And now I’ll do what ’s best for me

Mijn leven heeft tot nu toe meestal in het teken gestaan van anderen. Mijn job is daar het beste voorbeeld van. Ik geef dag na dag het beste van mezelf voor de kinderen in mijn klas. Alles wat ik tussen half 9 ’s ochtends en half 4 in de namiddag doe, doe ik voor hen. Vaak loopt dat nog uit tot half 9, half 10 ’s avonds: verbeteren, voorbereidingen, knippen, lamineren, … Alles voor “mijn kinderen”. Je zou me kunnen categoriseren onder de term “workaholic”, iemand die werkelijk leeft voor haar werk.

Ook wanneer ik naar het ziekenhuis moest, bleven “mijn kinderen” in mijn achterhoofd spelen. Bij het inpakken van m’n spullen nam ik ook mijn map en laptop mee. Stel dat ik zou moeten blijven, dan zou ik mijn tijd tenminste nuttig kunnen besteden! Wanneer de dokter me in box 5 meedeelde dat ik meteen opgenomen zou worden, was het eerste wat ik deed mijn directie op de hoogte brengen. Er zou een oplossing gezocht moeten worden voor mijn leerlingen de komende dagen, en ik beloofde om mee te denken en mee te zoeken naar vervanging.
Eenmaal ik mijn intrek in kamer 458 had genomen, bedacht ik dat er die week toetsen gepland stonden. Toetsen die nog niet uitgetypt waren, maar waar de kinderen vast en zeker al voor gestudeerd hadden. Smartschool opgestart, mail verstuurd: ik breng die toetsen nog wel even in orde! De volgende dag, na de ruggenmergpunctie en de tests bij de neuroloog, typte ik de toetsen uit. Toen kwam ik tot de conclusie dat ik mijn agenda voor die week nog niet had aangevuld, paniek! Waarmee hielden ze de leerlingen dan op dat moment bezig? Oh jee, ik zou hopeloos achter staan na mijn afwezigheid. Weer een mailtje dus, ditmaal met aanwijzingen van waar alles te vinden was en wat ze de leerlingen eventueel zelfstandig konden laten doen.
De volgende paar nachten lag ik al vroeg wakker, en hoewel ik me had voorgenomen om vooral niét te gaan piekeren, begon ik… te piekeren. Ik wist ondertussen dat ik voor langere tijd afwezig zou zijn, dus postte ik een zoekertje op Facebook om vervanging te vinden. Niet mijn taak, maar toch kon ik het niet laten… Ik begon alvast aan een document waarin ik alle nodige informatie over mijn klas op een rijtje zette: huiswerk, agenda, beloningssysteem, administratie, … Ik beschreef alles tot in detail, alles moest en zou verdergaan zoals ik het altijd aanpak. Voor de kinderen, de gewone routine, zodat ze zo weinig mogelijk hinder zouden ondervinden van mijn afwezigheid. Gelukkig was er snel vervanging gevonden, de volgende maandag zou ze starten.
Tegen het advies van de dokter in, hij schreef me minstens 4 weken verplichte rust voor, besloot ik maandagochtend even naar school te gaan om haar te helpen opstarten. Dan zou ik met m’n eigen ogen kunnen zien dat mijn klas in goede handen was, en dat alles ook zonder mij vlot zou verlopen. De mama verplaatste een klant en pikte me maandagochtend op. Verraste gezichten wanneer ik de klas binnenkwam. “Juf M!” en 16 dikke knuffels. Wat een heerlijk gevoel… Ik kreeg zin om er meteen terug in te vliegen, maar ik voelde dat mijn lichaam daar nog lang niet klaar voor was. Dus zette ik de kinderen zelfstandig aan het werk, en begon aan mijn uitleg voor de vervangjuf. Ik had verwacht na dit gesprek met een gerust gevoel naar huis te kunnen gaan, maar niets was minder waar.
