Het leven door mijn MS-bril

Ik kreeg de vraag van de Jongerenwerking van de MS-Liga om de Instagram Stories van hun account een week lang over te nemen. De bedoeling was om de volgers van deze account – vooral jongeren met MS en hun familie, vrienden, … – 7 dagen lang mee te nemen in mijn leven, om zo in beeld weer te geven hoe ik samenleef met MS.
Ik begon er vol goeie moed aan, dacht dat het een makkie zou zijn. Hoe moeilijk kon het zijn, hier en daar een fotootje nemen en voorzien van een woordje uitleg. Maar ik had het onderschat. Niet alleen was het best tijdrovend – ik ken Instagram en heb ook mijn eigen account, maar ben niet zo’n typische Instagrammer die alles op foto vastlegt en met de wereld deelt – maar tegelijkertijd was het ook erg confronterend. Ik stond weer wat meer stil bij dingen die ondertussen een vanzelfsprekendheid zijn geworden en dacht weer harder na bij alles wat niet meer zo vanzelfsprekend is als het vroeger was. Of ik dat erg vond? Nee, niet zo… Het maakte vooral dat ik aan het einde van de week toch wel best fier was over de manier waarop ik mijn leven met MS deel en het tezelfdertijd ook nog steeds leef. Ik word niet geleefd door MS en al wat die met zich meebrengt, maar ik lééf mijn leven zelf. En dat was de belangrijkste en krachtigste boodschap die ik met diegenen die mijn verhaal een week lang volgden kon meegeven, denk ik.
Ik kreeg ook erg fijne reacties. Mensen die in hetzelfde schuitje zitten die me vragen stelden, die ik op mijn beurt beantwoordde vanuit mijn eigen ervaringen. Mensen met MS die bepaalde situaties vooral erg herkenbaar vonden. En mensen met/zonder MS die me complimenteerden met hoe ik met dit alles omga. Hartverwarmend, werkelijk!

Voor wie geen Instagram heeft, geen volger is van de Jongerenwerking van de MS-Liga (doen, zou ik zeggen!) of dit simpelweg heeft gemist en toch even een kijkje in mijn leven wil nemen, speciaal voor jullie: mijn leven door mijn MS-bril gezien. Met uiteraard de nodige uitleg (once a writer, always a writer…).

img_2082img_2127

img_2132img_2133img_2134img_2135img_2136img_2137img_2138img_2141img_2142img_2143img_2147img_2159img_2160img_2161img_2162img_2163img_2164img_2166img_2171img_2172img_2173img_2174

img_2182

img_2185img_2194img_2195img_2196img_2202img_2203img_2204img_2205img_2206img_2210img_2227img_2228img_2229img_2231img_2232img_2233img_2235img_2237

It’s hard to trust when all you have from the past is evidence of why you shouldn’t

Het vertrouwen is weg. Niet het vertrouwen in de hubby. Nee, integendeel. Dat is groter dan ooit. Niet het vertrouwen in de toekomst. Ik ben niet wanhopig, en geloof nog steeds dat er vroeg of laat een happy end aan dit momenteel trieste verhaal zal komen. Nee, het vertrouwen waarover ik het heb is het enige wat voor de meesten een vanzelfsprekendheid is: het vertrouwen in mijn eigen lichaam.

Tot begin maart 2015 heb ik altijd een goede band gehad met mijn lichaam. Ik was tevreden met hoe het er uit zag en kon eten wat ik wou zonder een grammetje bij te komen. Ik was zelden ziek, en áls ik al eens ziek was ging het meestal om een stevige verkoudheid die ik steeds na enkele dagen overwonnen had. Zelfs wanneer ik mijn tijdelijke intrek nam in kamer 458 van het ziekenhuis, was ik er nog steeds van overtuigd dat wat ik ook had ook wel weer snel zou overwaaien. Maar zoals je eerder al kon lezen, was niets minder waar. Het verdict was duidelijk: MS had de controle overgenomen. Hij was m’n lijf binnengeslopen en had stapje voor stapje mijn immuunsysteem overtuigd om met hem mee te werken. Blijkbaar zat die indringer er al een tijdje, en die hele tijd wist ik van niets. Mijn eigen lichaam had me verraden. En zo voelde ik me ook. Verraden. Alsof mijn lichaam een collaborateur was, die had meegewerkt met de vijand.
Sinds het stilstaan van mijn wereld legden mijn lichaam en ik een hele weg af. Een weg van elkaar opnieuw leren kennen, opnieuw vertrouwen opbouwen, van grenzen verkennen en verleggen. Er waren dagen waarop ik mijn lijf haatte omdat het weer eens toegaf aan MS, en dagen waarop ik het dankbaar was omdat het mij liet voelen dat de vijand weer in de aanval ging. Langzaam maar zeker leerde ik te luisteren naar mijn lichaam, leerde ik te luisteren naar wat het me toefluisterde zodat het niet meer zou hoeven te schreeuwen. En mijn lichaam fluisterde, zo stil dat de vijand niet kon meeluisteren. Zo konden we samen MS te slim af zijn, of dat was toch het plan.
Mijn lijf was er op de duur zo goed in geworden, in dat fluisteren, dat het mij ook andere dingen probeerde te vertellen. De laatste weken van de zomervakantie deed het dan ook z’n uiterste best om mij ditmaal een keertje goed nieuws te brengen. Subtiel, maar overduidelijk. Na enkele weken luisteren naar dat gefluister – wel maar met een half oor, moet ik toegeven – werd het nieuws dat mijn lichaam me wilde vertellen bevestigd met een dikke, vette plus. Ik was zwanger.
Vanaf dat moment was alles weer koek en ei tussen mij en m’n lijf. Ik zat voor het eerst sinds lange tijd weer helemaal goed in m’n vel. En mijn lichaam ook. Het deed z’n uiterste best om deze tijd zo aangenaam mogelijk te maken voor mij. Geen ochtendmisselijkheid of andere onaangename zwangerschapskwaaltjes, maar enkel en alleen het gelukzalige gevoel dat elke zwangere vrouw zou moeten ervaren. Ik liep op wolkjes, en ditmaal niet doordat mijn rechterbeen gevoelloos was. Nee, het was zalig… Het maakte dat ik de moeilijke relatie die ik het afgelopen jaar had met mijn lijf opeens vergat. Ik had weer het volste vertrouwen in mijn lichaam, we zouden de komende maanden immers nog goed moeten samenwerken om dat wondertje in mijn buik te laten groeien en ter wereld te brengen.
Met het slechte nieuws van de gynaecoloog was ik dat vertrouwen echter weer helemaal kwijt. De meting van het vruchtje toonde immers aan dat ons kindje al enkele weken niet meer leefde. Al bijna 3 weken droeg ik een dood kindje in mijn buik, en dat terwijl mijn buik nog zienderogen groeide en ook de andere symptomen er nog steeds waren. Mijn lichaam had me weer een rad voor de ogen gedraaid, had me laten geloven dat ik nog steeds zwanger was terwijl dat in werkelijkheid niet meer zo was. Weer voelde ik me verraden. Deze keer werkte m’n lijf niet mee met een vijand, maar opereerde het helemaal alleen. “Omdat de natuur het zo voorzien had”, zei de gynaecoloog. Zonder waarom. Zonder reden. Zomaar.
Ik merk wel dat het al spijt heeft van wat er gebeurde. Na het slechte nieuws van de gynaecoloog heeft m’n lijf alles in het werk gesteld om dit duidelijk te maken. De miskraam kon op natuurlijke manier gebeuren, net zoals ik wou, en kwam op het best mogelijke moment in het rouwproces van manlief en mij. Het herstel na de miskraam ging vlot en mijn lichaam was er sneller weer bovenop dan verwacht. Het fluisterde me al een paar keer toe dat MS weer is ontwaakt en verplicht me van tijd tot tijd om rust te nemen, voor mijn eigen bestwil. Maar ondanks alle moeite die het doet, zal het nog even duren vooraleer ik m’n lijf weer zal kunnen vertrouwen. Als dat nog enigszins mogelijk is…

