IVF GOT THIS – the story continues

In wat ondertussen een ver verleden lijkt beloofde ik je het vervolg van ons hoofdstuk van eerste keren. Ik schreef een tijdje niet, en dat om verschillende redenen. De hoofdreden was dat het even niet ging. Ik kreeg geen letter op het scherm. Manlief en ik moesten eerst zelf uitzoeken hoe we na het hoofdstuk van eerste keren – want dat kende ondertussen een einde – verder moesten gaan. Nu we voor het volgende hoofdstuk staan ben ik klaar om ook dat deel van ons leven te delen.

Omdat het een omvangrijk hoofdstuk is, besloot ik om voor een keertje af te wijken van mijn gewoonlijke tekstritme. Ik post de komende dagen stukjes van dit hoofdstuk, zodat alle verschillende stappen die we samen hebben gezet en de emoties die hierbij horen de aandacht krijgen die ze verdienen.


IVF GOT THIS | WE’RE SO EGG-CITED!

Nadat ik een tweetal weken dagelijks mijn buik ontblootte om manlief er een spuit gevuld met hormonen in te laten ploffen en ik drie keer per dag – op de meest onmogelijke momenten – de neusspray in elk neusgat had verstoven, werden we verwacht in het UZA voor de pick-up. De dag voor deze ingreep namen de stemmingswisselingen die de hormonen met zich meebrachten samen met de zenuwen voor de punctie de bovenhand. Ik ging van tranen met tuiten naar I-can-do-this en weer verder naar de volgende huilbui, en dit alles binnen een tijdspanne van 5 minuten. All. Day. Long.