Jammer genoeg kon ik al voorspellen dat deze juf het niet lang zou volhouden met m’n bende. Begrijp me niet verkeerd, het zijn schatten, stuk voor stuk. Maar er hoort wel een gebruiksaanwijzing bij, met strikte aanwijzingen hoe ze best aangepakt worden. Deze juf had de gebruiksaanwijzing blijkbaar nog niet ontcijferd, waardoor er al een grote chaos was nog voordat ik terug in de auto stapte. Maandag namiddag werkte ik dan ook de weekschema’s al uit voor de periode van mijn afwezigheid, zodat de juf hier geen werk meer aan had en haar energie volledig in de kinderen kon steken. Tevergeefs, de juf gaf het dinsdagochtend al op. In zesde versnelling werd gezocht naar een nieuwe vervangjuf. Gelukkig werd deze snel gevonden, wat betekende dat woensdagochtend weer een nieuwe juf voor mijn 16 leeuwtjes werd gegooid. Juf K kwam donderdag na schooltijd even langs, en vanaf toen kon ik eindelijk op m’n twee oren slapen. Zij wist wel van aanpakken, dat zag ik zo! Hoewel de dokter me volledige rust had voorgeschreven, kon ik het niet laten om toch te piekeren en hier en daar wat schoolwerk te verrichten de eerste week van mijn ziekteverlof thuis. Ik voelde me schuldig dat er nagenoeg niets voorbereid was, zowel tegenover de collega’s als tegenover de kinderen.
Ik heb de voorbije jaren geleefd voor mijn werk, in zo’n mate dat ik soms zelfs vergat te leven. Ik cijferde mezelf weg om ervoor te zorgen dat ik mijn job niet voor 100% maar voor 200% kon doen. Gewoon “goed” was nooit goed genoeg, ik deed het niet voor minder dan “uitstekend”. Ergens heb ik altijd de drang gehad om mezelf te bewijzen, tegenover wie weet ik niet… Ging iets goed, dan vond ik toch érgens een puntje ter verbetering. Ging iets minder goed, dan twijfelde ik aan mezelf en werkte ik nog harder om ervoor te zorgen dat het de volgende keer beter ging. Enerzijds was dit iets positiefs: ik daagde mezelf uit om steeds beter te doen, om stapje voor stapje de juf te worden die ik wilde zijn. Anderzijds stond dit gelijk aan meer werken, harder werken.
In de 7 jaren dat ik werk als leerkracht, was ik tot nu toe twee dagen afwezig: één keer wanneer ik niet op m’n benen kon staan van de koorts, en één keer wanneer mijn grootvader werd begraven. Toen de dokter me 4 weken rust voorschreef, met aansluitend nog 2 weken paasvakantie, dacht ik dat ik thuis gek zou worden. Rusten, dat was iets wat ik nog moest leren. Nu, al 2 weken niet aan het werk, begin ik het te leren… Ik kan ’s ochtends opstaan en nog een uur tv-kijken. Ik kan om 10 uur een tas thee drinken en rustig de kruiswoordraadsels invullen in de krant. Allemaal. Ik kan genieten van een glas rosé op een terrasje in de zon. En nog één. Ik kan zelfs een dutje doen, in het midden van de dag. Zonder schuldgevoel.
Ik ben ondertussen tot het besef gekomen dat mijn job maar een deel van mijn leven is. Een belangrijk deel, dat zal altijd zo blijven. Maar niet het belangrijkste. Vanaf nu komt mijn gezondheid op de eerste plaats, ik kom op de eerste plaats. Ik leef niet meer om te werken, pas mijn leven niet meer aan aan mijn werk, maar omgekeerd. “Mijn kinderen” zullen altijd belangrijk zijn, maar op de eerste plaats kom ik. En als alles goed gaat met mij, volgt de rest vanzelf…