De band tussen mij en mijn lijf is opnieuw verstoord. Wat begin september nog koek en ei was, is nu weer water en vuur. Wat moet ik nu nog geloven? Moet ik nu nog naar het fluisteren luisteren, of moet het negeren? Kan ik er op vertrouwen dat mijn lijf me de waarheid toefluistert, of moet ik wantrouwig zijn elke keer het me iets probeert te vertellen? Hoe kan ik het weer vertrouwen, als het verleden me de laatste jaren heeft bewezen dat het mijn vertrouwen niet waard is?

You never know how strong you are until being strong is the only choice you have

Mijn afspraak met MS twee weken geleden was geen topper. Ik had gehoopt dat als ik me aan mijn deel van de deal zou houden, MS dat ook zou doen. Ik heb me jammer genoeg vergist, en het moment waarop dat helemaal tot me doordrong dreigde de wereld weer even stil te staan. Heel even maar…

Maandagochtend, 8 uur. Na de drie moeizame happen die moesten doorgaan voor een ontbijt, pikte de mama me op om naar het ziekenhuis te gaan. Om 9 uur stond ik op de planning voor de scan, en ik wilde niet te laat komen. Uiteraard had ik de ochtendspits zwaar overschat – weet ik veel, ik rijd elke dag m’n kilometertje naar school met de fiets – en waren we al om half 9 ter plaatse. Geen enkel probleem, want voor ik goed en wel gezeten was in de wachtruimte van de dienst medische beeldvorming werd mijn naam al afgeroepen. Of toch iets wat veel weg had van mijn naam, ervaring heeft me al geleerd dat mijn familienaam blijkbaar tot de categorie van moeilijk uit te spreken woorden behoort. Ik werd door de verpleegster begeleid tot in het kleedhokje, en vriendelijk verzocht me uit te kleden en alle metalen voorwerpen te verwijderen. Eenmaal omgekleed kwam de verpleegster me weer ophalen om de nodige voorbereidingen te treffen. Ja hoor, daar kwam weer een naald aan te pas. En nee, ook na mijn verblijf op kamer 458 eerder dit jaar ben ik daar nog steeds geen al te grote fan van. Ik had het geluk een geduldige, vriendelijke verpleegster getroffen te hebben, die me geruststelde dat het “maar even zou prikken”. Terwijl ze prikte en het infuus in gereedheid bracht, overstelpte ik haar met vragen. Niet dat ik op die vragen zelf geen antwoord wist, ik had deze routine een zestal maanden geleden al twee keer ondergaan, maar gewoon omdat het me minder bevorderlijk leek voor mijn zenuwen als dit alles stilzwijgend moest gebeuren met op de achtergrond het kloppende en bonkende geluid van de scan. Want ja, zenuwen waren er toch weer. Niet voor de gebeurtenis, ik wist nog van de vorige keren dat het ondergaan van de scan hoogst onaangenaam was wat de verkrampte lichaamshouding betreft, maar verder geen ongemakken met zich mee bracht voor mij. Nee, de zenuwen waren er voor de uitslag, en die zou pas de volgende dag komen…
Na de scan mocht ik me weer omkleden en meteen naar huis vertrekken. Na de nodige tussenstop aan de bakker en een tas thee met de mama en enkele van haar vriendinnen, kon ik m’n dagelijks taken thuis weer gewoon opnemen. Maandag was een verlofdag op school, dus concentreerde ik me in de namiddag op het huishouden. Of beter gezegd: probeerde me op het huishouden te concentreren. Er ging namelijk geen minuut voorbij zonder aan de uitslag van de MRI te denken… Het moeilijke is dat ik op geen enkele manier kon inschatten hoe die zou uitdraaien. De neuroloog had me bij de vorige consultatie vertelt dat er letsels kunnen opduiken in je hersenen, zonder dat je daar ook maar iets van voelt. Dus ook al voelde ik me op dat moment heel goed, MS kon zich ook stiekem niet onze deal houden. Ik kon alleen maar afwachten, en laat dat nu net iets zijn waar ik niet goed in ben, wachten.
Dinsdagochtend, kwart na 9. Voor de tweede dag op rij reed ik de parking van het ziekenhuis in. Deze keer zat de verloofde achter het stuur. Hij had zich vrijgemaakt om mee te kunnen gaan naar de consultatie bij de neuroloog, wat me toch al wat geruststelde. Wat het verdict ook zou zijn, ik zou het niet alleen moeten aanhoren. Onderweg naar het ziekenhuis waren mijn gedachten alle kanten op gegaan. Van het ene in het andere extreme uiterste. Misschien waren er wel letsels bij gekomen. En wat dan? Of misschien is alles gewoon stabiel gebleven. Of misschien, heel misschien bestond er nog een waterkansje dat de neuroloog zich een zestal maanden geleden grandioos vergist had, en dat ik dan tóch geen MS zou hebben. Een mens mag dromen, nietwaar? Hoewel dat laatste wel echt wishful thinking was… Weer kon ik me nauwelijks zetten in de wachtruimte, vooraleer mijn badgenummer op het scherm verscheen. Op de deur van de consultatieruimte werd ik – met correcte familienaam – vriendelijk verzocht binnen te gaan en de deur achter mij te sluiten. Daar zaten we dan, klaar voor het verdict, en tegelijk alles behalve klaar om te aanhoren wat de neuroloog te vertellen had.
“Er is een nieuw letsel te zien op de scan” BAM, daar had je het. Wat ik dacht, wat ik verwachtte, maar wat ik hoopte niet te moeten horen. Ik vroeg om het resultaat van de scan te mogen zien. Per slot van rekening had ik al 3 keer in die machine gelegen, en had ik totnogtoe geen enkele scan gezien. De neuroloog leek te schrikken van die vraag, hoewel het volgens mij een toch wel heel logische vraag was. Maar goed… Op de scan was het duidelijk te zien. Het nieuwe letsel tekende zich als een wit vlekje in het midden van mijn hersenen af. De neuroloog toonde me ook waar de andere letsels zitten, die er zes maanden geleden al waren en dus nu nog steeds. Oké, een nieuw vlekje erbij. Terwijl ik dat nog probeerde te plaatsen, hoorde ik de volgende vraag al uit mijn mond komen: wat betekent dit? Voor het ziektebeeld? Voor eventuele medicatie? Voor MS? Voor mijn leven, ons leven? De neuroloog wist deze vragen wel te beantwoorden, en toch stond ik om kwart voor 10 nog even verdwaasd als voordien voor de lift. Want de neuroloog zei niet dat het slecht nieuws was. Maar het was duidelijk ook geen goed nieuws. Dus wat was het dan wel? Een beetje slecht? Of een beetje goed?
De rest van de dag ging met ups en downs. Het ene moment leunde ik meer naar het “beetje goed nieuws”, het andere moment dacht ik meer aan het “beetje slecht nieuws”. En nog een ander moment wist ik het niet: goed of slecht? Ondertussen stroomden de berichtjes binnen. Familie, vrienden, collega’s, … Allemaal waren ze benieuwd naar wat de neuroloog ons had verteld. Ik hield het kort: nieuw letsel, bla bla, nog geen medicatie, bla bla, geen goed nieuws maar ook niet dramatisch.
De volgende dag was ik dan ook blij dat ik weer kon gaan werken. De collega’s en de kids zouden me wel helpen met het verzetten van mijn gedachten. En in de namiddag had ik trouwens een afspraak om hét kleed te gaan halen in Antwerpen. Als dat mijn gedachten niet zou kunnen verzetten, wist ik het ook niet meer. En ja, het lukte! Tegen de avond zat mijn hoofd overvol met trouwvoorbereidingen, en was er geen plaats meer voor MS.
Totdat ik ging slapen. De hele nacht piekerde ik over wat de neuroloog had gezegd. Tussen het gepieker door kreeg ik maar enkele uurtjes slaap, wat maakte dat ik ’s ochtends doodmoe was. En toen kwam het: het moment waarop de wereld weer even stil dreigde te staan. De tranen kwamen en leken niet te stoppen. De sterke M, die zich de voorbije dagen, weken en maanden sterk hield, stortte even in. Met de nadruk op “even”. De verloofde, de collega’s, ze zagen het allemaal. En ik denk dat ze best even schrokken. Maar zij zijn diegenen die ervoor zorgden dat de wereld tóch bleef draaien, en dat ik me snel weer kon herpakken. En daarvoor ben ik hen voor de duizendste keer weer eens ongelooflijk dankbaar.

