Keep your head up – keep your heart strong

April. De gevreesde maand april. Ik keek er al tegenop vanaf het moment dat de vier woorden van de gynaecoloog onze wereld deden instorten. 28 april stond immers met een hartje aangeduid op onze kalender, als symbool voor mijn uitgerekende datum. En daar zal het bij blijven, een uitgerekende datum. Naast het feit dat ik daar al ontzettend tegenop zie, eist MS ook weer de nodige aandacht op. Wat een rotmaand.

Het ging. De laatste maanden ging er nog steeds geen dag voorbij zonder dat ik aan ons kindje dacht, aan wat had kunnen zijn, wat had moeten zijn maar niet mocht. Maar het ging langzaam maar zeker beter met me. Vooral de aanwezigheid van de zon de laatste weken maakt dat ik me elke dag een beetje beter voel. En toch knaagde er de laatste weken ook iets. Naarmate de getallen die de dagen van de maand maart telden hoger werden, kwamen er steeds meer vragen in me op. Vragen die altijd onbeantwoord zullen blijven. Hoe dik zou mijn buik nu zijn? Hoe lang zou ik onze dagelijkse wandelingetjes met ons Vicje nog volgehouden hebben? Hoe zou de babykamer er uit gezien hebben? Welke naam zouden we gekozen hebben? Hoe zou het geboortekaartje er uit zien? Zou hebben. Volgens de regels van de Nederlandse grammatica spreek ik dan in de voltooid verleden toekomende tijd. In praktijk is er echter helemaal niets voltooid, maar zal het verhaal van ons eerste kindje altijd onvoltooid blijven. 28 april is dus een datum waar ik allerminst naar uitkijk. Ook al is de kans heel klein dat ons kindje daadwerkelijk die dag zou zijn geboren, het zal voor altijd de dag blijven die me herinnert aan ons eerste kindje. Het kindje dat niet kwam.
Om van deze maand helemáál een rotmaand te maken, mag ik volgende week nog eens op bezoek in de MS-kliniek. Hoewel ik dacht dat er geen tests of consultaties meer op de planning zouden staan tot in juli, blijkt nu dat er toch een aantal routinetests gedaan dienen te worden. Ongeveer een jaar geleden onderging ik die hele reeks tests al een eerste keer. In de MS-kliniek wordt deze reeks jaarlijks herhaald, wat goed is voor twee keer een trip op en af naar Overpelt. Inderdaad, twee keer. Het ziekenfonds betaalt immers niet alles terug wanneer alle tests op dezelfde dag plaatsvinden. I know, ik zie hierin ook de logica niet, maar ik vind dat ze dan op z’n minst mijn vervoerskosten ook mogen terugbetalen…
De tests op zich zijn niet zo erg. Ik ken ze en ik weet dus waaraan ik me kan verwachten. Ik vind het op zich ook niet erg om naar de MS-kliniek te gaan. Je kon al eerder lezen dat ik me daar echt wel op m’n gemak voel. Ik ken er ondertussen de weg en ken er al heel wat mensen, die overigens stuk voor stuk su-per-vriendelijk zijn. Nee, ik kijk er niet per se tegenop om me volgende week donderdag weer aan te melden aan de receptie in Overpelt.
Wat dan wel het probleem is? Het feit dat het telefoontje vorige week me weer met de neus op de feiten drukte: ik heb MS. Ja, ik wéét dat ik MS heb. En ik wéét dat het nooit meer weggaat. En dat ik er zelf voor gekozen heb om naar de MS-kliniek te gaan en me daar te laten opvolgen. Ik ben er dag in – dag uit onbewust mee bezig, met die MS van mij, het zit in áltijd wel ergens in mijn hoofd (letterlijk én figuurlijk). ’s Ochtends een pilletje, ’s avonds een pilletje, tussendoor de bijhorende nevenwerkingen van de medicatie, het lichte manken wanneer ik net iets te ver ben gewandeld, … Allemaal dagdagelijks dingen waar ik al niet meer bij stilsta, maar ze zijn er wel. Het feit dat ik er nu ook weer even bewust mee bezig moet zijn, dat ik MS weer meer aandacht moet geven, vind ik echt – excuses voor mijn taalgebruik – gewoonweg klote.

April, de maand waar ik in september zó naar uitkeek, lijkt zich ondertussen te hebben ontpopt tot de meest deprimerende maand van het jaar. Of toch voor mij. Rondom mij gebeuren wel mooie dingen. Er worden baby’s geboren. Er worden zwangerschappen aangekondigd. Er worden verjaardagen gevierd. Stuk voor stuk redenen om te vieren. Gelukkig maar. Dat helpt me om deze maand april toch heelhuids door te komen. En het geeft hoop. Hoop dat de M die de maand mei met zich meebrengt er eentje zal zijn met alleen maar geluk.