The world around you moves on as if your life was never shattered – and all you want the world to do is say that your baby mattered

Het nieuws dat het hartje van ons kindje niet meer klopte, sloeg in als een bom. Een bom die alle dromen die we hadden over ons kindje, ons gezinnetje, in 1 slag verwoestte. Alsof dat nog niet erg genoeg is, moet je deze bom nadien zelf ook nog een paar keer droppen. Bij familie, vrienden, collega’s, … We hadden het nieuws van ons kleine gelukje al met heel wat mensen rondom ons gedeeld, wat betekende dat we nu dit nieuws nog vaak zouden moeten herhalen. En daar keken we ontzettend tegenop. En toch…

Na het plusteken, de positieve bloedtesten bij de huisarts en de eerste echo op 7 weken, was het moeilijk om ons geluk nog lang voor onszelf te houden. Begin september hadden we al een aantal mensen ingewijd die ons heel nauw aan het hart liggen, maar we hadden afgesproken om het grote nieuws pas mee te delen aan onze vrienden en de rest van de familie op mijn verjaardag. Dan stond er sowieso een feestje gepland. Oké, dan zou ik nog maar 10 weken zwanger zijn, en niet de 12 weken die vaak als mijlpaal worden gezien om dit nieuws aan de grote klok te hangen, maar wat was de kans dat er nog iets zou mislopen? Dachten we toch… En áls er iets zou mislopen, zouden we toch een vangnet nodig hebben? Mensen die zouden begrijpen waar we door zouden moeten, waarmee we zouden kunnen praten, … Maar we gingen er hoofdzakelijk van uit dat er niets meer mis zou gaan. Dus, zo gezegd, zo gedaan. Op mijn verjaardagsfeestje kondigde de hubby op zijn typische hij-manier aan dat ik zwanger was. Het nieuws kwam voor een aantal vriendinnen al niet meer als een verrassing, zij hadden immers al een sterk vermoeden doordat ik al een aantal weken geen druppel alcohol meer aanraakte wanneer we uitgingen. Niet dat ik anders een drankorgel ben, maar ik lust in het weekend toch wel een lekker biertje of een glaasje wijn. Ik was dus al door de mand gevallen, wat ik wel had verwacht. Voor een aantal anderen kwam het dan weer wel als een verrassing, hoewel onze kinderwens geen geheim was. In ieder geval, iedereen zag hoe gelukkig we waren en wenste ons het allerbeste toe. Na de turbulente periode het laatste anderhalf jaar gunde iedereen ons ons geluk des te meer. En nu iedereen op de hoogte was, hadden we nog meer het gevoel op wolkjes te lopen.
Na het nieuws bij de gynaecoloog waren niet enkel de wolkjes maar ook de grond onder onze voeten weggezakt. Ik heb nog nooit zo’n immens verdriet gevoeld. Ik wist niet dat dit zoveel pijn kon doen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar nooit bij had stilgestaan wanneer ik hoorde dat iemand een miskraam had gehad. Ik besefte wel dat het verschrikkelijk moest zijn om zoiets mee te maken, maar niet dat zelfs dat woord betekenisloos lijkt tegenover het verdriet waar je op dat moment mee om moet gaan. Ik weet nu en kan met 100% zekerheid zeggen dat, hoe empathisch en meevoelend iemand ook kan zijn, niemand weet hoe het voelt als je het zelf nooit meegemaakt hebt. Want wat voor de buitenwereld nog maar pril lijkt, erg klein is, nog geen “echt kindje” is, misschien bij wijze van spreken “nog niet echt iets is”, was voor ons alles. De 6 weken na het plusteken waren de mooiste van ons hele leven. We voelden ons fantastisch, alsof we de hele wereld aankonden. Onze grootste droom was werkelijkheid geworden en zat in mijn buik. Voor ons was dit niet “pril”, of “nog maar” een embryo of foetus, voor ons was dit een nieuw begin, een nieuw hoofdstuk, een nieuw leven. Ons kindje, waarvan we vanaf de eerste seconde onvoorwaardelijk hielden. Onze toekomst. Ons alles.
We besloten om, nadat we twee weken geleden ons geluk van de dagen schreeuwden, ook het slechte nieuws te delen. Met onze familie. Onze vrienden. Collega’s. En uiteindelijk met de wereld. Nadat we onze naaste omgeving persoonlijk op de hoogte brachten met een bezoekje, een telefoontje of een berichtje, postten we op zondag een berichtje op Facebook. Om aan iedereen te laten weten dat ons kindje een engeltje was geworden. Om aan de wereld te tonen wat voor een immens verdriet we hadden. Een bewuste keuze. Niet de keuze om medelijden op te wekken. Maar de keuze om ons kindje, ons engeltje, een werkelijk deel van onszelf en van de wereld te laten zijn. Ik had in de voorbije twee dagen al gemerkt wat voor een taboe er nog altijd rust op een miskraam als deze, zo vroeg in de zwangerschap. En als er één ding was dat ik niet van ons engeltje wilde maken, dan was het een taboe. Nee, ons kindje moet herinnerd worden, niet enkel door ons maar door iedereen rondom ons. Want er is geen dag in ons leven waarop we gelukkiger waren dan de dagen in de 6 weken waarin we wisten dat ons kindje er aan kwam.
We kregen veel reacties. Heel veel. Hartverwarmend veel. Troostende woorden en berichtjes om ons sterkte te wensen, en dat deed zo’n deugd. Want vanaf dat moment was ons engeltje niet enkel een deel van onze wereld, maar van de hele wereld. En dat was de grootste troost die we ons maar konden wensen: ons kindje had bestaan, en ons engeltje zal altijd blijven bestaan, voor iedereen.