MS heeft zich dus niet aan onze deal gehouden. Terwijl ik braafjes deed wat ik had beloofd, deed MS stiekem z’n eigen zin. En eerst wist ik niet echt goed hoe ik me daarbij moest voelen. Heel even leek ik helemaal uit het veld geslagen. Maar na een kleine dip herpakte ik me, en was ik weer die sterke M. Omdat ik het wil, maar vooral omdat ik het moét. Want zo is het: als ik mijn leven in eigen handen wil houden, dan moét ik sterk zijn. Ik had nooit gedacht dat ik ooit zo sterk zou kunnen zijn. Maar dat is het nu net: niemand weet hoe sterk je eigenlijk bent, totdat sterk zijn de enige keuze is die je hebt.

Living Apart Together

Ik heb een LAT-relatie. Wij hebben een LAT-relatie, MS en ik. Na lang discussiëren en grenzen aftasten, zijn we (denk ik) tot een overeenkomst gekomen. Ik ben eens benieuwd hoe lang dit goed blijft gaan, zo apart samen leven…

Ik heb al een héle tijd niet meer geblogd. En dat is goed nieuws. Want schrijven is mijn therapie, dus als ik niets héb om over te schrijven wil dat zeggen dat ik geen therapie nodig heb dus dat het goed met me gaat, logischerwijze. Is ook gewoon zo. Het gaat goed met me. Het schooljaar is weer begonnen, de routine is weer terug, ik had een fantastische en onvergetelijke vrijgezellendag (met grote dank aan mijn girls), de laatste trouwvoorbereidingen zijn in volle gang, en ik ben al volop m’n boodschappenlijstje voor het verjaardagsfeestje overmorgen aan het opstellen. Het gaat goed. Soms gaat het zelfs zo goed dat ik mezelf weer helemaal verlies in mijn job en vergeet dat ik ook nog een leven naast het werk heb. Zó goed gaat het.
Het gaat zo goed, dat ik de laatste tijd minder en minder aan MS moet denken. Er zijn dagen dat ik mijn nieuwe levenspartner – ook al heb ik ‘m al een dik half jaar, voor mij blijft hij nieuw – zelfs helemaal vergeet. Die dagen zijn echt heerlijk: gewoon mijn eigen ding doen, zonder erbij te denken “oei, dat ga ik straks weer moeten bekopen”. Achteraf moet ik het dan vaak wel even bekopen, maar dat onderga ik dan maar zonder er al te veel over te gaan piekeren.
MS lijkt zich bij deze situatie te hebben neergelegd. Ik ben ondertussen een vijftal weken fulltime aan de slag in m’n klas en ik slaag er in om het huishouden grotendeels te beredderen (met hier en daar nog een helpende hand van de mama), zonder grote noemenswaardige klachten aan benen of eender welk ander lichaamsdeel. ’s Avonds ben ik wel moe en kan ik me niet wakker houden in de zetel, maar dat is al jaren het geval dus daar kan ik nog perfect mee leven. Zo lang ik me maar houd aan de rustpauzes die mijn lichaam me aangeven, lijkt MS me perfect tevreden.
Nu, zo’n LAT-relatie impliceert natuurlijk dat je van tijd tot tijd ook eens aandacht moet schenken aan elkaar. En jammer genoeg ligt mijn volgende afspraak met MS al vast. Volgende maandag hebben we afgesproken in het ziekenhuis. Niet in kamer 458, maar op de dienst MRI. Samen gaan we gezellig een half uurtje onder de scan. Even bijpraten, over ons. Hoe het met mij is, en met MS. Hoe het met “ons” is. Dinsdag volgt het verdict. Dan weten we hoe onze relatie er voor staat. En geloof me, ik kijk er nog niet meteen naar uit… Sinds gisteren loop ik rond met een knoop in m’n maag, en slaap ik net iets onrustiger. M’n gedachten dwalen sneller af, ik kan me minder goed op mijn werk concentreren en krijg niets georganiseerd. Ik probeer me wat af te leiden met trouwvoorbereidingen en denk aan mijn verjaardag die eerst nog op de planning staat, maar toch… Het liefst zou ik op de fastforward – knop duwen om de tijd een weekje door te spoelen en weer gewoon door te gaan in de dagdagelijkse routine. Maar zo werkt dat niet, zo’n LAT-relatie. Als ik wil dat die goed blijft werken, houd ik me maar best aan de afspraken. Des te groter de kans dat MS dat ook gaat doen. Even tandenbijten dus.

