IVF GOT THIS | Anticlimax

Vooraleer je aan dit stuk begint, is het belangrijk om te weten dat alles wat ik hierin beschrijf zich in het verleden afspeelt. Eind augustus – begin september, om precies te zijn. Ondertussen ziet onze wereld er anders uit, en onze toekomst heel wat rooskleuriger. Maar om daartoe te komen, moesten we eerst nog een paar hindernissen passeren. Deze anticlimax was er daar slechts eentje van …

Vooraleer je aan dit stuk begint, is het belangrijk om te weten dat alles wat ik hierin beschrijf zich in het verleden afspeelt. Eind augustus – begin september, om precies te zijn. Ondertussen ziet onze wereld er anders uit, en onze toekomst heel wat rooskleuriger. Maar om daartoe te komen, moesten we eerst nog een paar hindernissen passeren. Deze anticlimax was er daar slechts eentje van …

Kort na het kippenvelmoment en de tranen bij de terugplaatsing van ons embryo, gingen we er een weekje tussenuit. Samen met mijn schoonfamilie trokken we naar de Ardennen, waar mijn schoonouders naar jaarlijkse gewoonte een huisje hadden gehuurd. Het deed deugd om alles even los te laten, hoewel er in onze hoofden maar één gedachte was die ons bezighield: wat gebeurde er in mijn buik?
Wie een (of meer) vruchtbaarheidsbehandelingen heeft ondergaan, weet dat die is opgedeeld in verschillende ‘periodes’. Elke periode heeft zo z’n eigen typerende kenmerken. De tijd waarin je je voorbereid op de inseminatie, de pick-up en/of de terugplaatsing, is de periode waarin je meer doet dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Je neemt de pil om de hele boel stil te leggen – hoewel dat onlogisch en tegennatuurlijk lijkt in het proces op weg naar een kind – zet alarmpjes op je gsm om elke acht uur een prikkelende spray in je neus te verstuiven, steekt elke dag een naald in je buik (of laat dan doen, in mijn geval, door manlief), en wanneer dat alles achter de rug is gebruik je dezelfde meldingen op je gsm om elke acht uur de pillen om het progesteron op peil te houden in te brengen. Je doet alles om voldoende eicellen te hebben, om een terugplaatsing mogelijk te maken, om die terugplaatsing te vergemakkelijken … Daarna komen de wachtweken. Het woord zegt het zelf: alles wat je dan nog kunt doen is wachten. Als je het zo hoort, lijkt het de rustigste tijd. Niets is minder waar. De wachtweken zijn werkelijk verschrikkelijk. Nadat je een aantal weken alles zelf in de hand had, kun je nu niets anders doen dan alles los te laten en af te wachten. Terwijl je je moet gedragen alsof je zwanger bent – geen alcohol, geen pijnstillers, geen rauw vlees, geen rauwe vis, geen rauwe groenten op restaurant, enzovoort – weet je niet met zekerheid of er daarbinnen daadwerkelijk gebeurt wat er zou moeten gebeuren: het innestelen van het embryo. Je wordt gek, en als dat niet vanzelf gebeurt dan maak je jezelf gek. Je maakt elkaar gek. Je weet niet wat je voelt, wat je zou moeten voelen, wat je niet zou mogen voelen. De dagen lijken geen einde te kennen, waardoor die periode van twaalf dagen een eindeloze mentale kwelling lijkt te zijn.
Op 16 augustus kwam er dan toch een einde aan die ellendige wachtweken. Voor dag en dauw stonden we op om ‘even over en weer te rijden’ naar het UZA. Ik kan je vertellen dat de duur van de twaalf voorbije dagen niets voorstelde tegenover de duur van de autoritten Erézée-Edegem en omgekeerd. Wie me kent, weet dat ik een spraakwaterval ben (soms tot het irritante toe – believe me, I know). Tijdens deze ritten was ik stiller dan ooit tevoren. Ik wist niet wat ik moest denken, laat staan wat ik moest zeggen.
Eenmaal het bloed was afgenomen, reden we terug richting Ardennen. We zouden immers tot in de namiddag moeten wachten op het resultaat, en hadden besloten dat we onze tijd liever zouden vullen met een wandeling in de Ardense bossen in plaats van rond te hangen in Antwerpen, wachtend op het verdict. Wanneer we weer aankwamen in het vakantiehuisje, wilde ik het liefst meteen gaan douchen. Daar hadden we die ochtend de tijd niet voor gehad, en de spanning had ervoor gezorgd dat er al heel wat angstzweet mijn poriën had verlaten. Het zou me deugd doen om alles even – letterlijk – van me af te stromen.
Op de trap rinkelde mijn telefoon. Uren voordat we het resultaat hadden verwacht, verscheen het nummer van de verpleegpost van de dienst Reproductieve Geneeskunde op het scherm. Mijn maag keerde om. Want als ik een verpleegster zou zijn, zou ik eerst alle patiënten met het slechte nieuws opbellen, om af te sluiten met de fijne telefoontjes. En aangezien het telefoontje véél vroeger kwam dan verwacht, kon dit alleen maar slecht nieuws betekenen …
De minuten die volgden op mijn ‘Hallo, met Marlies’ beleefde ik als in een roes. Ik herinner me dat de verpleegster me zei dat ze goed nieuws had. Dat de test positief was. Dat de waarden heel goed waren. En dat ze me graag nog enkele weken wilden opvolgen om na te gaan of het goed zou blijven gaan. En dan tranen. Heel veel tranen. Een knuffel en een kus met manlief die beter voelden dan ooit (zelfs ongedoucht). Geluk in zijn puurste vorm
Iedereen beleefde ons geluk samen met ons. Mijn schoonfamilie viel ons in de armen bij het horen van ons gelukzalige nieuws, en mijn ouders en zus sprongen in de auto en reden richting Ardennen. Er ontstond spontaan één groot feest.
We konden niet anders dan genieten. Echt genieten. Bijna exact twee jaar na onze eerste zwangerschap, konden we eindelijk weer vooruit kijken. Eind april 2019 zouden we eindelijk ons eigen kindje in onze armen kunnen sluiten. We zagen het feit dat de uitgerekende datum zo kort bij de datum van ons eerste kindje lag als een nieuwe kans, en alles behalve een slecht voorteken.

