De M van mama

Gisteren was het moederdag, de dag waarop alle moeders ter wereld worden gevierd. Terecht, want het is toch wel wat, zo’n kind(eren) opvoeden. Ik kijk al jaren uit naar de eerste editie die ik als mama mag meemaken. In september, bij het zien van de plus op de zwangerschapstest, droomde ik al van moederdag 2017. In oktober werd die droom aan diggelen geslagen, ik zou nog niet mogen meevieren op 14 mei. Manlief dacht daar anders over.

Het lijkt misschien stom, maar moederdag meemaken als mama lijkt me echt fantastisch. Hoewel je het elke dag bent, besef je – denk ik – die dag des te meer dat je de geweldige eer hebt om mama te zijn van één of meer kinderen die je doodgraag ziet, en dat je dat potverdikke nog niet zo slecht blijkt te doen.
Voor mij was het dit jaar echter de dag die me eens te meer deed beseffen dat ik het niet ben. Ik ben geen mama, en ik had het ondertussen wel moeten zijn.
Ik keek er dan ook ontzettend tegenop dit jaar. Ik zou door Facebook en Instagram scrollen, en al die blije en fiere mama’s moeten zien. Ook op tv ging er geen reclameblok voorbij zonder dat het wordt vermeld, en aangezien ik in het onderwijs werk zou ik ook in de klas een moederdagcadeautje in elkaar moeten knutselen. Nee, er was werkelijk geen enkele manier om eraan te ontkomen. Dus probeerde ik het naast me neer te leggen. Ik zou proberen om van zondag een “gewone” moederdag te maken, in de rol van dochter en niet in de dubbelrol die blijkbaar nog niet voor me was weggelegd.
Dat was naast manlief gerekend. Wanneer we ’s nachts thuis kwamen van een avondje uit – Tongelse Dorpsfeesten, een jaarlijkse traditie – en ik me afgepeigerd in de zetel liet vallen, dook hij in z’n rugzak. Ik hoorde het gekraak van papier, waarvan ik aannam dat het afkomstig was van een snoepverpakking. Vlak voor ik m’n ogen dicht liet vallen, kwam hij echter in mijn richting met de oorzaak van het gekraak. Een cadeautje. Voor mij? Ja! Dat alleen al vond ik fantastisch, ik hou van verrassingen als deze. Dan zei hij: “voor moederdag”.

Tranen. Van geluk. Want in zijn ogen ben ik wel een mama. Ook al moet ik ’s nachts niet opstaan om te troosten, moet ik geen pampers verversen en nog meer van de taken die een mama normaal op zich neemt. Toch mag ik volgens hem die titel dragen. Hij had me geen mooier cadeau kunnen geven.Wat ik kreeg, materieel gezien, maakt me niet zo veel uit. Hoewel hij z’n best had gedaan om een mooi, symbolisch cadeau uit te zoeken, waar ik overigens heel erg blij mee ben. Maar het gelukkigst ben ik met de titel die hij me gaf. Hij gaf me een M die meer voor me betekent dan welke M ook: de M van mama…

FYI: armbandje > http://www.moon-bracelets.com

Keep your head up – keep your heart strong

April. De gevreesde maand april. Ik keek er al tegenop vanaf het moment dat de vier woorden van de gynaecoloog onze wereld deden instorten. 28 april stond immers met een hartje aangeduid op onze kalender, als symbool voor mijn uitgerekende datum. En daar zal het bij blijven, een uitgerekende datum. Naast het feit dat ik daar al ontzettend tegenop zie, eist MS ook weer de nodige aandacht op. Wat een rotmaand.