Ik was er nooit een grote voorstander van, van zo’n LAT-relaties. Ik houd alles en iedereen altijd graag zo dicht mogelijk bij mij. Maar voor MS maak ik graag een uitzondering. Hopelijk kan mijn nieuwe levenspartner dat appreciëren, en vraagt die niet meteen om een nieuwe afspraak wanneer we elkaar treffen volgende week. We shall see…

I’ll look back on this and smile because it was life and I decided to live it

Ik heb gewonnen! Sinds een dikke week is mijn leven weer van mij. MS moeit zich steeds minder met mijn gedachten, waardoor ik niet meer pieker. Ik durf terug meer dingen doen die ik voor het stilstaan van de wereld deed, zonder me steeds af te vragen wat het zal doen met mijn lichaam. Mijn leven is weer helemaal van mij.

Sinds enkele weken wandel ik terug meer. Van maart tot nu heeft de verloofde zich altijd “opgeofferd” om het hondje z’n dagelijkse beweging te geven. Opgeofferd is niet echt het juiste woord, wanneer hij tijd heeft doet de verloofde dit met veel plezier. Maar voor mijn verblijf in kamer 458 werden de wandelingetjes verdeeld. ’s Middags ging de verloofde wandelen, na school ik. Sinds het stilstaan van de wereld was dat voor mij nog geen optie. Ook de lange wandelingen die we samen deden in het weekend lagen niet binnen het interesseveld van MS. Dus ging de verloofde alleen wandelen, en bleef ik thuis. Tot enkele weken geleden. Het thuis blijven begon me zo stilaan te vervelen, dus besloot ik dat MS de boom in kon en ging ik mee. De eerste keren moest ik het wel eens bekopen, met verkrampte of vermoeide benen de dag nadien. MS had geen zin in een nieuwe hobby. Maar ondertussen blijkt dat ik mijn nieuwe levenspartner toch hebben kunnen overtuigen. Ik heb ’s ochtends nog wel vermoeide benen, maar mijn knieën voelen steeds minder verkrampt aan. En ik weet niet of de vermoeide benen al dan niet met het wandelen te maken hebben, ik had ze ook wanneer ik nog niet mee ging wandelen… In ieder geval, de beweging doet me deugd, en stiekem denk ik dat het MS ook deugd doet. Zoniet, had die zich al veel meer laten voelen.
Woensdag ben ik voor het eerst in lange tijd alleen gaan wandelen met het hondje. Het lijkt geen grote overwinning, maar dat is het wel. Wie het hondje een beetje kent, weet waarom. Het was een korte wandeling van slechts een half uurtje, maar ik voelde me alsof ik bergen had verzet wanneer ik thuis kwam. Yes, weer een stukje terrein gewonnen ten opzichte van MS!
Zo win ik elke dag een stukje meer terrein, en ben ik elke dag een stukje meer ik. Het voelt fantastisch dat ik de belofte die ik maakte aan het begin van de vakantie ook werkelijk kan waarmaken: ik neem mijn leven terug zélf in handen en zet MS buitenspel. Of toch voor even. Want ik moet realistisch zijn, ooit gaat MS weer even de touwtjes in handen nemen en mij buitenspel zetten. En wanneer dat gebeurt, zal ik weer moeten toegeven. Of toch voor even. Want MS moet ook realistisch zijn: elke keer hij de controle van me overneemt, ga ik die net als nu telkens stukje voor stukje terug opeisen. En het feit dat ik nu weet dat dat geen loze belofte is, maakt dat ik met meer vertrouwen naar de toekomst kan kijken.

Ik durfde lang geen plannen maken, ik durfde lange tijd niet dromen. Stilaan lukt het me om terug (voorzichtig) vooruit te kijken. Om terug uit te kijken naar wat me nog te wachten staat in de toekomst, in plaats van bang ze zijn van de onzekerheid die die met zich meebrengt. Maar waar ik vooral naar uitkijk, is het terugkijken. Ik zal terug denken aan het moment dat ik heb besloten om mijn leven te leven, weer zélf in handen te nemen, en het niet te laten leven. En ik zal me fantastisch voelen…

Friends are therapists you can drink with

Vrienden zijn onbetaalbaar. Ik ben gelukkig “gezegend” met de beste vrienden ter wereld. Het klinkt alsof het van een 16-jarige puber kan komen, zonder de term BFF of nog enige andere toegevoegde letters hier en daar. Maar het is de waarheid. En het zijn onder andere vrienden die me vertrouwen geven in de toekomst.