De weken die volgden, waren zalig. We brachten al snel onze vrienden en familie op de hoogte. Niet omdat we ons lieten leiden door impulsiviteit of naïviteit dat alles deze keer sowieso goed zou gaan, maar omdat we al uit ervaring wisten dat als het toch mis zou gaan we de steun van die familie en vrienden nodig zouden hebben. En toch … Toch was er ergens dat gevoel. Het gevoel dat het deze keer wel goed moést komen. Dat we ons deel van het ongeluk nu wel echt zouden hebben gehad.
Jammer genoeg was dat alleen maar een gevoel. Na enkele weken bleek na een bloedcontrole het hCG-gehalte in mijn bloed onvoldoende te zijn gestegen, wat niet veel goeds betekende …
Er volgden heel wat telefoontjes. Een afspraak bij de gynaecoloog. Met als verdict dat onze zwangerschap hoogstwaarschijnlijk weer op een miskraam zou uitdraaien. Na twee weken vol onzekerheid, toonde een volgende controle bij de gynaecoloog aan dat er geen hartslag was. Een hartslag die er wel had moeten zijn, op dat moment. En op een bepaalde manier viel er op dat moment een gewicht van onze schouders. Het voelt niet goed om het zo te zeggen, maar het is wel zo. Er kwam een einde aan de onzekerheid, nu konden we ons focussen op het afscheid. Afscheid nemen van ons tweede kindje, wat iets heel anders bleek te zijn dan het afscheid van ons eerste kindje twee jaar voordien. Het was niet erger, en niet minder erg. Het was niet zwaarder, en niet minder zwaar. Het was gewoon anders. Dat leek me op dat moment raar. Af en toe speelden schuldgevoelens me parten. De ene keer voelde ik me schuldig tegenover ons eerste kindje, de andere keer tegenover ons tweede kindje. Achteraf bekeken is het niet meer dan logisch dat het afscheid nu geen ‘kopie’ was van het afscheid toen. Onze tweede zwangerschap was dan ook geen kopie van de eerste. De weg naar deze zwangerschap was heel anders geweest en de manier waarop er een einde aan kwam was niet te vergelijken. Het resultaat daarentegen was wel hetzelfde: twee gebroken harten, vier lege armen en ontelbaar veel tranen.