Gek hé, hoe twee simpele letters niet alleen mijn leven maar ook de kijk op het leven hebben veranderd. Ik heb altijd alles voor een ander gedaan, en nu ga ik doen wat het beste is voor mij. Want uiteindelijk is dat ook het beste voor alle mensen rondom mij…

One’s not half of two; two are halves of one

Mijn verhaal zou niet volledig zijn zonder een stuk over de verloofde. Zoals ik al vertelde tijdens onze kennismaking, speelt de verloofde een immens grote rol in mijn leven. E.E. Cummings sloeg de nagel op de kop wanneer hij deze zin op papier zette. Niet dat ik het gevoel had niet volledig te zijn voordat ik de verloofde leerde kennen. Helemaal niet. Ik was een onbezorgde tiener die in het weekend graag een stapje in de wereld zette en de vrienden als de dierbaarste mensen in het leven beschouwde. Ik fladderde graag eens rond, van de ene jongen naar de andere. En toen zag ik J.

Ik ga je niet vervelen met onze volledige liefdeshistorie. Er zijn nu eenmaal hoofdstukken in het verhaal van mijn leven die ik liever binnen beperkte kringen houd. Gewoon, omdat ze van mij zijn, of in dit geval van ons. Om een lang verhaal kort te maken: het heeft heel wat voeten in de aarde gehad vooraleer we elkaar hadden gevonden. De film “King Arthur”, het lied “Mia” van Gorki en Sinterklaas hadden er elk in hun aandeel in. We deden alles in de juiste volgorde: studeren, werk vinden, samenwonen in een huurappartement, huisje kopen, huisje verbouwen, de grote verhuis, het hondje kopen. Huisje, tuintje, boompje, beestje… Verliefd, sinds kort verloofd en binnenkort getrouwd. The happy life!
De verloofde is van het voorzichtige type. Op alle vlakken. Geen bad boy dus, maar één grote brok bedachtzaamheid. Begrijp me niet verkeerd, geen softie! Hij heeft gewoon de nodige dosis geduld en kalmte en om een impulsief en energiek (of liever: druk) iemand als ik tot rust te brengen. Elke beslissing die hij neemt is berekend, en dat is nog wat ik het meest nodig heb. Ik ben namelijk een nogal snelle beslisser, behalve wanneer ik op zaterdag moet kiezen wat ik van de broodjeszaak in de buurt wil (en toch ga ik bijna elke zaterdag weer voor hetzelfde). Maar áls hij iets beslist, als hij kiest ergens voor te gaan, dan gáát hij er ook voor. Dan wijkt hij niet van zijn pad vooraleer hij zijn doel bereikt heeft.
Ook wanneer ik last kreeg van de gevoelloosheid in mijn rechtervoet en -been, hield hij voet bij stuk. Door zijn medische opleiding begon hij zich al snel zorgen te maken. Woensdagavond kreeg hij me uiteindelijk zo ver dat ik via internet een afspraak maakte bij mijn huisarts. Ik deed dit meer om hem gerust te stellen, dan uit bezorgdheid over wat er aan de hand zou kunnen zijn. Omdat ik pas vrijdagavond een afspraak kon vastleggen, wou de verloofde me overtuigen die dag nog bij zijn huisarts langs te gaan. Dus belde ik donderdagmiddag de huisdokter op om even te vragen of ik alvast iets kon doen om de gevoelloosheid te verminderen. Hiermee kon ik de verloofde toch even geruststellen, en toch gewoon naar mijn eigen huisarts gaan. Ik ben niet iemand die wekelijks naar de dokter gaat, en als ik dan toch moet gaan, dan liefst naar de dokter die me het best kent. Vrijdagavond stelde de dokter vast dat er hoogstwaarschijnlijk een zenuw gekneld zat ter hoogte van mijn bekken, en raadde hij me aan een afspraak te maken voor een CT-scan. Oef, dat was iets waar de verloofde me nog mee kon helpen. En het probleem was niet super-dringend, of toch niet in mijn ogen. Maandag zou ik bellen voor de scan, en dan zou de dokter verder kunnen bekijken hoe het probleem verholpen kon worden. Eind goed, al goed!