We hebben ons kindje nooit in onze armen kunnen nemen, we hebben het nooit gezien, we wisten nog niet eens of het een jongen of een meisje zou worden. We zullen het ook nooit weten. Maar ons kindje was niet niets, het was alles. Voor ons toch. En dat mag de hele wereld weten. Dat moét de hele wereld weten. Hoewel 1 op 4 vrouwen op een moment in haar leven een miskraam krijgt, wordt hierover bijna niet gepraat. Er rust een taboe op, er wordt over gezwegen alsof deze kindjes nooit hebben bestaan. En dat is het érgste wat er volgens mij na de 4 woorden van de gynaecoloog had kunnen gebeuren: dat ons kindje zou worden dood gezwegen…

Twinkle, twinkle, little star… 

“Ik heb slecht nieuws.” 4 woorden. Meer was er niet nodig. De wereld stond niet stil deze keer. Terwijl de grond onder onze voeten wegzakte, draaide de wereld ditmaal genadeloos door…

Vrijdag 14 oktober moest een mooie dag worden. We werden immers bij de gynaecoloog verwacht voor de 12 weken – echo. Nadat we een viertal weken geleden het hartje van het kleine wondertje in mijn buik al konden zien kloppen, zouden we het vandaag voor het eerst te horen krijgen. We waren dus al van ’s ochtends opgewonden, hoewel de afspraak pas om 15u30 zou plaatsvinden. We keken er allebei zó naar uit om ons kleintje te zien, om te zien hoe hard het gegroeid was de afgelopen vier weken. Ik had mijn buik aanzienlijk zien uitdijen, dus ik was super benieuwd naar wat zich binnenin had afgespeeld. Niets wees erop dat er iets mis zou zijn, ik voelde me geweldig sinds ik het plusteken zag verschijnen op 1 september en op de echo op 7 weken 3 dagen was alles tiptop in orde: het vruchtje was goed ingenesteld en het hartje klopte duidelijk en regelmatig. We hadden dus geen enkele reden om ongerust te zijn, dachten we. Ja, de geplande nekplooimeting baarde ons wel ietwat zorgen, net als de NIPT-test die we zouden laten doen, maar zelfs die zorgen konden ons enthousiasme niet temperen. We keken er al naar uit om de komende dagen vol trots de echo van die dag te tonen aan de grootouders, overgrootouders, tantes, nonkels, aan onze vrienden, …
Het was druk in het ziekenhuis, erg druk zelfs. Ik denk dat ik nog nooit zoveel volk in de wachtkamer zag. Een allegaartje van jonge en oude mensen, zieke en gezonde mensen, mensen met en mensen zonder zorgen. Wij hoorden tot die laatste categorie, zaten een beetje te grappen en te dollen, en waren al helemaal gerustgesteld wanneer we “Mia” hoorden op de radio. “Da’s een goed teken!”, zei ik nog. En zo voelde het ook aan. Nog maar eens een teken dat alles in orde was.