Met deze tweede keer kwam er een tragisch einde aan ons hoofdstuk van eerste keren. Ook dit hoofdstuk eindigde in een anticlimax. Hoezeer we ook gehoopt hadden op een ‘happy beginning’, een nieuwe start met ons tweede kindje, het mocht uiteindelijk niet zijn. Maar het einde van een hoofdstuk betekent daarom niet meteen het einde van het verhaal. We besloten al snel om de moed niet op te geven – niet nu we er zo dicht bij waren – en stapten al snel in het volgende hoofdstuk. Er zaten immers nog enkele embryo’tjes in de diepvries …


IVF GOT THIS – the story continues

In wat ondertussen een ver verleden lijkt beloofde ik je het vervolg van ons hoofdstuk van eerste keren. Ik schreef een tijdje niet, en dat om verschillende redenen. De hoofdreden was dat het even niet ging. Ik kreeg geen letter op het scherm. Manlief en ik moesten eerst zelf uitzoeken hoe we na het hoofdstuk van eerste keren – want dat kende ondertussen een einde – verder moesten gaan. Nu we voor het volgende hoofdstuk staan ben ik klaar om ook dat deel van ons leven te delen.

Omdat het een omvangrijk hoofdstuk is, besloot ik om voor een keertje af te wijken van mijn gewoonlijke tekstritme. Ik post de komende dagen stukjes van dit hoofdstuk, zodat alle verschillende stappen die we samen hebben gezet en de emoties die hierbij horen de aandacht krijgen die ze verdienen.


IVF GOT THIS | WE’RE SO EGG-CITED!

Nadat ik een tweetal weken dagelijks mijn buik ontblootte om manlief er een spuit gevuld met hormonen in te laten ploffen en ik drie keer per dag – op de meest onmogelijke momenten – de neusspray in elk neusgat had verstoven, werden we verwacht in het UZA voor de pick-up. De dag voor deze ingreep namen de stemmingswisselingen die de hormonen met zich meebrachten samen met de zenuwen voor de punctie de bovenhand. Ik ging van tranen met tuiten naar I-can-do-this en weer verder naar de volgende huilbui, en dit alles binnen een tijdspanne van 5 minuten. All. Day. Long.