Vandaag was zo’n dag die ik graag wil bewaren. In een zakje, of een doosje, of in één van onze rommelige kasten of schuiven (die we in overvloed hebben), om later nog ’s opnieuw te kunnen gebruiken. Vandaag was een gewone dag. Za-lig! De gewone dagen zijn de beste. De dagen waarop mijn leven z’n gewone gangetje gaat, alles inbegrepen. Te vroeg opstaan voor een vakantiedag (doe ik elke dag, een dag is te kort om tot de middag te liggen knorren tenzíj het met de verloofde is), stofzuigen, naar de winkel gaan, koken. ’s Middags samen eten met de verloofde, beetje voorbereiden in de klas, samen eten, wandeling met de hond. Misschien moeilijk te begrijpen, maar dat zijn de dagen waarvan ik geniet. De dagen waarop MS zich niet moeit met mijn leven zijn kostbaar, want ik weet niet hoeveel ik van die dagen heb. Dat zeg ik niet om medelijden op te wekken, het is ondertussen wel duidelijk dat ik dat net niet wil, maar gewoon om realistisch te zijn.
Na de wandeling lieten we het hondje alleen thuis om nog even iets te gaan drinken met een paar vrienden. Ik vertrok met weinig zin. Geen tegenzin, zo mag ik het niet noemen. Maar je kent het wel: kwart voor 10 in het midden van de week, en het lijkt zo verleidelijk om neer te ploffen in de zetel en een film op te zetten. Maar dan bedacht ik me dat ik dan waarschijnlijk toch in slaap val (MS houdt niet van films na 9 uur ’s avonds) en besloot ik toch mee te gaan met de verloofde. Goede beslissing, weet ik nu.
Het was gezellig. Er werd een pintje gedronken (meer dan één ook), er werd gepraat en er werd gelachen. Onze grote dag was meer dan eens het gespreksonderwerp, vooral omdat iedereen er naar uitkijkt om nog ’s een goed feestje te bouwen, en ook wanneer de verloofde en enkele vrienden zich naar de kickertafel begaven bleef dit onderwerp hangen. Van trouwen kwamen we al snel bij het thema “kinderen”, en wanneer dit op onze “planning” staat. Ik zei dat we daarvoor de scan in oktober toch moeten afwachten, om te weten waar ik op “dat vlak” sta. Eén vriend die knikte, één iemand die me niet-begrijpend aankeek. Hij wist van niets. Oh, jee… Ik kon door de grond zakken. Niet omdat ik mijn hele verhaal in speed-versie moest vertellen. Wel omdat ik weer bang was om medelijden op te wekken.
Ik haat het als mijn nieuwe levenspartner gespreksonderwerp van de avond wordt, al die aandacht heeft hij niet verdiend. Maar ik wil wel dat iedereen mijn verhaal kent. Míjn verhaal, en geen losse flarden van geruchten die aan elkaar gebreid worden. Dus vertelde ik. Van begin tot nu. Het verblijf in kamer 458, de onderzoeken, de weken thuis, de maanden nadien, mijn laatste bezoek bij de neuroloog, en hoe ik me vandaag voel. En dan 10x sorry. Ik voelde me een beetje… ambetant. Ik herhaalde na elke “sorry” dat ik geen medelijden zoek, integendeel.
Ik werd begrepen. Na een tiental keer “sorry” mocht ik dat woord zelfs niet meer gebruiken. Ik kreeg complimenten. Over hoe ik met deze verandering in mijn leven omga, hoe ik erover kan praten. En geloof me, die complimenten zijn tof, echt waar. Ze doen me deugd, echt. Maar weet je wat me nog het meeste deugd deed? Het feit dat we na dat onderwerp, dat niet het leukste of makkelijkste onderwerp is, naadloos konden overschakelen naar het onnozel doen en lachen van een half uur voordien. Er kwam geen ongemakkelijke stilte. Geen “jaja” of “alé, MS zeg…” of andere halfslachtige zinnen om het gesprek af te sluiten. Het gesprek ging gewoon weer verder. Gewoon.

De conclusie? De titel van deze post zegt het al. Friends are therapists you can drink with. En dat is onbetaalbaar.

Dear self: don’t focus on the negative

Alles in orde, oef. Het bezoekje aan de neuroloog was gelukkig snel voorbij, en werd afgesloten met een “alles is in orde”. Ik ben gerustgesteld, de verloofde is gerustgesteld, de mama is gerustgesteld, … Iedereen is weer even gerust, en dat mag hopelijk nog lang zo blijven.

Alles ging snel vanochtend. Na een viertal weken vakantie was dat plots een heel ander ritme dan ik gewend was. Ik sta wel altijd op tijd op, uitslapen zonder de verloofde zegt me niet zo veel, maar doe dan alles rustig aan. Douche nemen, aankleden, theetje zetten, beetje stofzuigen, beetje koken, beetje schoolwerk, enzovoort. Vanochtend moest ik op tijd uit bed (en je kent het, net dan heb je zin om eens goed uit te slapen, typisch), snel douchen, aankleden, coiffure in orde brengen, het onmisbare laagje make-up aanbrengen en vertrekken. Ik werd immers om 9u al bij de neuroloog verwacht.
Ook in het ziekenhuis ging alles snel. Deze keer moest ik nergens aanschuiven, en ik heb me nog niet eens goed en wel kunnen neerzetten in de wachtkamer. Maar goed dat alles zo snel ging, dat gaf me geen tijd om te gaan piekeren. Ik legde mijn klachten opnieuw uit, en de neuroloog deed zijn gewoonlijke testjes. Daaruit bleek al snel dat er niet echt iets mis was. Na weer een test met de “tjoepkes” op mijn hoofd en rug, kon hij besluiten dat er neurologisch gezien niets aan de hand was. Geen verstoorde zenuwbanen, geen nieuwe opstoot. Oef! Blijkbaar kunnen spierkrampen wel voorkomen, en is daar niet veel aan te doen. Hij schreef me magnesium voor, en raadde me aan om toch in beweging te blijven. Zwemmen of fietsen zou ideaal zijn, dus ik zal me er toch maar eens toe brengen om me twee keer per week richting het zwembad te begeven.
Het beste nieuws is dat ik nergens op moet letten. Ik moet niet rustig aan doen, mag gewoon alles in het huishouden e.d. doen. Logisch, want er is niets aan de hand. Maar vooral het feit dat ik gewoon alles kan en mag, maakt me gelukkig. Want zo lang ik ergens mee bezig ben, begin ik niet te piekeren.
Sinds vanochtend ben ik opgelucht, de berg twijfels is weg. Daarmee verdwijnt de “beenpijn” nog niet, maar ik weet nu dat ik me geen hele dag in de zetel moet liggen én dat mijn gedachten dus veel minder kans zullen krijgen om me gek te maken.
Het feit dat er niets aan de hand is, doet me wel twijfelen aan mezelf. Waren mijn klachten wel erg genoeg om de neuroloog te contacteren? Zit het niet gewoon in mijn hoofd? Het is misschien onnozel, maar daar ben ik echt bang voor. Dat ik zo’n hypochonder zou worden die bij de minste klacht aan de telefoon hangt bij de dokter. Je weet misschien nog wel dat ik al vertelde dat ik niet meteen fan ben van dokters, en dat is voorlopig nog niet echt veranderd, en ik hoop eigenlijk dat dat niet al te snel gaat veranderen. Ik wil er geen gewoonte van maken om er op bezoek te gaan.
Het moeilijke is dat ik nog helemaal niet weet op welke manieren MS van zich kan laten horen, en dat ik ook nog niet weet welke klachten er al dan niet mee te maken hebben. Wanneer MS en ik aan elkaar gewend zijn zal dat allemaal wel anders zijn, en zal ik perfect weten wanneer het tijd is om de dokter te vereren met een bezoekje. Tot dan zal ik af en toe eens een vals alarm moeten laten afgaan.
Jammer genoeg is het bij zo’n vals alarm wel eens gevaarlijk om in de val te trappen: de val van het pessimisme. Gisteren voelde ik hoe het gepieker en alle gedachten die door m’n hoofd gingen er langzaam maar zeker in slaagden om m’n humeur te doen kelderen. Dat is duidelijk tussen de regels door te lezen in mijn post van gisteren. Ik kon niet anders dan overal het negatieve in te zien. Zelfs als ik er van uit ging dat er niets aan de hand was, kon ik daar nóg iets negatiefs in vinden. Als Dalai Lama de zoveelste me bezig moest horen, hij zou me een goeie oorveeg verkopen. En terécht! Waar ik enkele maanden geleden nog van de daken schreeuwde “Be optimistic!”, kon ik gisteren verdorie nog niet eens het positieve zien in het positieve zelf. Ik was zo gefocust op het negatieve, dat ik het positieve niet eens de kans gaf. Shame on me…

Dus vandaag: een berichtje aan mezelf. Stop potverdikke met dat negatieve, en switch terug naar de positiviteit van de voorbije maanden!