Het ging. De laatste maanden ging er nog steeds geen dag voorbij zonder dat ik aan ons kindje dacht, aan wat had kunnen zijn, wat had moeten zijn maar niet mocht. Maar het ging langzaam maar zeker beter met me. Vooral de aanwezigheid van de zon de laatste weken maakt dat ik me elke dag een beetje beter voel. En toch knaagde er de laatste weken ook iets. Naarmate de getallen die de dagen van de maand maart telden hoger werden, kwamen er steeds meer vragen in me op. Vragen die altijd onbeantwoord zullen blijven. Hoe dik zou mijn buik nu zijn? Hoe lang zou ik onze dagelijkse wandelingetjes met ons Vicje nog volgehouden hebben? Hoe zou de babykamer er uit gezien hebben? Welke naam zouden we gekozen hebben? Hoe zou het geboortekaartje er uit zien? Zou hebben. Volgens de regels van de Nederlandse grammatica spreek ik dan in de voltooid verleden toekomende tijd. In praktijk is er echter helemaal niets voltooid, maar zal het verhaal van ons eerste kindje altijd onvoltooid blijven. 28 april is dus een datum waar ik allerminst naar uitkijk. Ook al is de kans heel klein dat ons kindje daadwerkelijk die dag zou zijn geboren, het zal voor altijd de dag blijven die me herinnert aan ons eerste kindje. Het kindje dat niet kwam.
Om van deze maand helemáál een rotmaand te maken, mag ik volgende week nog eens op bezoek in de MS-kliniek. Hoewel ik dacht dat er geen tests of consultaties meer op de planning zouden staan tot in juli, blijkt nu dat er toch een aantal routinetests gedaan dienen te worden. Ongeveer een jaar geleden onderging ik die hele reeks tests al een eerste keer. In de MS-kliniek wordt deze reeks jaarlijks herhaald, wat goed is voor twee keer een trip op en af naar Overpelt. Inderdaad, twee keer. Het ziekenfonds betaalt immers niet alles terug wanneer alle tests op dezelfde dag plaatsvinden. I know, ik zie hierin ook de logica niet, maar ik vind dat ze dan op z’n minst mijn vervoerskosten ook mogen terugbetalen…
De tests op zich zijn niet zo erg. Ik ken ze en ik weet dus waaraan ik me kan verwachten. Ik vind het op zich ook niet erg om naar de MS-kliniek te gaan. Je kon al eerder lezen dat ik me daar echt wel op m’n gemak voel. Ik ken er ondertussen de weg en ken er al heel wat mensen, die overigens stuk voor stuk su-per-vriendelijk zijn. Nee, ik kijk er niet per se tegenop om me volgende week donderdag weer aan te melden aan de receptie in Overpelt.
Wat dan wel het probleem is? Het feit dat het telefoontje vorige week me weer met de neus op de feiten drukte: ik heb MS. Ja, ik wéét dat ik MS heb. En ik wéét dat het nooit meer weggaat. En dat ik er zelf voor gekozen heb om naar de MS-kliniek te gaan en me daar te laten opvolgen. Ik ben er dag in – dag uit onbewust mee bezig, met die MS van mij, het zit in áltijd wel ergens in mijn hoofd (letterlijk én figuurlijk). ’s Ochtends een pilletje, ’s avonds een pilletje, tussendoor de bijhorende nevenwerkingen van de medicatie, het lichte manken wanneer ik net iets te ver ben gewandeld, … Allemaal dagdagelijks dingen waar ik al niet meer bij stilsta, maar ze zijn er wel. Het feit dat ik er nu ook weer even bewust mee bezig moet zijn, dat ik MS weer meer aandacht moet geven, vind ik echt – excuses voor mijn taalgebruik – gewoonweg klote.

April, de maand waar ik in september zó naar uitkeek, lijkt zich ondertussen te hebben ontpopt tot de meest deprimerende maand van het jaar. Of toch voor mij. Rondom mij gebeuren wel mooie dingen. Er worden baby’s geboren. Er worden zwangerschappen aangekondigd. Er worden verjaardagen gevierd. Stuk voor stuk redenen om te vieren. Gelukkig maar. Dat helpt me om deze maand april toch heelhuids door te komen. En het geeft hoop. Hoop dat de M die de maand mei met zich meebrengt er eentje zal zijn met alleen maar geluk.

The world around you moves on as if your life was never shattered – and all you want the world to do is say that your baby mattered

Het nieuws dat het hartje van ons kindje niet meer klopte, sloeg in als een bom. Een bom die alle dromen die we hadden over ons kindje, ons gezinnetje, in 1 slag verwoestte. Alsof dat nog niet erg genoeg is, moet je deze bom nadien zelf ook nog een paar keer droppen. Bij familie, vrienden, collega’s, … We hadden het nieuws van ons kleine gelukje al met heel wat mensen rondom ons gedeeld, wat betekende dat we nu dit nieuws nog vaak zouden moeten herhalen. En daar keken we ontzettend tegenop. En toch…