Ik was bang, doodsbenauwd voor wat er de volgende dag komen zou. Hoe kon het ook anders? Tijdens het intakegesprek hadden ze me van naaldje tot draadje uitgelegd wat er zou gaan gebeuren. De woorden in combinatie met de verduidelijkende tekeningen gingen hun doel – mij geruststellen – ver voorbij en hadden me simpelweg nog meer schrik aangejaagd. Waarom, hoor ik je denken? Wel, laat het ons houden op het feit dat er niemand zit te wachten op een naald die door de wand van de vagina en de eierstokken wordt geprikt om zo de lekker-dicht-opeengepakte follikels één voor één aan te prikken en leeg te zuigen. Ik dus ook niet. Zelfs zonder de naaldenfobie die ik sinds het stilstaan van de wereld heb overwonnen keek ik er niet bepaald naar uit.
Met lege maag (nuchter enzo), een klein hartje en een tas vol afleiding in de vorm van kruiswoordpuzzels en tijdschriften stapte ik de dag van de pick-up samen met manlief het daghospitaal van het UZA binnen. Nadat ik me installeerde op de kamer (lees: mijn tijdschriften, kruiswoordpuzzels en balpennen had uitgespreid over het tafeltje naast mijn bed) kwam de verpleegster binnen om een infuus te prikken. Maar ze deed zoveel meer dan dat. De liefste verpleegster ooit, wiens naam mij nog steeds onbekend is, gaf me het enige wat ik op dat moment nodig had: geruststelling. Ze had in het verleden zelf het hele traject waar wij op dat moment middenin zaten meerdere keren doorlopen, en kon me tot in detail vertellen wat me die dag te wachten stond. Wat ze zouden doen. Welke medicatie ik zou krijgen. Hoe het voelt. En oh, wat een heerlijk gewicht viel er van mijn schouders. Niet alles, er bleven nog enkele tientallen kilo’s hangen, maar ik voelde me toch meteen lichter. Het maakte dat ik in de I-can-do-this-stemming bleef hangen, wat na de emotionele rollercoaster de dag voordien meer dan welkom was. Dus, lieve verpleegster, wherever you are: duizendmaal dank!
Doordat de verpleegster me al enorm kon geruststellen, was het tabletje valium dat ik kreeg voordat ik met bed en al richting dienst fertiliteit werd gerold lichtjes overbodig geworden. Ik nam het toch dankbaar aan, want met iedere gang waar de verpleegster mijn bed behendig in zwierde voelde ik mijn hart steeds sneller bonzen in mijn keel. Het ritme van de voetstappen van manlief en de wetenschap dat hij niet van mijn zijde zou wijken waren op dat moment de enige dingen die me lief waren aan de hele situatie waarin we ons bevonden.
Ik werd geparkeerd. Anders kan je het niet noemen. In een hoekje aan het einde van de gang op de dienst urologie bevindt zich een rij stoelen en een gordijntje, die samen moeten doorgaan voor de wachtruimte van de dienst fertiliteit. Klein puntje dat aan verbetering toe is in het UZA als je het mij vraagt. Maar goed, daar stond ik dus geparkeerd, in dat hoekje, achter dat gordijntje. Gezien de rij stoelen zich buiten het gordijntje bevond stond manlief gewoon recht naast mijn bed. Elke keer de schuifdeur vlakbij open schoof, voelde ik me alsof ik weer op die rollercoaster van de dag voordien zat. En wanneer de vrouw waarmee ik de kamer in het daghospitaal deelde aan de andere kant van het gordijntje werd geparkeerd en de verpleegster met een het-is-aan-u-mevrouw de rem van mijn bed afzette en me richting schuifdeur rolde, stond mijn hart haast stil terwijl het tegelijkertijd bijna uit mijn borstkas bonkte. Maar manlief was er, en dat zorgde ervoor dat ik alles met enige rust over me heen liet komen.
De pick-up zelf was bijzonder. Dat klinkt na wat je in de vorige alinea’s las misschien heel onlogisch. De prikken van de verdoving aan beide kanten waren even pittig – geloof me: je wordt écht niet graag geprikt op dié plaats – en ook de prikken van de naald voelde ik wel even, maar daarna was ik letterlijk aan het scherm gekluisterd. Tijdens de pick-up kan je alles wat binnenin gebeurt nauwkeurig volgen aan de hand van het beeld van de echo – jaja, live en al – en ik vond dit alles werkelijk indrukwekkend om te zien. Het moment waarop voor de eerste keer het woord EICEL uit de mond van de laborant kwam, kon ik mijn tranen haast niet bedwingen. Lucky tears deze keer want oef, het was allemaal niet voor niets geweest. Elke keer dit woord weerklonk, maakte mijn hart een sprongetje, goed voor in totaal negen sprongetjes. En nadien heel veel lucky tears.
Het moet hier gezegd worden dat ik het hele team dat me tijdens de pick-up heeft begeleid ongelooflijk dankbaar ben. Ik werd omringd door een team van verpleging, vroedvrouw, dokters en laborant dat naast professioneel ook erg menselijk te werk ging. We kregen een duidelijke uitleg van wat er zou gaan gebeuren bij elke stap die werd gezet. Ik kreeg elke paar minuten de vraag “Gaat het nog?”, afgewisseld met de lieve woorden “U doet het echt goed!” Ik werd met een enthousiast goed-gedaan-mevrouw zelfs gecomplimenteerd met het aantal follikels die ze vlak voor de pick-up zagen op de echo en nadien met het aantal eicellen die de punctie had opgebracht. Dit alles maakte dat ik me deze ervaring, waarvoor ik daags voordien nog angsttranen had gelaten, vooral herinner als beschreven in de vorige alinea: werkelijk heel bijzonder.
En dan kwam dit… De blik van manlief wanneer hij me aankeek na de ingreep. Met tranen in de ogen (ook bij hem waren er lucky tears) zei hij dat hij ontzettend fier op me was. Ja, janken natuurlijk hé. Ik denk dat op dat eigenste moment, met die uitspraak, met die tranen en in dat hoekje achter het gordijntje aan het einde van de gang onze band sterker was dan ooit tevoren.

