Geen titel

Wekenlang al werk ik aan dit bericht. Of beter gezegd: aan de titel van dit blogbericht. De tekst zelf zit al een tijdje in m’n hoofd, dus dit stuk heeft zichzelf praktisch geschreven. Maar een goeie titel vinden, dat was andere koek. Er is namelijk niemand die het ooit in woorden heeft beschreven, het gevoel waar ik het hier over heb. Of toch niet in woorden die ik kon vinden…

Ik ben niet gelukkig. Ja, je leest het goed. Niet gelukkig. Op dit moment toch niet. Ik was het wel, een tijdje geleden, en ik weet ook nog hoe het voelt om het te zijn. Daarom kan ik nu met absolute zekerheid zeggen dat ik het nu niet ben. Er staat te veel in de weg van mijn gelukkig-zijn. Mijn platte buik, die niet in het plaatje past zoals het er nu uit had moeten zien. De lege kamer boven, die we nu volop aan het inrichten hadden moeten zijn. De pillendoos, die sinds januari weer gevuld is. M’n linkerbeen, dat niet altijd doet wat het zou moeten doen. De tranen, die nog steeds te pas en te onpas verschijnen. Ze staan allemaal, als een onbeklimbare berg, in de weg.
Ik ben niet ongelukkig. Nee, ik weet dat ik veel, heel veel zelfs, heb om dankbaar voor te zijn. Een man uit de duizend, cliché maar waar. Manlief tilt me op bij elke down en luistert u-ren-lang naar mijn geratel terwijl hij dit doet. Hij begrijpt me zonder woorden – want wanneer ik niets meer zeg, vertel ik hem het meest – en weet hoe hij me aan het lachen moet brengen. Familie waarop ik altijd kan rekenen. Om te praten, om lief en leed mee te delen. Ze zijn er voor me, altijd, onvoorwaardelijk. Een petekind om op te eten. Dat ik kan vertroetelen en knuffelen. Dat ik onvoorwaardelijk graag zie, en waaraan ik kan beloven dat ik er altijd voor haar zal zijn. Vrienden die me kennen, écht kennen. Die ik waardeer voor wie ze zijn en die mij waarderen voor wie ik ben. Ook al zien we elkaar niet wekelijks, we weten wat we aan elkaar hebben. Kinderen die naar me opkijken. Ze zijn dan wel niet “van mij”, en toch noem ik ze “mijn mannen”. Ze halen me soms het bloed vanonder de nagels, maar uiteindelijk halen ze steeds het beste in me naar boven. Ze maken dat ik elke dag, ook die minder goede dagen, mijn boekentas in mijn fietsmand gooi en naar school fiets. En natuurlijk ons Vicje, het hondje dat altijd blij is om me te zien en zich het liefst van al knus tegen me aan nestelt in de zetel. Een dak boven mijn hoofd, elke dag eten op tafel en op tijd en stond een goed glas wijn: ook op materieel vlak ontbreekt het me aan niets. Nee, ik ben niet ongelukkig.
Ik zweef. Tussen het ongelukkig-zijn en het gelukkig-zijn. Ben niet het ene, noch het andere. Blij dat ik het ene niet ben, baal dat ik het andere niet ben. Het is een gevoel dat niet anders te beschrijven valt. Wanneer ik op zoek ging naar een quote voor boven dit stuk, vond ik dan ook geen enkele zin die het kon beschrijven. Op Pinterest wordt er blijkbaar van uit gegaan dat je óf gelukkig, óf ongelukkig bent. En tot een aantal maanden geleden was dat geloof ik ook wat ik zelf dacht. Net zoals ik dacht dat je geluk zelf creëert. Begrijp me niet verkeerd: voor een stuk is dat ook zo. De manier waarop je denkt en tegen dingen aankijkt maakt dat je je gelukkiger of net ongelukkiger gaat voelen. Maar in essentie hangt geluk toch ook af van een aantal dingen die je gewoonweg zelf niet in de hand hebt. En net die dingen willen de laatste jaren – en vooral maanden – niet echt meewerken.
Maar ik wíl het wel. En ik geloof erin. Ik geloof dat ik ooit weer oprecht gelukkig zal zijn. Ik weet niet wanneer, maar wat mij betreft liever gisteren dan morgen…

