereen mijn verhaal kent. Míjn verhaal, en geen losse flarden van geruchten die aan elkaar gebreid worden. Dus vertelde ik. Van begin tot nu. Het verblijf in kamer 458, de onderzoeken, de weken thuis, de maanden nadien, mijn laatste bezoek bij de neuroloog, en hoe ik me vandaag voel. En dan 10x sorry. Ik voelde me een beetje… ambetant. Ik herhaalde na elke “sorry” dat ik geen medelijden zoek, integendeel.
Ik werd begrepen. Na een tiental keer “sorry” mocht ik dat woord zelfs niet meer gebruiken. Ik kreeg complimenten. Over hoe ik met deze verandering in mijn leven omga, hoe ik erover kan praten. En geloof me, die complimenten zijn tof, echt waar. Ze doen me deugd, echt. Maar weet je wat me nog het meeste deugd deed? Het feit dat we na dat onderwerp, dat niet het leukste of makkelijkste onderwerp is, naadloos konden overschakelen naar het onnozel doen en lachen van een half uur voordien. Er kwam geen ongemakkelijke stilte. Geen “jaja” of “alé, MS zeg…” of andere halfslachtige zinnen om het gesprek af te sluiten. Het gesprek ging gewoon weer verder. Gewoon.

De conclusie? De titel van deze post zegt het al. Friends are therapists you can drink with. En dat is onbetaalbaar.

Life is a party – dress like it

Vorige zaterdag was het feest. Groot feest! Eén van de collega’s stapte in het huwelijksbootje, en dat moest natuurlijk stevig gevierd worden. De zon was van de partij, de bruid en bruidegom straalden, en mijn benen hadden al een hele week niet meer geklaagd. De perfecte combinatie voor een topdag.

Ik keek er al even naar uit: de grote dag van de collega. Een dikke maand geleden vierden we samen de vrijgezellendag met de rest van de collega’s, en die was alvast super. Hun feest zou hier een mooi verlengde van worden, met ons hele schoolteam. De voorspelde regen bleef gelukkig uit, waardoor het ja-woord rond de middag gegeven werd met enkele zonnestraaltjes die door het raam naar binnen kwamen geslopen. Super! De zon was een graag geziene gast, vooral omdat het feest ’s avonds in openlucht zou doorgaan.
De bruid en bruidegom zagen er fantastisch uit. Het bruidskleed van de collega was prachtig, en ook de kledingkeuze van de bruidegom kon me helemaal bekoren. Hoewel de trouwkledij uiteindelijk bijzaak was, vooral hun stralende en overgelukkige glimlach maakte het plaatje helemaal af. Ik kreeg al vanaf de eerste minuut kriebels in m’n buik. Voor de verloofde en mij komt de grote dag immers ook dichter en dichterbij… Spannend!
De grote dag van de collega en haar kersverse echtgenoot was voor mij ook een beetje een “grote” dag. Ik heb gedanst. Maar écht GEDANST! Van zodra de dansvloer geopend was, ben ik er enkel nog van af gekomen voor de nodige sanitaire stops en om me te “hydrateren” aan de bar. Oh jee, het was geleden van voor mijn verblijf in kamer 458 dat ik nog zó gedanst had. En ik heb er van genoten, het was héérlijk.
Je kan al wel raden dat mijn benen de volgende dag hun beklag deden toen ik omstreeks één uur ’s middags eindelijk uit m’n bed stapte. Was te voorspellen, de dansspieren hebben dik vier maanden hun ding niet mogen/kunnen doen, en zoveel dansgeweld ineens zorgde voor stijfheid van m’n dikke teen tot aan mijn staartbeen.
Maar zelfs de klachten van mijn benen kunnen het heerlijke gevoel niet verstoren. Ik heb gedanst, urenlang, en daardoor ben ik weer een stukje meer “ik”. Een stukje meer ik, en een stukje minder MS. Yay, ik ben aan de winnende hand!
Op de grote dag van de collega werd weer een vraag beantwoord. Ik weet nu dat mijn benen naast klagen ook nog kunnen dansen, en dat ze het wel even kunnen volhouden ook. Een grote geruststelling. De stijve benen neem ik er graag nog even bij, na voldoende training zal ook dat probleem wel verholpen zijn. Ik weet dus wat me te doen staat de komende weken.

MS, hou je maar klaar. Zaterdag was nog maar de warming-up.
PS: Binnen 103 dagen komt de mooiste dag van de verloofde en mij er aan. Het zou fijn zijn als je je daartegen alvast een beetje aanpast aan mijn leven. Bedankt!