Ik was bang, doodsbenauwd voor wat er de volgende dag komen zou. Hoe kon het ook anders? Tijdens het intakegesprek hadden ze me van naaldje tot draadje uitgelegd wat er zou gaan gebeuren. De woorden in combinatie met de verduidelijkende tekeningen gingen hun doel – mij geruststellen – ver voorbij en hadden me simpelweg nog meer schrik aangejaagd. Waarom, hoor ik je denken? Wel, laat het ons houden op het feit dat er niemand zit te wachten op een naald die door de wand van de vagina en de eierstokken wordt geprikt om zo de lekker-dicht-opeengepakte follikels één voor één aan te prikken en leeg te zuigen. Ik dus ook niet. Zelfs zonder de naaldenfobie die ik sinds het stilstaan van de wereld heb overwonnen keek ik er niet bepaald naar uit.
Met lege maag (nuchter enzo), een klein hartje en een tas vol afleiding in de vorm van kruiswoordpuzzels en tijdschriften stapte ik de dag van de pick-up samen met manlief het daghospitaal van het UZA binnen. Nadat ik me installeerde op de kamer (lees: mijn tijdschriften, kruiswoordpuzzels en balpennen had uitgespreid over het tafeltje naast mijn bed) kwam de verpleegster binnen om een infuus te prikken. Maar ze deed zoveel meer dan dat. De liefste verpleegster ooit, wiens naam mij nog steeds onbekend is, gaf me het enige wat ik op dat moment nodig had: geruststelling. Ze had in het verleden zelf het hele traject waar wij op dat moment middenin zaten meerdere keren doorlopen, en kon me tot in detail vertellen wat me die dag te wachten stond. Wat ze zouden doen. Welke medicatie ik zou krijgen. Hoe het voelt. En oh, wat een heerlijk gewicht viel er van mijn schouders. Niet alles, er bleven nog enkele tientallen kilo’s hangen, maar ik voelde me toch meteen lichter. Het maakte dat ik in de I-can-do-this-stemming bleef hangen, wat na de emotionele rollercoaster de dag voordien meer dan welkom was. Dus, lieve verpleegster, wherever you are: duizendmaal dank!
Doordat de verpleegster me al enorm kon geruststellen, was het tabletje valium dat ik kreeg voordat ik met bed en al richting dienst fertiliteit werd gerold lichtjes overbodig geworden. Ik nam het toch dankbaar aan, want met iedere gang waar de verpleegster mijn bed behendig in zwierde voelde ik mijn hart steeds sneller bonzen in mijn keel. Het ritme van de voetstappen van manlief en de wetenschap dat hij niet van mijn zijde zou wijken waren op dat moment de enige dingen die me lief waren aan de hele situatie waarin we ons bevonden.
Ik werd geparkeerd. Anders kan je het niet noemen. In een hoekje aan het einde van de gang op de dienst urologie bevindt zich een rij stoelen en een gordijntje, die samen moeten doorgaan voor de wachtruimte van de dienst fertiliteit. Klein puntje dat aan verbetering toe is in het UZA als je het mij vraagt. Maar goed, daar stond ik dus geparkeerd, in dat hoekje, achter dat gordijntje. Gezien de rij stoelen zich buiten het gordijntje bevond stond manlief gewoon recht naast mijn bed. Elke keer de schuifdeur vlakbij open schoof, voelde ik me alsof ik weer op die rollercoaster van de dag voordien zat. En wanneer de vrouw waarmee ik de kamer in het daghospitaal deelde aan de andere kant van het gordijntje werd geparkeerd en de verpleegster met een het-is-aan-u-mevrouw de rem van mijn bed afzette en me richting schuifdeur rolde, stond mijn hart haast stil terwijl het tegelijkertijd bijna uit mijn borstkas bonkte. Maar manlief was er, en dat zorgde ervoor dat ik alles met enige rust over me heen liet komen.
De pick-up zelf was bijzonder. Dat klinkt na wat je in de vorige alinea’s las misschien heel onlogisch. De prikken van de verdoving aan beide kanten waren even pittig – geloof me: je wordt écht niet graag geprikt op dié plaats – en ook de prikken van de naald voelde ik wel even, maar daarna was ik letterlijk aan het scherm gekluisterd. Tijdens de pick-up kan je alles wat binnenin gebeurt nauwkeurig volgen aan de hand van het beeld van de echo – jaja, live en al – en ik vond dit alles werkelijk indrukwekkend om te zien. Het moment waarop voor de eerste keer het woord EICEL uit de mond van de laborant kwam, kon ik mijn tranen haast niet bedwingen. Lucky tears deze keer want oef, het was allemaal niet voor niets geweest. Elke keer dit woord weerklonk, maakte mijn hart een sprongetje, goed voor in totaal negen sprongetjes. En nadien heel veel lucky tears.
Het moet hier gezegd worden dat ik het hele team dat me tijdens de pick-up heeft begeleid ongelooflijk dankbaar ben. Ik werd omringd door een team van verpleging, vroedvrouw, dokters en laborant dat naast professioneel ook erg menselijk te werk ging. We kregen een duidelijke uitleg van wat er zou gaan gebeuren bij elke stap die werd gezet. Ik kreeg elke paar minuten de vraag “Gaat het nog?”, afgewisseld met de lieve woorden “U doet het echt goed!” Ik werd met een enthousiast goed-gedaan-mevrouw zelfs gecomplimenteerd met het aantal follikels die ze vlak voor de pick-up zagen op de echo en nadien met het aantal eicellen die de punctie had opgebracht. Dit alles maakte dat ik me deze ervaring, waarvoor ik daags voordien nog angsttranen had gelaten, vooral herinner als beschreven in de vorige alinea: werkelijk heel bijzonder.
En dan kwam dit… De blik van manlief wanneer hij me aankeek na de ingreep. Met tranen in de ogen (ook bij hem waren er lucky tears) zei hij dat hij ontzettend fier op me was. Ja, janken natuurlijk hé. Ik denk dat op dat eigenste moment, met die uitspraak, met die tranen en in dat hoekje achter het gordijntje aan het einde van de gang onze band sterker was dan ooit tevoren.

De dag na de pick-up volgden nog meer tranen van geluk. Met een telefoontje bracht de laborant van het UZA ons op de hoogte van het resultaat van de IVF: wel liefst zes van de negen eicellen waren goed bevrucht. Deze zouden ze een aantal dagen hun ding laten doen, om op dag 5 na de pick-up het sterkste embryo terug te plaatsen.
De volgende dagen deed ik op doktersadvies rustig aan. Niet dat ik anders kon, mijn buik was nog steeds – of was het eerder nog méér – opgeblazen en ontzettend gevoelig. Bij de minste inspanning riepen de pijnscheuten me tot de orde: rusten was de boodschap. Frustrerend, saai, maar nodig om mijn lichaam de nodige rust te gunnen om te herstellen na de punctie. En dat was van groot belang voor de volgende stap…

Difficult roads often lead to beautiful destinations

Hoewel onze wegen elkaar eerder al eens kruisten, begon ons leven samen een goeie twaalf jaar geleden. Manlief en ik hadden tot die tijd elk onze eigen weg bewandeld, maar na die ene kus in het jeugdhuis stond het voor mij vast dat onze wegen niet meer zouden scheiden. En dat is tot op de dag van vandaag nog steeds waar ik – misschien zelfs nog meer dan toen – in geloof. Meer zelfs, onze wegen zijn samengesmolten. Het is er eentje geworden, één weg, die van ons samen.