De dag na de pick-up volgden nog meer tranen van geluk. Met een telefoontje bracht de laborant van het UZA ons op de hoogte van het resultaat van de IVF: wel liefst zes van de negen eicellen waren goed bevrucht. Deze zouden ze een aantal dagen hun ding laten doen, om op dag 5 na de pick-up het sterkste embryo terug te plaatsen.
De volgende dagen deed ik op doktersadvies rustig aan. Niet dat ik anders kon, mijn buik was nog steeds – of was het eerder nog méér – opgeblazen en ontzettend gevoelig. Bij de minste inspanning riepen de pijnscheuten me tot de orde: rusten was de boodschap. Frustrerend, saai, maar nodig om mijn lichaam de nodige rust te gunnen om te herstellen na de punctie. En dat was van groot belang voor de volgende stap…

IVF got this

Ik heb lang getwijfeld om dit stuk te schrijven. Waarom weet ik niet precies. Niet omdat ik me schaam of omdat het een oh-zo-groot geheim is. De tijd was gewoon nog niet rijp, denk ik. Maar nu moet het. De tijd is rijp om dit hoofdstuk van mijn verhaal – ons verhaal – te delen. Het beheerst ons leven op dit moment in die mate dat ik niet anders kan dan er over te schrijven. Om uit te leggen wat het is, wat het doet met mij en met hem, met ons. Omdat het niet zomaar een regeltje of vier, maar ondertussen een heel hoofdstuk is in ons leven samen.