Busy is a choice – Stress is a choice – Joy is a choice – Choose well

Het is druk. Lekker druk. Gezellig druk. Niet van dat stress-druk zoals het de laatste weken van het schooljaar vooral was. Nee, een leuke drukte. Vakantie-drukte. Van die drukte waar ik van hou. Van die drukte waarvoor ik kies, en waar ik zo kan uit stappen wanneer ik het wil. Heerlijk, niet?

De laatste weken van juni waren slopend. De zogenaamde “laatste loodjes” wogen dit schooljaar extra zwaar, door een combinatie van onvoorziene omstandigheden waar zowel ik als mijn nieuwste levenspartner moeilijk mee konden omgaan. De kinderen konden me niet meer dat geweldige gevoel geven waar ik het eerder over had. Integendeel, ze waren er geweldig goed in geworden me elke dag een steeds slechter gevoel te geven. De kinderen waren pubers geworden, ze werden steeds stoerder en onverdraagzamer naar elkaar toe, en een aantal van hen was zeer vindingrijk geworden in het uithalen van streken die het gewoonlijke kattenkwaad ver voorbij gingen. Elke dag vroeg ik me bij het opstaan al af “wat zal het vandaag weer zijn?”, en meestal kreeg deze vraag al voor de middagpauze kwam een antwoord. Dat houdt in dat er extra gesprekjes waren, zowel met de directie als met ouders. Gooi daarbovenop nog eens een 3-tal toetsweken, een eindrapport, een BASO-fiche, een klassenraad, een oudercontact én een proclamatie, en je krijgt een stresserende cocktail. Dat was ook te merken in mijn blogbericht van vorige week: de inspiratie was er wel, het fut daarentegen nog niet… De stress zat nog in m’n lijf en daar ging m’n nieuwste levenspartner niet echt mee akkoord.
Het plan was dus om de eerste paar weken van de vakantie vooral rustig aan te doen. Tot nu toe heb ik precies het tegenovergestelde gedaan. Het is al ontzettend druk geweest. Of nee, ik heb het al ontzettend druk gemaakt. Leuk-druk. Sinds het begin van de vakantie is dit nog maar de derde avond waarop ik rustig thuis ben. De andere avonden waren goed gevuld: iets gaan drinken, etentjes organiseren, … Allemaal dingen die er de laatste weken van het schooljaar niet meer bij konden, waar ik vaak te moe voor was, en waar ik nu alle tijd voor heb. Geweldig!
Ook overdag zit ik niet stil. Het zetel-liggen ben ik echt wel beu na mijn ziekteverlof een tweetal maanden geleden, dus dat heb ik even van de planning geschrapt, of toch voor het grootste deel. Ik leef me weer helemaal uit in de dingen die ik graag doe, en vind weer voldoening in het “gedaan krijgen” van de moetjes in het leven. Zowel thuis als in de klas was (en is nog steeds) heel wat poets- en opruimwerk, en de was met bijhorende strijk stapelden zich zo stilaan torenhoog op. Mijn kleerkast kon nog eens een opfrisbeurt gebruiken, en ook het bureau werd al volledig stofvrij gemaakt (het was nodig!). Ik heb al heel wat nieuwe receptjes uitgetest in de keuken, en heb me weer volledig kunnen uitleven in de rol van gastvrouw. Een aantal “prullenwerkjes” waar ik al lang zin in had heb ik eindelijk kunnen verwezenlijken, en ik kon het toch ook niet laten om alvast het volgende schooljaar stilaan te beginnen voorbereiden. De glaasjes wijn, cava en gin-tonic waren een telkens een beetje zon-in-een-glas, en vormden al vaak een mooie afsluiter van de dag op één of ander terras in het gezelschap van de verloofde, de familie en vrienden. Gezellig druk. Ik geniet!
MS geniet mee, van tijd tot tijd. Mijn nieuwste levenspartner is akkoord met deze gezellige drukte, zolang ik me aan het nieuwe ritme houd. Niet meer non-stop doorgaan, van ’s ochtends tot ’s avonds, zoals ik het vroeger gewoon was. Ik heb geleerd dat dat iets is waardoor mijn lichaam wel eens in staking kan gaan, of toch bepaalde lichaamsdelen. Daarom neem ik nu geregeld een pauze, en probeer ik me te behoeden voor het “van-hot-naar-her-syndroom” waarvan ik voor het stilstaan van de wereld wel eens last kon hebben. Ik doe waar ik zin in heb, op m’n eigen tempo, en plan tussen die dingen de “moetjes” van het huishouden. En dat werkt prima! Wel druk, geen stress, gewoon een leuke en gezellige drukte die ik meteen kan stoppen wanneer ík dat wil.