Na een paar weken heb ik het opgegeven. Dit stuk is gedoemd om titelloos blijven. Er bestaan geen woorden om dit gevoel samen te vatten, en ik heb ook niet de ambitie om er een woord voor te bedenken. Waarom zou ik ook? Ik heb niet de behoefte om het te benoemen, vooral omdat ik niet van plan ben om in deze fase te blijven hangen. Het is een tussenfase. Een overgangsfase waarin ik me voor heel even wil schikken, totdat ik dat heerlijke gevoel weer zal voelen binnenin en ik zal weten: oef, ik ben het weer. Gelukkig…

Happiness is homemade

Een plus. Een dikke, vette plus. En niet na 20 seconden, zoals de bijsluiter aangaf. Nee, na exact 16 tellen verscheen hij. Wat zich in de 5 minuten daarna afspeelde, kan ik me niet precies meer herinneren. Een wirwar van gevoelens ging door me heen, en ik kon niet uitmaken of ik nu moest lachen of huilen. Dus deed ik het maar allebei…

Donderdag 1 september 2016. Niet het moment om een zwangerschapstest te doen. Mijn laatste menstruatie was nog maar drie weken geleden en de volgende zou er pas eind volgende week aankomen. Toch voelde het alsof er iets niet klopte. Dus trok ik voor de zekerheid na de eerste schooldag naar het Kruidvat en kocht ik twee tests. Eentje om in het weekend te doen – voor de zekerheid – en eentje extra om in de kast te leggen tot het moment waarop we hem écht nodig zouden hebben.
Na het avondeten ging ik naar de praktijk van manlief om te oefenen. Die maakte de zeer subtiele opmerking dat ik toch wel “een buikje” had gekregen. Het laatste jaar was ik alleen maar afgevallen, dus elke gram die er ergens bij aan komt te hangen trekt de aandacht… Een blik in de spiegel vertelde me dat hij niet overdreef, het was een feit: het buikje was terug van weggeweest. En dat zette me aan het denken. Want naast het buikje dat opnieuw van de partij was speelden ook mijn hormonen de laatste weken wel eens op. Zou het… Nee, dat kon niet. “Niet hopen”, herhaalde ik tegen mezelf. Dat had ik de afgelopen maanden eens te meer gedaan aan het einde van elke cyclus, met telkens een teleurstelling tot gevolg.
Toch deed ik de test, meteen wanneer manlief thuis kwam van de praktijk. “Voor de zekerheid”, verzekerde ik hem. De volgende week zou ik immers op zeeklassen gaan, waar ’s avonds wel eens een wijntje werd gedronken en waar ik met de kinderen in de zotste attracties zou gaan tijdens onze daguitstap naar Plopsaland. Ik zou de test puur doen voor mijn eigen gemoedsrust, om me ervan te verzekeren dat ik niets verkeerd kon eten, drinken of doen.