We hadden ons nooit kunnen inbeelden hoe onze weg zou lopen. Nochtans had ik daar jarenlang een heel duidelijk beeld van. We zouden studeren, onze diploma’s behalen, een job vinden dicht bij het huis van onze dromen, trouwen en als kers op de taart kinderen krijgen. Twee. Een meisje en een jongen, als het even zou kunnen. We fietsten door onze studies heen en bolden op de tonen van Mia langs ons eerste appartementje en ons droomhuis verder in de richting van onze mooiste dag. Soms leek het alsof we in een sportwagen zaten, zo vlot leek alles wel te gaan. Geen hobbels in de weg, geen onverwachte omwegen. Zelfs MS kon – hoeveel moeite die ook deed – ons niet van onze route laten afwijken. Life was good! Na onze mooiste dag schakelden we dan ook naar een hogere versnelling voor het vervolg van de trip of our life.
Wisten wij veel dat er nog een lang parcours vol haarspeldbochten en hindernissen voor ons lag… Nadat de weg in oktober 2016 zelfs tijdelijk volledig onderbroken was en we genoodzaakt waren om weer opnieuw te beginnen waar we een klein jaar voordien waren vertrokken, durfden we niet meer vol op het gaspedaal te duwen. We werden voorzichtiger, berekender, maar waren vastbesloten om niet op te geven. Na weer een dikke tien maanden besloten we om hulp in te roepen. We schakelden onze gynaecologe in die ons de weg zou wijzen naar datgene wat we zo graag wilden. GPS-gewijs, want we hielden zelf het stuur in handen. Met een goede GPS zouden we er wel geraken, daar waren we vast van overtuigd.
Niets was minder waar. Half oktober werd onze route herberekend en verwees onze gynaecologe ons door naar de fertiliteitsarts van hetzelfde ziekenhuis. We waren  genoodzaakt om het stuur uit handen te geven. De enige ritjes die we nu nog zelf ondernemen zijn de ritjes naar de ziekenhuizen, en vanaf daar nemen de dokters het over. Omdat het moet, niet omdat we willen. Het zijn geen sit-back-and-relax uitjes, dat kan ik je wel vertellen. Het weegt. We weten vaak niet wat de datum is, maar kunnen wel op élk moment zeggen de hoeveelste dag van mijn cyclus het is. We tellen niet meer met maanden, maar met cyclussen. We leven van doktersafspraak tot doktersafspraak. Het beheerst ons hele leven.
Ondertussen worden we ingehaald. Het lijkt wel alsof iedereen ons moeiteloos voorbij zoeft. De zwangerschaps- en geboorteaankondigingen volgen zich in sneltempo op, als megasize-billboards langs onze weg. De ene keer rijden we er snel voorbij, de andere keer zetten we ons even aan de kant om onze tranen de vrije loop te laten. Stiekem, zonder dat de mensen rondom ons het zien. Want we gunnen iedereen dat grote geluk van een eigen gezinnetje. Ik voel me vaak schuldig. Ik wil niet dat anderen merken dat we het moeilijk hebben met iets wat een ander zo gelukkig maakt. Ik ben egoïstischer geworden, een eigenschap waar ik niet trots op ben maar wel eentje die nodig is om door te blijven gaan.
Het doet pijn, ook al willen we dat niet, om iedereen te zien op de ene plaats waar wij graag zouden willen zijn. We zouden werkelijk alles geven om er te geraken, want het lijkt me een heerlijke plaats. En zeg me niet dat er ook nadelen zijn, want die preek heb ik al vaak moeten aanhoren. Geloof me wanneer ik zeg dat alles over zou hebben voor 9 maanden ochtendmisselijkheid gevolgd door slapeloze nachten en vermoeiende dagen, kakpampers en huilconcerten. Zeg me alsjeblieft nooit (meer): “Wacht maar tot je zelf kinderen hebt!” Want wachten is alles wat we op dit moment kunnen doen.

Onze weg, die er een dikke 12 jaar geleden zo mooi en veelbelovend uit zag, ziet er in geen enkel opzicht uit zoals ik me hem had voorgesteld. Het is een hobbelig parcours vol onvoorspelbare bochten en omleidingen geworden. En weet je wat? Het is kak!
Gelukkig is er één iets dat na al die tijd nog exact hetzelfde is, en dat is dat ik die weg nog steeds samen met manlief afleg. Elk hobbeltje, elke bocht, elke onverwachte stop en elke omleiding hebben we samen doorstaan. En dat is wat me nog elke dag doet geloven in een goede afloop. Hoe moeilijk onze weg ook is, ik ben er vast van overtuigd dat we er na dit helse parcours zullen geraken en dat er een mooie toekomst is weggelegd voor ons, met ons eigen kleine gezinnetje.