Om kwart voor 4, met een kwartiertje vertraging, kwam het roze appeltje met het nummer van mijn badge op het scherm. Het was aan ons. Nu zou het niet lang meer duren voordat we onze kleine schat te zien zouden krijgen. Na het handjes schudden met de gynaecoloog en de nodige formaliteiten mocht ik plaatsnemen op de onderzoekstafel. De echo zou uitwendig genomen worden, waarvoor ik al blij was. Maar daar beslisten mijn darmen anders over, die lagen hopeloos in de weg. Toch maar inwendig dan… Ik kleedde me uit en nam opnieuw plaats op de tafel. De gynaecoloog deed haar ding, en al snel verscheen ons kindje in beeld. Maar iets klopte niet, dat zag ik meteen. Ik zag het aan de handelingen van de gynaecoloog, die maar bleef zoeken naar andere hoeken om het vruchtje te bekijken. Aan haar gezicht, dat plots een bezorgde frons vertoonde. En aan het beeld: een grijs beeld, waar geen beweging in zat. Geen flikkering, die er vorige keer wel was. Die flikkering, die vorige keer het kloppend hartje toonde. Die was er nu niet. Maar een tiental seconden wilde ik dit alles niet zien, en bleef ik gespannen wachten op het moment waarop de gynaecoloog ons alles zou tonen en van uitleg zou voorzien. Het moment waarop ze het hartje zou laten horen. Het moment dat nooit kwam… Geen uitleg over hoe ons kindje was gegroeid. In plaats daarvan de 4 woorden die niemand wil horen. “Ik heb slecht nieuws.” Waar een kloppend hartje hoorde te zitten, was niets te zien. Het hartje van ons kindje klopte niet meer. Al even niet meer, bleek uit de meting.
De tranen kwamen niet meteen. Dit te horen, was zo onwerkelijk. Dit kon niet waar zijn. Mijn buik was nog gegroeid de laatste weken, dat kon toch niet? Zat het dan allemaal in mijn hoofd? Zag ik wat ik wilde zien? Wanneer het besef langzaam aan binnensijpelde, voelde ik de tranen prikken in mijn ogen. En wanneer ze begonnen te stromen, was er geen stoppen meer.
Ik had nooit durven denken, me nooit kúnnen inbeelden hoe ontzettend veel pijn dit zou kunnen doen. Een stukje van mij, een stukje van hem, een stukje van ons is gestorven. Onze hele wereld draaide de afgelopen 6 weken om ons kindje, ons leven het komende jaar was al uitgestippeld. We waren helemaal klaar voor ons nieuwe leven met ons gezinnetje en keken er zo naar uit om ons kleintje te ontmoeten. We droomden over hoe we samen zouden gaan wandelen, hoe we samen naar zee zouden gaan, hoe we ons kleintje zouden knuffelen, hoe Felix als grote neef zorg zou dragen voor z’n neefje of nichtje, … Zoveel dromen, die zomaar uit elkaar spatten.

Wanneer we de wachtkamer passeerden, zaten er nog steeds veel wachtenden. Nog steeds dat allegaartje. Maar nu hoorden wij bij een andere categorie. Niet meer dat onbezorgde, jonge koppel vol toekomstdromen dat een dik half uur geleden het ziekenhuis binnenwandelde. Die 4 woorden hadden alles veranderd…