Toen de gevoelloosheid verder trok in mijn zij, werd de verloofde terug ongerust. Na een moeizame wandeling, waarbij duidelijk werd dat ik ook een probleem had in mijn linkerbeen, wou hij me in de auto zetten en naar de spoedafdeling van het ziekenhuis rijden. Maar zoals misschien al duidelijk werd in vorige posts, ik ben dan weer van het koppige type. De rest van onze dag stond al gepland (friet-met-stoofvlees-dag bij de schoonfamilie, en de verloofde moest nog gaan sporten) en geen haar op mijn hoofd dat deze plannen nog wilde wijzigen. Ik had ook nog geen enkele voorbereiding getroffen voor de lessen die ik maandag zou geven in de klas, dus ik besloot dat we geen tijd hadden om naar het ziekenhuis te rijden. Tegen de zin van de verloofde, en uiteindelijk bereikte hij zijn doel maandagavond dan toch. Er waren nog de huisarts, de collega’s en de mama voor nodig om me zo ver te krijgen, maar ik belandde dan uiteindelijk toch op spoed.
De verloofde was, toen hij hoorde dat mijn ruggenmerg ontstoken was, meteen doodongerust. Meteen na zijn werk sprong hij in de auto en racete hij richting ziekenhuis. Dat beeld ik me nu zo maar in, ik was er natuurlijk niet bij. Ik weet wel dat op dat moment zijn rust, kalmte en bedachtzaamheid even plaats maakten voor bezorgdheid, onrust en zelfs lichte paniek. Dat zag ik aan zijn bleke gezicht wanneer hij kamer 458 binnen kwam. Dat hoorde ik aan zijn gebroken stem wanneer hij vroeg hoe het met me ging. Dat voelde ik aan de klamme hand die zich om de mijne sloot terwijl hij zwijgend naast mijn bed zat. Deze keer was ik diegene die geruststelde, de rollen even omgekeerd.
De volgende dagen heeft de verloofde heel zijn leven aangepast aan de bezoekuren van het ziekenhuis. Na het werk kwam hij steeds meteen naar kamer 458. Eten, slapen, … alles moest wijken. Niet zo gezond, heb ik hem ook meermaals gezegd. Maar daar was hij weer, zoals ik hem kende: standvastig en niet van zijn stuk te brengen. Elk vrij moment gebruikte hij om een berichtje te sturen of om me even op te bellen om te checken hoe het met me ging, welke tests er nog gedaan waren en wat de dokter nog had gezegd. Met elk woord dat hij zei, voelde ik me weer een stukje zekerder, een beetje veiliger. Met elk woord legde hij een steen bovenop de stevige muur die we in al die jaren rondom ons hadden gebouwd. De stevige muur die alle negatieve dingen die op ons af zouden komen, moest tegenhouden. Na 9 jaar was die muur al een behoorlijk bouwwerk geworden.
Wisten wij veel dat de muur opeens zwaar onder vuur zou komen te liggen… Die bewuste woensdag heeft de uitspraak van de dokter zijn eerste aanval op de muur geopend. Het was meteen een voltreffer. Aan de telefoon hoorde ik hoe de verloofde stil werd, de muur helde even over… Maar tegen de avond zag ik de verloofde terug zoals ik hem kende: mijn grote, vaste brok. Steen voor steen bouwden we de muur terug op. Samen. Met oude, gebroken stenen. Met nieuwe stenen.
Nu, vandaag, is de muur steviger dan ooit. Dit had ik niet alleen gekund, dit had de verloofde niet alleen gekund. Dit hebben we samen gedaan. En dit doen we nog elke dag, samen.

One’s not half of two; two are halves of one. En hij is de andere helft van ons.