Courage is what it takes to stand up and speak – Courage is also what it takes to sit down and listen

Dag twee. Vandaag lig ik de tweede dag met de voeten omhoog in de zetel. Dat met buiten regenwolken en windstoten, de zomer nam even vrijaf. Heerlijk toch, zou je dan denken. De ideale regenachtige vakantiedag: tasje thee, dekentje, film op, en knuffelen met het hondje. Geniet ervan, zou je dan denken. Maar terwijl ik mijn lichaam liet rusten, klopten mijn gedachten overuren.

Weet je nog? Ik had het druk. Heerlijk druk. Had de pauzeknop zelf in de hand. Had MS overtuigd een stap terug te zetten, en mijn leven terug aan mij over te laten. En ik was blij, zo blij. Euforisch is misschien een beter woord, als ik mijn vorige post herlees.
Wat een contrast met de afgelopen twee dagen. Niet dat het aan mij te zien is, naar iedereen rondom mij toe gedraag ik me heel gewoon. Ik babbel over de gewoonlijke koetjes en kalfjes, ik lach en ik knik. Binnenin draaien mijn gedachten op volle toeren, terwijl ze eigenlijk niet goed weten wat ze moeten denken.
Sinds enkele dagen zijn mijn benen moe. Dat is toch niets nieuws, hoor ik je denken. Het nieuwe is dat ze niet enkel ’s avonds moe zijn, maar ook ’s ochtends. En ’s middags, en in de voormiddag, de namiddag, en ’s nachts. Ik weet dat ze moe zijn, omdat ze pijn doen. Geen stekende pijn, meer een zeurende pijn. De pijn die je voelt nadat je een marathon hebt gelopen zonder ervoor te trainen (denk ik, tot nu toe was ik niet gek genoeg om aan zo’n onderneming te beginnen). Ook mijn rug voelt zich niet echt tip-top. Maandag kon ik het gevoel nog negeren, en deed ik gewoon “mijn ding” zoals alle andere dagen van de vakantie. Het vermoeide gevoel steekt nu en dan de kop op, en aangezien het vakantie is kon ik toch zelf kiezen om te rusten wanneer het nodig was, dus maakte ik me niet al te veel zorgen.
Gisterochtend kon ik het echter niet meer zomaar naast me neerleggen, en moest ik besluiten een dagje in de zetel door te brengen. Geen probleem, dacht ik. Het weer zat toch niet mee, dus een dagje tv-kijken en wat wedding-stuff in orde brengen leek me best wel aantrekkelijk. Het was ook leuk, de eerste paar uren. Daarna ging het al snel vervelen. Tijdens die tijd, die trouwens langer duurt wanneer je je verveelt, kwamen de eerste twijfels in me op. Wat als de pijn in mijn benen geen gewone vermoeidheid is? Wat als dat weer een andere manier van MS is om van zich te laten horen? Of misschien heeft MS er helemaal niets mee te maken. Misschien heb ik gewoon een nachtje slecht gelegen, en voelen m’n benen daardoor verkrampt aan en doet m’n rug daardoor pijn. Misschien beweeg ik niet genoeg. Of misschien beweeg ik te veel. Te snel. Te traag. Misschien …
M’n gedachten draaiden op volle toeren, maar ik wilde mezelf niet al te ongerust maken. In plaats van een antwoord te zoeken op alle vragen die ik mezelf stelde, besloot ik nog enkele dagen af te wachten. Als mijn benen zich tegen het weekend niet beter zouden voelen, zou ik even contact opnemen met de neuroloog. Of de huisdokter. In ieder geval met íemand die me misschien kon helpen om deze vragen te beantwoorden.
Vandaag stond ik op met hetzelfde gevoel in m’n benen, dus ik keek weer op tegen een dagje zetelliggen in alle mogelijke posities. Benen omhoog, voeten omhoog, voeten omlaag, op mijn zij, … Geen enkele positie kon verlichting brengen voor mijn benen of mijn rug. De lading films die ik nog niet had gezien raakte stilaan op, waardoor het piekeren niet lang uitbleef. Tegen de middag kon ik mijn gedachten niet langer voor mezelf houden, ik moest van die twijfels af geraken.
Mijn eerste hulplijn was een MS-groep op Facebook. Vooraleer de dokter (onnodig) lastig te vallen, besloot ik ten rade te gaan bij “ervaringsdeskundigen”. Andere MS-patiënten zouden me wel kunnen vertellen of mijn klachten iets te maken hebben met mijn nieuwste levenspartner. Stiekem hoopte ik dat ze allemaal uit de lucht zouden komen vallen, en zouden zeggen dat ze nog nooit van dat soort klachten of symptomen hadden gehoord. Dan zou ik gewoon naar de huisdokter kunnen bellen om te vragen welke vitaminen ik zou kunnen nemen om vermoeidheid tegen te gaan, en daarmee zou de kous af zijn. Ik deed mijn best om de klachten die ik had zo goed mogelijk te verwoorden, wat best moeilijk was. Buikpijn, hoofdpijn, keelpijn: allemaal klachten die eenvoudig te omschrijven zijn. Rugpijn is al iets gecompliceerder, en een woord als “beenpijn” bestaat niet eens. Al snel kwamen de eerste reacties. Jammer genoeg zeiden al mijn lotgenoten wat ik al verwacht had. “Ik zou toch de dokter eens contacteren” en “Heb je je neuroloog al getelefoneerd?”. Buh, deze hulplijn was dus al een dood spoor. Was te verwachten, een MS-patiënt is daarmee nog geen MS-deskundige.
Hulplijn nummer twee dan maar. Het internet. Het alwetende medium dat een antwoord kan geven op alle vragen. Beter nog: méérdere antwoorden op elke vraag. Hoewel, beter… Volgens het ene forum zijn mijn klachten overduidelijk MS-gerelateerd, volgens de andere website dan weer overduidelijk niet. Volgens de ene bron moet ik proberen zoveel mogelijk te bewegen, volgens de andere moet ik dan weer zoveel mogelijk rusten. Oh jee, raak daar maar eens wijs uit. Al snel kwam ik tot de conclusie dat ik hier niet wijzer uit zou worden. Vlak nadat ik tot dat besluit kwam, kon ik mezelf wel tegen m’n kop slaan. Hoe kwam ik er toch bij om te gaan opzoeken op het internet? Zomaar in het wilde weg symptomen intypen op Google in de hoop hét antwoord voorgeschoteld te krijgen? Ik dacht nu zélf toch wel dat ik slimmer was dan dat…
Ondertussen kreeg ik een berichtje van een lotgenote. Eén van de kinderen die volgend jaar bij mij in de klas komen, heeft een ouder met MS. We hebben al even contact met elkaar, gewoon omdat het fijn is om af en toe eens lief en leed te delen met iemand die weet hoe het voelt. Niet dat ik met de verloofde mijn lief en leed niet deel, begrijp me niet verkeerd. Met de verloofde praat ik heel vaak met wat MS met mijn leven en met ons leven doet. Maar soms doet het deugd om als antwoord te krijgen “ik weet wat het is”. En hoe zeer de verloofde ook zijn best doet, zelfs al heeft hij de nodige medische achtergrond, dat antwoord zal hij me nooit kunnen geven. En maar goed ook! Maar goed, ik dwaal af. De mama van de toekomstige zesdeklasser raadde me ook aan de neuroloog te contacteren, zodat die mijn twijfels kon wegnemen. Er was dus geen weg meer omheen… Ik beloofde haar raad op te volgen, en om haar op de hoogte te houden.
Toch kon ik me er niet toe brengen om mijn laatste hulplijn meteen in te schakelen. Want met het wegnemen van mijn twijfel kon het verschillende kanten op gaan. De neuroloog zou me kunnen verzekeren dat het niets met MS te maken heeft, en me kunnen doorverwijzen naar de apotheek om een simpele vitaminekuur te halen. Dat zou dan ook meteen de meest aantrekkelijke optie zijn. Of hij zou me kunnen doorverwijzen naar een andere specialist die me op zijn of haar beurt opnieuw ondersteboven en binnenstebuiten zou kunnen keren. Nee, dank u. Hij zou kunnen zeggen dat het opnieuw een heropflakkering is van de vorige opstoot, en me kunnen zeggen wat ik zou moeten doen om van de klachten van af te geraken. Ik kon al raden dat zijn advies zou beginnen met een R en eindigen op …usten, waar ik al enorm naar uitkeek met mijn plannen van het weekend in het vooruitzicht (als ik hier smileys zou kunnen gebruiken zou ik in dit geval gaan voor die met z’n ene wenkbrauw omhoog, die het woord “sarcasme” haast uitschreeuwt). Of hij zou me kunnen vragen om langs te komen. BINGO!
Uiteraard won ik de jackpot. Na drie kwartier mijn gsm in m’n handen te houden vooraleer op het groen telefoontje te drukken, vier keer doorverbinden en enkele minuten wachtdeuntjes beluisteren kreeg ik de neuroloog aan de lijn. Na het uitvoerig omschrijven van de rugpijn en “beenpijn” die ik sinds enkele dagen ervaar, kon de neuroloog me geen pasklaar antwoord geven. Of ik morgenochtend even zou kunnen langskomen voor een check-up. Zodat we zeker kunnen zijn. Ik ben leerkracht – het is zomervakantie, dus ik kon niet meteen een excuus verzinnen om niet te moeten langsgaan. Want ja, dat was wat ik in eerste instantie wilde: er onderuit muizen. In de hoop dat ik morgenochtend wakker wordt zonder die verkrampte rug en benen, en ik weer zo gezond als een visje “mijn ding” kan doen, en zodat de neuroloog en ik in oktober tijdens mijn volgende consultatie er eens goed om zouden kunnen lachen. “Weet je nog dat ik je opbelde en dat ik eigenlijk helemaal niets had?” Maar goed, geen excuus achter de hand, en ik wilde ook wel ontzettend graag van al die twijfels af om mijn gedachten wat rust te gunnen. Afspraak genoteerd, dus.
Morgenochtend om 9 uur word ik verwacht. Happy happy, joy joy. Tot minstens 9 uur morgenochtend krijgen mijn gedachten nog geen rust. Integendeel, ze krijgen het alleen maar drukker. De stapel twijfels groeit haast zienderogen. Want wat als de neuroloog morgen niets vindt? Wil dat dan zeggen dat het allemaal tussen mijn oren zit? Dat ik helemaal niets heb? Dat MS nog steeds slaapt, en dat ik doe “alsof”? Stel dat de neuroloog niets vindt, wat gaat hij dan van me denken? Dat ik komedie speel? Dat ik aandacht te kort kom? Dat ik me symptomen inbeeld? Of verwijst hij me dan weer door naar een andere specialist? Maar wat als hij wél iets vindt? Wat dan? Moet ik dan toch al medicatie in overweging gaan nemen? Moet ik dan weer aan de baxter? Kan ik dan beter eens in de MS-kliniek van Overpelt gaan kijken? …