Het citaat bovenaan dit deel van mijn verhaal houdt een keuze in. De keuze tussen druk, stress en geluk. En het is inderdaad zo dat je die keuze zelf in de hand hebt, of toch meestal. Maar het moet toch niet zo zijn dat de ene keuze de andere uitsluit… Druk wordt vaak als iets negatiefs ervaren, en wordt vaak geassocieerd met die tweede keuze: stress. Maar druk kan ook leuk zijn, een “beetje druk” maakt me wel gelukkig. Zoals nu. Van die drukte zoals in “niks moet, niksen mag”, waarbij ik diegene ben die de pauzeknop in de hand heeft. Niet MS. Zo geeft die na slechts een weekje vakantie tóch al een beetje toe…

Early mornings, big shirts, messy hair, a book, and tea

1 juli – vakantie! Alle leerkrachten in het land waren gisteren door het dolle heen, net als alle kinderen. Een heel aantal ouders was dan weer minder enthousiast, samen met alle anderen die “toch wel vinden dat die van het onderwijs toch echt niet te klagen hebben”. Ook ik was door het dolle heen, of toch de rustige versie ervan. Misschien kan ik hier beter het woord “opgelucht” in de mond nemen. Want dat ben ik: opgelucht. Ik heb het gehaald.

10 weken en anderhalve dag. Exact zo lang was ik aan het werk na het stilstaan van de wereld, mijn verblijf in kamer 458 en mijn 6 weken ziekteverlof. Dat wil dus zeggen dat mijn nieuwe levenspartner en ik mekaar vandaag exact 17 weken geleden voor het eerst hebben ontmoet. Na die 17 weken is onze relatie nog niet echt verbeterd. Ik vind MS nog altijd niet zo leuk, en ik heb het gevoel dat dat er nooit zal in zitten. Ik heb m’n best gedaan, maar onze plannen en toekomstperspectieven sluiten niet al te nauw bij elkaar aan. Dus doe ik nu m’n best om er gewoon mee samen te leven. En dat lukt, de ene dag al wat beter dan de andere. Met hier en daar wat water bij de wijn, discussiëren we op dit moment niet al te veel.
Van discussiëren komt eigenlijk zelfs niets in huis. Ik moet toegeven dat er al heel wat momenten in onze 17 weken durende relatie zijn geweest, waarop ik de toegeeflijke moest zijn. MS is van het koppige type en geeft niet zo snel op, heb ik al gemerkt. Dus moet vooral ik water bij de wijn doen: voldoende rustpauzes inlassen, niet meteen aan de slag gaan met opruimen in de klas, voldoende gaan zitten, … (Zeg het niet tegen de verloofde, in de relatie met hem durf ik wel eens minder toegeeflijk zijn en is mijn water meestal sneller op. Ik zou niet willen dat hij jaloers wordt op mijn andere levenspartner.)
De laatste weken ging alles op school aan een hels tempo. Toetsen – verbeteren – punten ingeven – rapporten maken – klassenraad – oudercontacten – Pennenzakkenrock – proclamatie – afscheid. Dit tempo vond MS niet zo tof, maar ik moest dit wel aanhouden om klaar te geraken tegen het begin van de vakantie. Dat heeft MS denk ik een beetje boos gemaakt, en dat moet ik nu bekopen. Sinds gisteren zijn mijn benen weer zwaar, en ook mijn rug voelt vermoeid aan. Dus zal ik maar toegeven… In mijn agenda stonden morgen en overmorgen twee dagen gepland waarop ik zou gaan opruimen in de klas. Die heb ik al maar verschoven naar volgende week, en vervangen door een paar dagen rust. Niet wat ik gewend ben aan het begin van de zomervakantie, maar ik kan er best mee leven.
MS en ik, wij houden niet van dezelfde dingen. Onze karakters en interesses liggen mijlenver uit elkaar. Ik houd van dansen, MS niet. Ik houd van een stevige wandeling met het hondje, MS (voorlopig nog) niet. Ik ben eerder het actieve type, MS houdt dan weer van rust.
Gelukkig zijn er ook dingen waar MS en ik allebei van houden. Dat maakt dat het toch lukt om op een ietwat deftige manier met elkaar te leven. We houden allebei van terrasjes. We houden allebei van dezelfde series op Netflix. We houden van schrijven. We houden van knuffelen met het hondje. We houden van genieten in de tuin. We houden van knuffelen met de verloofde. Dat zijn de momenten waarop MS en ik het nog wel met elkaar kunnen vinden. Of tenminste, dat denk ik toch. Het zijn alleszins de momenten waarop MS niet van zich laat horen. Zwijgen is toestemmen, denk ik dan maar.

De komende 8 weken hoop ik mijn relatie met mijn nieuwste partner te verbeteren. Ik ga volledig inzetten op de dingen waar we allebei van houden, zodat MS ziet dat ik mijn best doe om ‘m te aanvaarden. Zodat hij ook leert wat water bij de wijn te doen, en ik er op 1 september weer fulltime kan in vliegen!