Het was niet onze eerste zwangerschapstest, dus we kenden de hele routine al. Ik verdween met een plastic beker in het kleinste kamertje van het huis, terwijl manlief wachtte in de woonkamer. Gepruts met het plastiekje rond het doosje, de bijsluiter voor de zoveelste keer lezen, opnieuw gepruts met het plastiekje rond de test. Mikken, plassen, test erin en tellen. Eén, en twee, en drie, en vier, … 20 seconden zou ik de teststrip in de urine moeten houden, om dan weer 2 zenuwslopende minuten op het verdict te wachten. Hoewel het wachten ditmaal niet ondraaglijk zou zijn, nam ik mezelf voor. Ik ging er ditmaal namelijk van uit dat het resultaat negatief zou zijn.
Bij de vijftiende tel zag ik dat de vloeistof het venstertje bereikte. Bij tel 16 verscheen er een streep. En nog één. Twee strepen, die elkaar loodrecht kruisten. Een onmiskenbaar plusteken. Ik scheurde de bijsluiter haast in twee wanneer ik hem opnieuw ontvouwde om zwart op wit (blauw op wit, eigenlijk…) bevestigd te zien wat ik zonet had zien gebeuren en vooral: wat het betekende. Plus. Positief. Zwanger.
Met de test in mijn hand en ongetwijfeld een ongelooflijk idiote gezichtsuitdrukking opende ik de deur van de woonkamer. Manlief zag meteen dat het resultaat anders was dan de vorige keren. Wat ik precies heb gezegd, weet ik niet meer. Ik denk dat het niet meer dan enkele onsamenhangende half-afgemaakte zinnen waren, waarna ik hem de test toonde en hem stevig vastpakte. Achteraf vertelde hij me dat ik huilde en lachte tegelijk, en dat ik stond te trillen op mijn benen. Wat ik nog wél weet, is dat ik nooit eerder – en dat meen ik – nooit ofte nimmer zo’n geluk had gevoeld als op dat moment doorheen m’n hele lijf raasde.
Agenda erbij. Wanneer had ik mijn laatste menstruatie gehad? Dat kon geen echte menstruatie geweest zijn… Een innestelingsbloeding dan? Ik vond het al raar dat ik er al na 3 dagen van af was, en dat ik nergens last van had gehad, maar dat was voor mij aanvankelijk geen reden geweest om iets te gaan vermoeden. Maar soit, dan was mijn laatste menstruatie al van voor 20 juli, kort na onze reis. Tellen. Wanneer kan “het” dan gebeurd zijn? We besloten om hiervoor het bloedonderzoek af te wachten in plaats van te gissen, maar telden al even verder. Het zou er eentje worden voor de lente. April, om precies te zijn. Begin, midden of einde van de maand, dat lieten we nog even in het midden.
De volgende ochtend deed ik een tweede test. Voor de zekerheid. Weer dat overduidelijke plusteken, dat ervoor zorgde dat de kriebels in mijn buik zich weer vermenigvuldigden. Nu was er écht geen twijfel meer mogelijk: zo zwanger als wat!
Het bloedonderzoek bij de dokter de dag nadien schepte nog wat meer duidelijkheid. Volgens de waarden in mijn bloed was ik al in de 6e of 7e week van mijn zwangerschap. Dezelfde waarden toonden ook aan dat het vruchtje goed was ingenesteld. Oef. Weer een tikkeltje meer zekerheid.