Met mijn telefoontje naar de neuroloog ben ik dus nog niets wijzer geworden. Mijn gedachten zijn stilaan dolgedraaid, en de berg vragen en twijfels wordt alleen maar hoger. Vandaag verzamelde ik de moed om naar de neuroloog te bellen en m’n klachten uit te leggen. Morgen verzamel ik de moed om naar de neuroloog te luisteren. Ik heb moed nodig om te praten, en ik heb moed nodig om te luisteren. Onvoorstelbaar toch, hoe groot een contradictie kan zijn.

Life is a party – dress like it

Vorige zaterdag was het feest. Groot feest! Eén van de collega’s stapte in het huwelijksbootje, en dat moest natuurlijk stevig gevierd worden. De zon was van de partij, de bruid en bruidegom straalden, en mijn benen hadden al een hele week niet meer geklaagd. De perfecte combinatie voor een topdag.

Ik keek er al even naar uit: de grote dag van de collega. Een dikke maand geleden vierden we samen de vrijgezellendag met de rest van de collega’s, en die was alvast super. Hun feest zou hier een mooi verlengde van worden, met ons hele schoolteam. De voorspelde regen bleef gelukkig uit, waardoor het ja-woord rond de middag gegeven werd met enkele zonnestraaltjes die door het raam naar binnen kwamen geslopen. Super! De zon was een graag geziene gast, vooral omdat het feest ’s avonds in openlucht zou doorgaan.
De bruid en bruidegom zagen er fantastisch uit. Het bruidskleed van de collega was prachtig, en ook de kledingkeuze van de bruidegom kon me helemaal bekoren. Hoewel de trouwkledij uiteindelijk bijzaak was, vooral hun stralende en overgelukkige glimlach maakte het plaatje helemaal af. Ik kreeg al vanaf de eerste minuut kriebels in m’n buik. Voor de verloofde en mij komt de grote dag immers ook dichter en dichterbij… Spannend!
De grote dag van de collega en haar kersverse echtgenoot was voor mij ook een beetje een “grote” dag. Ik heb gedanst. Maar écht GEDANST! Van zodra de dansvloer geopend was, ben ik er enkel nog van af gekomen voor de nodige sanitaire stops en om me te “hydrateren” aan de bar. Oh jee, het was geleden van voor mijn verblijf in kamer 458 dat ik nog zó gedanst had. En ik heb er van genoten, het was héérlijk.
Je kan al wel raden dat mijn benen de volgende dag hun beklag deden toen ik omstreeks één uur ’s middags eindelijk uit m’n bed stapte. Was te voorspellen, de dansspieren hebben dik vier maanden hun ding niet mogen/kunnen doen, en zoveel dansgeweld ineens zorgde voor stijfheid van m’n dikke teen tot aan mijn staartbeen.
Maar zelfs de klachten van mijn benen kunnen het heerlijke gevoel niet verstoren. Ik heb gedanst, urenlang, en daardoor ben ik weer een stukje meer “ik”. Een stukje meer ik, en een stukje minder MS. Yay, ik ben aan de winnende hand!
Op de grote dag van de collega werd weer een vraag beantwoord. Ik weet nu dat mijn benen naast klagen ook nog kunnen dansen, en dat ze het wel even kunnen volhouden ook. Een grote geruststelling. De stijve benen neem ik er graag nog even bij, na voldoende training zal ook dat probleem wel verholpen zijn. Ik weet dus wat me te doen staat de komende weken.