Het is voor wie deze blog al langer leest al wel duidelijk: wij willen doodgraag een kindje. We hebben altijd geweten dat we ooit kinderen zouden willen samen, maar sinds een goeie drie jaar werd onze kinderwens steeds groter. Nadat we onze mooiste dag beleefden begonnen we dan ook vol goede moed – en met veel plezier –  aan dat hoofdstuk van ons leven samen. We keken er zo naar uit: een hoofdstuk vol eerste keren. De eerste kreetjes. De eerste stapjes. De eerste woordjes. De eerste verjaardag. Elke eerste keer zou een hoogdag worden, elke eerste keer zouden we vieren.
Het werd daadwerkelijk een hoofdstuk van eerste keren. Echter niet de eerste keren waarop wij hadden gehoopt. We verloren voor het eerst – hopelijk ook voor het laatst – een kind. We gingen voor het eerst naar een fertiliteitsarts. We ondergingen voor het eerst een vruchtbaarheidsonderzoek. We gingen voor het eerst naar het UZA. De eerste kunstmatige inseminatie. De eerste hormonenspuit.
Tot nu toe liepen al deze eerste keren uit op een zoveelste teleurstelling. Na een half jaar onderzoeken en IUI-behandelingen, volgde een verplichte pauze. De eerste pauze. Na tweeënhalf jaar waren we voor het eerst eventjes niet bezig met het tellen van dagen, het plannen van ziekenhuisbezoekjes en het nemen van vruchtbaarheidsmedicatie. Deze pauze was – hoewel we er eerst tegenop zagen – meer dan welgekomen. Na zes maanden behandeling na behandeling, poging na poging, was het een verademing om ons even niet druk te maken om het hele vruchtbaarheidsverhaal maar om gewoon weer even zorgeloos te genieten van quality time onder ons tweetjes. We konden weer plannen maken op korte termijn – niet vanzelfsprekend tijdens het hele proces met alle ziekenhuisbezoekjes – en konden genieten van een goed glas wijn zonder erbij te hoeven nadenken. Jammer genoeg waren er in die periode op professioneel vlak problemen waarop ik niet gerekend had, waardoor ik niet ten volste kon genieten van deze tijd. Gelukkig nam een weekje Frankrijk met vrienden alle stress weer weg, wat ervoor zorgde dat we ieder apart en samen als koppel weer helemaal klaar waren voor een nieuwe alinea in dit hoofdstuk: IVF.
Voor ons hoofdstuk van eerste keren had ik er wel van gehoord. Ik dacht dat ik wist wat het was, maar in werkelijk wist ik er zo goed als niets van af. Het is meer dan de wetenschappelijke verklaring ervan. Het is meer dan het samenbrengen van mijn eicellen en zijn zaadcellen in een petrischaaltje en het resultaat daarvan weer terug in mijn baarmoeder plaatsen. Nee, de wetenschappelijke uitleg dekt slechts een fractie van wat IVF in realiteit inhoudt.
De afgelopen weken hebben we immers aan den lijve kunnen ondervinden wat het écht is. Het is het proberen te plaatsen van een massa informatie in een hoofd dat er nog niet helemaal klaar voor is (want is het dat ooit?). Het is het verlaten van het ziekenhuis met een boodschappentasje gevuld met medicatie, en plaats maken in je koelkast om alles te stockeren. Het is die knop omdraaien in je hoofd wanneer je aan het begin van het hele traject je eerste anticonceptiepil moet innemen. Het is drie tot vier keer per dag een neusspray gebruiken die ongelooflijk kriebelt en prikt in je neus. Het is het omdraaien van weer een andere knop wanneer manlief het eerste spuitje in je buik prikt om de hormonenkuur te beginnen. Het is het zoeken naar de plekjes op je buik die nog niet te pijnlijk aanvoelen voor de volgende spuit. Het is het zetten van tientallen wekkers op je gsm om alle medicatie op de juiste tijdstippen in te nemen. Het is een opgezette buik – net alsof je zwanger bent, oh de ironie – die al in kramp schiet als je er nog maar naar kijkt. Het is de hele tijd moe zijn. Het is het tranen-met-tuiten-huilen bij de minste emotie die je ziet of voelt of dénkt te voelen of denkt te gaan voelen (jep, moodswings much!). Het is het met een bang hartje uitkijken naar het moment van de pick-up. Het is dat en nog zóveel meer.
Het is voor iedereen anders. Er is geen handleiding die stap voor stap uitlegt hoe je er mee moet omgaan. Want hoewel het traject voor iedereen die er in stapt nagenoeg hetzelfde is, ervaart iedereen het anders. Enerzijds is dat – pardon my French – echt klote, want het zou toch wel handig zijn om vooraf te weten waar ik me precies aan moet verwachten. Anderzijds is dat net goed, want het geeft me naar mijn gevoel de vrijheid om mijn lichaam z’n ding te laten doen zonder in mijn achterhoofd dat stemmetje te hebben dat zegt hoe mijn lijf zich op het ene en het andere moment zou moeten voelen. En dat maakt dat het niet de IVF-weg is die iedereen zomaar bewandelt, maar ONZE weg. Ons verhaal. Of toch een stukje ervan.

Wat het doet met mij? Daar kan ik nu nog niet op antwoorden. Ik zit nu nog middenin het hele traject en heb de pick-up, de terugplaatsing, de wachtweken en het moment van de waarheid nog voor me liggen, elk als torenhoge bergen die ik nog moet zien te overwinnen samen met manlief. Maar wat het doet met ons, dat weet ik al wel. Ook al ligt er nog een hele weg voor ons vooraleer we zijn waar we willen zijn, dit weet ik zeker: het maakt ons sterker. We zijn doorheen dit hele hoofdstuk van eerste keren een sterkere wij geworden. Niet vanzelfsprekend, denk ik. Niet voor iedereen weggelegd, misschien. Maar gelukkig wel realiteit, voor ons.

Ohja, nog even dit. Dit hoofdstuk van eerste keren is nog niet afgelopen. Er moeten nog heel wat alinea’s geschreven worden. Hoe ik ze schrijf en wanneer ik ze schrijf kan ik niet nog niet zeggen. Dat zal afhangen van mijn mood swings en het verdere verloop van het traject. Dát ik ze schrijf wel. Beloofd.