Na het plusteken, de positieve bloedtesten bij de huisarts en de eerste echo op 7 weken, was het moeilijk om ons geluk nog lang voor onszelf te houden. Begin september hadden we al een aantal mensen ingewijd die ons heel nauw aan het hart liggen, maar we hadden afgesproken om het grote nieuws pas mee te delen aan onze vrienden en de rest van de familie op mijn verjaardag. Dan stond er sowieso een feestje gepland. Oké, dan zou ik nog maar 10 weken zwanger zijn, en niet de 12 weken die vaak als mijlpaal worden gezien om dit nieuws aan de grote klok te hangen, maar wat was de kans dat er nog iets zou mislopen? Dachten we toch… En áls er iets zou mislopen, zouden we toch een vangnet nodig hebben? Mensen die zouden begrijpen waar we door zouden moeten, waarmee we zouden kunnen praten, … Maar we gingen er hoofdzakelijk van uit dat er niets meer mis zou gaan. Dus, zo gezegd, zo gedaan. Op mijn verjaardagsfeestje kondigde de hubby op zijn typische hij-manier aan dat ik zwanger was. Het nieuws kwam voor een aantal vriendinnen al niet meer als een verrassing, zij hadden immers al een sterk vermoeden doordat ik al een aantal weken geen druppel alcohol meer aanraakte wanneer we uitgingen. Niet dat ik anders een drankorgel ben, maar ik lust in het weekend toch wel een lekker biertje of een glaasje wijn. Ik was dus al door de mand gevallen, wat ik wel had verwacht. Voor een aantal anderen kwam het dan weer wel als een verrassing, hoewel onze kinderwens geen geheim was. In ieder geval, iedereen zag hoe gelukkig we waren en wenste ons het allerbeste toe. Na de turbulente periode het laatste anderhalf jaar gunde iedereen ons ons geluk des te meer. En nu iedereen op de hoogte was, hadden we nog meer het gevoel op wolkjes te lopen.
Na het nieuws bij de gynaecoloog waren niet enkel de wolkjes maar ook de grond onder onze voeten weggezakt. Ik heb nog nooit zo’n immens verdriet gevoeld. Ik wist niet dat dit zoveel pijn kon doen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar nooit bij had stilgestaan wanneer ik hoorde dat iemand een miskraam had gehad. Ik besefte wel dat het verschrikkelijk moest zijn om zoiets mee te maken, maar niet dat zelfs dat woord betekenisloos lijkt tegenover het verdriet waar je op dat moment mee om moet gaan. Ik weet nu en kan met 100% zekerheid zeggen dat, hoe empathisch en meevoelend iemand ook kan zijn, niemand weet hoe het voelt als je het zelf nooit meegemaakt hebt. Want wat voor de buitenwereld nog maar pril lijkt, erg klein is, nog geen “echt kindje” is, misschien bij wijze van spreken “nog niet echt iets is”, was voor ons alles. De 6 weken na het plusteken waren de mooiste van ons hele leven. We voelden ons fantastisch, alsof we de hele wereld aankonden. Onze grootste droom was werkelijkheid geworden en zat in mijn buik. Voor ons was dit niet “pril”, of “nog maar” een embryo of foetus, voor ons was dit een nieuw begin, een nieuw hoofdstuk, een nieuw leven. Ons kindje, waarvan we vanaf de eerste seconde onvoorwaardelijk hielden. Onze toekomst. Ons alles.
We besloten om, nadat we twee weken geleden ons geluk van de dagen schreeuwden, ook het slechte nieuws te delen. Met onze familie. Onze vrienden. Collega’s. En uiteindelijk met de wereld. Nadat we onze naaste omgeving persoonlijk op de hoogte brachten met een bezoekje, een telefoontje of een berichtje, postten we op zondag een berichtje op Facebook. Om aan iedereen te laten weten dat ons kindje een engeltje was geworden. Om aan de wereld te tonen wat voor een immens verdriet we hadden. Een bewuste keuze. Niet de keuze om medelijden op te wekken. Maar de keuze om ons kindje, ons engeltje, een werkelijk deel van onszelf en van de wereld te laten zijn. Ik had in de voorbije twee dagen al gemerkt wat voor een taboe er nog altijd rust op een miskraam als deze, zo vroeg in de zwangerschap. En als er één ding was dat ik niet van ons engeltje wilde maken, dan was het een taboe. Nee, ons kindje moet herinnerd worden, niet enkel door ons maar door iedereen rondom ons. Want er is geen dag in ons leven waarop we gelukkiger waren dan de dagen in de 6 weken waarin we wisten dat ons kindje er aan kwam.
We kregen veel reacties. Heel veel. Hartverwarmend veel. Troostende woorden en berichtjes om ons sterkte te wensen, en dat deed zo’n deugd. Want vanaf dat moment was ons engeltje niet enkel een deel van onze wereld, maar van de hele wereld. En dat was de grootste troost die we ons maar konden wensen: ons kindje had bestaan, en ons engeltje zal altijd blijven bestaan, voor iedereen.

We hebben ons kindje nooit in onze armen kunnen nemen, we hebben het nooit gezien, we wisten nog niet eens of het een jongen of een meisje zou worden. We zullen het ook nooit weten. Maar ons kindje was niet niets, het was alles. Voor ons toch. En dat mag de hele wereld weten. Dat moét de hele wereld weten. Hoewel 1 op 4 vrouwen op een moment in haar leven een miskraam krijgt, wordt hierover bijna niet gepraat. Er rust een taboe op, er wordt over gezwegen alsof deze kindjes nooit hebben bestaan. En dat is het érgste wat er volgens mij na de 4 woorden van de gynaecoloog had kunnen gebeuren: dat ons kindje zou worden dood gezwegen…