Sinds 1 september, kwart voor 9 ’s avonds loop ik op wolkjes. Lopen wij op wolkjes. Manlief en ik, en de baby. Het geluk – ons geluk – raast nog steeds door mijn lijf, en I love it…

The secret to having it all is knowing you allready do

Iedereen wil altijd maar meer. Het lijkt wel een ziekte waardoor iedereen nooit tevreden is. Ook ik stond tot nu toe niet vaak genoeg stil bij wat ik héb, in plaats van bij wat ik wil. Maar als je erover nadenkt, komt de vraag: wanneer ga je stoppen met willen en tevreden zijn met wat je hebt? Wanneer heb je genoeg? Wanneer heb je alles?

Ik heb liefde. Liefde van de verloofde, en voor de verloofde, elke dag opnieuw. 9 jaar geleden waren we verliefd, nu is het meer een gevoel van “houden van”. Met af en toe een vlaag van verliefdheid, inclusief vlinders in de buik, een heerlijke gevoel. Ik heb liefde van het hondje. Onvoorwaardelijk. Want het is echt waar wat men zegt: een hond is je trouwste vriend. Het hondje is altijd blij wanneer ik thuis kom. Ik houd van knuffelen en wandelen met het hondje. De verloofde ook. Met ons drietjes zijn we een echt klein gezinnetje.
Ik heb familie. Familie die me graag ziet, die blij voor me is wanneer ik iets leuks meemaak, die bezorgd is wanneer er iets aan de hand is, die helpt wanneer ik hulp nodig heb. Familie die meer kan zeggen met één blik dan met duizend woorden. Familie die steeds groter wordt. De familie van de verloofde werd de afgelopen jaren ook mijn familie. En binnenkort komt er een eerste kleintje bij, de verloofde en ik worden peter en tante. De hele familie kijkt er enorm naar uit. Familie staat gelijk aan liefde, zekerheid en samenhorigheid.
Ik heb vrienden. Beste vrienden, goeie vrienden, verre vrienden. Veel vrienden, dat is de afgelopen weken nog maar eens heel duidelijk geworden. Vriendinnen waar ik alles bij kwijt kan. Vriendinnen die mee uitkijken naar de vrijgezellendag en het trouwfeest later dit jaar. Vrienden waarmee ik me rot kan amuseren. Vrienden die ik wekelijks zie. Vrienden die ik soms lange tijd niet zie, maar waarbij de draad bij elk weerzien makkelijk terug wordt opgepikt. Vrienden zijn ook een stukje familie, het stukje familie dat je zelf kiest, en dat maakt ook hen heel bijzonder.
Ik heb werk. Dat alleen al is een reden om gelukkig te zijn. In mijn geval is er nog een extraatje: ik heb de job van mijn dromen. Hoewel ik nu besef dat ik minder hard moet gaan werken, en meer tijd voor mezelf moet nemen (ik ben zo iemand die nogal snel opgeslokt raakt door het werk, ten koste van vrije tijd met familie en vrienden), kijk ik er heel erg naar uit om terug te gaan werken binnen enkele weken. Ik houd van mijn werk, en van het sociaal contact dat ermee gepaard gaat. De dagelijkse babbels met collega’s en met ouders aan de poort. Ik houd van de voldoening die mijn werk me geeft. Ik kan elke dag zeggen dat ik iets heb bereikt met de kinderen in mijn klas.
Ik heb een thuis, in de vorm van een mooi, groot huis. De verloofde en ik hebben er samen met familie en vrienden een tiental maanden hard aan gewerkt. En hoewel het nog niet “klaar” is, is het thuis. Het is de plaats waar ik tot rust kom, gewoon omdat het “thuis” is.
Ik heb een geweldige dag om naar uit te kijken. Binnen een aantal maanden komt wat tot dan toe de mooiste dag moet worden. Ik houd ervan om deze dag voor te bereiden. Trouwkleed kiezen, cadeautjes zoeken voor de getuigen, cadeautjes zoeken voor de bruidskindjes, zaal zoeken, uitnodigingen maken, … Ik kijk ernaar uit om de verloofde vanaf dan de echtgenoot te kunnen noemen. In goede en slechte tijden.
Ook op materieel vlak heb ik alles wat ik nodig heb. Ik heb een laptop, een tablet, een iPad, een iPhone, alles wat ik nodig heb (veel meer dan ik nodig heb, eigenlijk) om m’n werk goed voor te bereiden, om in contact te blijven en nog meer. Ik heb een goed gevuld schoenenrek (I love shoes!) en een kleerkast die met de regelmaat van de klok bijgevuld wordt (en I love shopping…). De koelkast en de kast zijn altijd goed gevuld, net als het wijnrek. We rijden met een mooie auto, en binnenkort komt er een nieuw exemplaar aan. Wanneer ik geen tijd of zin heb om te koken gaan we gezellig uiteten. En zo kan ik nog even doorgaan. Als je dit leest lijkt deze hele opsomming een beetje onnozel. Alles lijkt misschien vanzelfsprekend. Maar ik besef dat dit voor veel mensen op de wereld niet vanzelfsprekend is. Ik wil geen “wereldverbeteraar” zijn, maar weet wel dat ik bij de gelukkigen ben die op de juiste plaats geboren zijn. En dat ik gelukkig moet zijn met alle luxe die ik heb.

Het zal je wel opvallen dat ik elke keer begin met “ik heb”. Een heel andere manier van denken dan het eeuwige “ik wil”. En ik moet eerlijk zeggen dat dit stuk zichzelf heeft geschreven, ik moest er niet bij nadenken. Bij het typen van de woorden “ik heb” kwam de rest vanzelf. Toch ben ik bang om op de duur terug te gaan vervallen in het willen. Daarom ga ik meedoen aan de 100 Happy Days Challenge. 100 dagen lang ga ik elke dag een foto nemen van iets dat me die dag gelukkig maakt. 100 dagen lang ga ik elke dag even stilstaan bij iets dat ik heb. Misschien zijn die 100 dagen genoeg om er een gewoonte van te maken. Om te beseffen dat het geheim om alles te hebben erin bestaat dat ik het al heb. To be continued…