1 universe, 9 planets, 204 countries, 809 islands, 7 seas – And I had the privilege of meeting you

Wanneer de dokter in box 5 besliste dat ik onmiddellijk opgenomen moest worden in het ziekenhuis, werd het al snel duidelijk dat er voor een tweepersoonskamer geopteerd moest worden. Niet enkel omdat de hospitalisatieverzekering dit dekte, maar simpelweg omdat het al een moeilijke opgave zou worden om überhaupt een kamer te vinden. In deze periode van het jaar is het ziekenhuis namelijk nogal overbevolkt met slachtoffers van de griepepidemie en andere winter-kwaaltjes. Je hoort het al: vooral overbevolkt met oudere mensen, en dat boezemde me weinig vertrouwen in mijn toekomstige kamergenoot in. Niet dat ik iets heb tegen oude mensen, begrijp me niet verkeerd. Maar oude mensen hebben, vooral in een ziekenhuis, nogal snel de neiging om over te gaan tot een nogal storende bezigheid: zagen en klagen. En daar had ik nu net geen zin in…

Na een 30-tal minuten kwam een verpleegster me ophalen in box 5, om me naar kamer 458 te brengen. Wanneer ik over de gang liep richting mijn verblijf voor de rest van de week, kon ik het niet laten om hier en daar toch eens een kamer binnen te gluren. Ik zag grijze haren. Overal. Paniek. En toch een sprankeltje hoop: dat is hier de geriatrie niet, wie weet kom ik toch nog bij een jong iemand terecht… Bij het binnenkomen van kamer 458 zag ik grijze haren, naast het bed. In het bed waren de haren zwart. Oef! Verder dan dat keek ik het eerste half uur niet. Van zodra de mama mijn tas met pyjama en toiletgerief uit de auto had gehaald, kleedde ik me om en at ik de boterhammen die de verpleegster nog voor me had weten te scoren (het was al na 19u, heel laat om te eten aangezien ze de dagen die volgden meestal al om 16.15u met het dienblad aan de deur stonden). Ik at ze op in bed, zo kon ik een beetje uit het zicht blijven van de kamergenote en haar echtgenoot achter het gordijn.
De mama vertrok, en het zou nog minstens een half uur duren voordat de verloofde er zou zijn. De echtgenoot van de kamergenote was ondertussen vertrokken. Tijd om kennis te maken, dus! We schudden elkaar de hand, stelden ons even voor (inclusief de reden van verblijf in kamer 458, zo hoort dat in een ziekenhuis) en ik kreeg meteen enkele tips. “Het eten is best lekker, maar plattekes. Best zelf zout toevoegen. Het is hier ’s nachts heel warm, dus geen te warme pyjama’s laten meebrengen voor de volgende dagen. En als je thee wil, ik heb hier mijn eigen waterkoker. Die mag je gerust mee gebruiken.” Verder vertelde Simonne dat ze de nachten voordien eerder pech had met haar gezelschap: een oudere vrouw die last had van ziekenhuisdementie. De vrouw wist niet waar ze was en wat ze daar deed, en trok er dus ’s nachts wel eens op uit. Of ze dacht dat ze samen op een appartementje aan zee zaten. Of ze probeerde onder haar bed te kruipen. Simonne had al enkele nachten niet geslapen, en was echt doodmoe. Ze was dus blij met een jonge kamergenote als ik, en keek al uit naar een zalige nachtrust. Die kreeg ze ook, de volgende nachten.
De volgende dagen leerden we elkaar steeds beter kennen. En het werd me al snel duidelijk dat Simonne een vrouw was die al veel meegemaakt had in haar leven. Wat precies, daar wijd ik niet over uit. Dat is niet mijn verhaal om te vertellen. Ondanks alles bleef ze alles positief bekijken, en daar heb ik enorm veel bewondering voor.
Simonne was diegene die me hielp wanneer ik plat moest liggen na de ruggenmergpunctie. Ze was diegene die extra water kookte wanneer ze thee dronk, zodat ik ook een tasje thee had. Ze was diegene die het zout aangaf wanneer ik eindelijk met m’n hele verhuis van baxters op mijn stoel zat, en vaststelde dat ik het zoutvaatje uit de kast vergeten was. En zij was diegene voor wie ik voor de eerste keer de berg beklom nadat ik van de neuroloog kwam. En die erop toekeek dat ik me niet meteen van deze berg de dieperik in stortte.

Van alle kamers in het ziekenhuis kwam ik op kamer 458 terecht. Van alle patiënten in het ziekenhuis kreeg ik Simonne als kamergenote. En ik ben ervan overtuigd dat zij er mee voor heeft gezorgd dat het optimisme me is overkomen. Ik ben haar eeuwig dankbaar.