MS, hou je maar klaar. Zaterdag was nog maar de warming-up.
PS: Binnen 103 dagen komt de mooiste dag van de verloofde en mij er aan. Het zou fijn zijn als je je daartegen alvast een beetje aanpast aan mijn leven. Bedankt!

Busy is a choice – Stress is a choice – Joy is a choice – Choose well

Het is druk. Lekker druk. Gezellig druk. Niet van dat stress-druk zoals het de laatste weken van het schooljaar vooral was. Nee, een leuke drukte. Vakantie-drukte. Van die drukte waar ik van hou. Van die drukte waarvoor ik kies, en waar ik zo kan uit stappen wanneer ik het wil. Heerlijk, niet?

De laatste weken van juni waren slopend. De zogenaamde “laatste loodjes” wogen dit schooljaar extra zwaar, door een combinatie van onvoorziene omstandigheden waar zowel ik als mijn nieuwste levenspartner moeilijk mee konden omgaan. De kinderen konden me niet meer dat geweldige gevoel geven waar ik het eerder over had. Integendeel, ze waren er geweldig goed in geworden me elke dag een steeds slechter gevoel te geven. De kinderen waren pubers geworden, ze werden steeds stoerder en onverdraagzamer naar elkaar toe, en een aantal van hen was zeer vindingrijk geworden in het uithalen van streken die het gewoonlijke kattenkwaad ver voorbij gingen. Elke dag vroeg ik me bij het opstaan al af “wat zal het vandaag weer zijn?”, en meestal kreeg deze vraag al voor de middagpauze kwam een antwoord. Dat houdt in dat er extra gesprekjes waren, zowel met de directie als met ouders. Gooi daarbovenop nog eens een 3-tal toetsweken, een eindrapport, een BASO-fiche, een klassenraad, een oudercontact én een proclamatie, en je krijgt een stresserende cocktail. Dat was ook te merken in mijn blogbericht van vorige week: de inspiratie was er wel, het fut daarentegen nog niet… De stress zat nog in m’n lijf en daar ging m’n nieuwste levenspartner niet echt mee akkoord.
Het plan was dus om de eerste paar weken van de vakantie vooral rustig aan te doen. Tot nu toe heb ik precies het tegenovergestelde gedaan. Het is al ontzettend druk geweest. Of nee, ik heb het al ontzettend druk gemaakt. Leuk-druk. Sinds het begin van de vakantie is dit nog maar de derde avond waarop ik rustig thuis ben. De andere avonden waren goed gevuld: iets gaan drinken, etentjes organiseren, … Allemaal dingen die er de laatste weken van het schooljaar niet meer bij konden, waar ik vaak te moe voor was, en waar ik nu alle tijd voor heb. Geweldig!
Ook overdag zit ik niet stil. Het zetel-liggen ben ik echt wel beu na mijn ziekteverlof een tweetal maanden geleden, dus dat heb ik even van de planning geschrapt, of toch voor het grootste deel. Ik leef me weer helemaal uit in de dingen die ik graag doe, en vind weer voldoening in het “gedaan krijgen” van de moetjes in het leven. Zowel thuis als in de klas was (en is nog steeds) heel wat poets- en opruimwerk, en de was met bijhorende strijk stapelden zich zo stilaan torenhoog op. Mijn kleerkast kon nog eens een opfrisbeurt gebruiken, en ook het bureau werd al volledig stofvrij gemaakt (het was nodig!). Ik heb al heel wat nieuwe receptjes uitgetest in de keuken, en heb me weer volledig kunnen uitleven in de rol van gastvrouw. Een aantal “prullenwerkjes” waar ik al lang zin in had heb ik eindelijk kunnen verwezenlijken, en ik kon het toch ook niet laten om alvast het volgende schooljaar stilaan te beginnen voorbereiden. De glaasjes wijn, cava en gin-tonic waren een telkens een beetje zon-in-een-glas, en vormden al vaak een mooie afsluiter van de dag op één of ander terras in het gezelschap van de verloofde, de familie en vrienden. Gezellig druk. Ik geniet!
MS geniet mee, van tijd tot tijd. Mijn nieuwste levenspartner is akkoord met deze gezellige drukte, zolang ik me aan het nieuwe ritme houd. Niet meer non-stop doorgaan, van ’s ochtends tot ’s avonds, zoals ik het vroeger gewoon was. Ik heb geleerd dat dat iets is waardoor mijn lichaam wel eens in staking kan gaan, of toch bepaalde lichaamsdelen. Daarom neem ik nu geregeld een pauze, en probeer ik me te behoeden voor het “van-hot-naar-her-syndroom” waarvan ik voor het stilstaan van de wereld wel eens last kon hebben. Ik doe waar ik zin in heb, op m’n eigen tempo, en plan tussen die dingen de “moetjes” van het huishouden. En dat werkt prima! Wel druk, geen stress, gewoon een leuke en gezellige drukte die ik meteen kan stoppen wanneer ík dat wil.

Het citaat bovenaan dit deel van mijn verhaal houdt een keuze in. De keuze tussen druk, stress en geluk. En het is inderdaad zo dat je die keuze zelf in de hand hebt, of toch meestal. Maar het moet toch niet zo zijn dat de ene keuze de andere uitsluit… Druk wordt vaak als iets negatiefs ervaren, en wordt vaak geassocieerd met die tweede keuze: stress. Maar druk kan ook leuk zijn, een “beetje druk” maakt me wel gelukkig. Zoals nu. Van die drukte zoals in “niks moet, niksen mag”, waarbij ik diegene ben die de pauzeknop in de hand heeft. Niet MS. Zo geeft die na slechts een weekje vakantie tóch al een beetje toe…