IVF GOT THIS | May the embryos be ever in your favor

In een vorig deel van ons hoofdstuk van eerste keren vertelde ik je over de pick-up. Het is wel duidelijk dat die een grote indruk op ons had nagelaten – nog steeds trouwens. Gelukkig kreeg ik na de eicelpunctie en het telefoontje de dag nadien even de tijd om te bekomen. Tijd die nodig was. Want zowel emotioneel als fysiek was alles de laatste weken grondig overhoop gegooid. Ik pik het verhaal weer op in de dagen na de punctie, begin augustus.


Laat me eerst even duidelijk stellen dat ik geen kleinzerig type ben. Niet meer. Hoewel ik volgens manlief mijn klep wel eens te hard durf openzetten wanneer het hondje iets te onstuimig knuffelt, klaag ik volgens mij niet snel over pijn. De dagen na de pick-up deed ik dat dus ook niet, hoewel aan de omvang van mijn buik duidelijk te zien was dat er daarbinnen heel wat aan de hand was geweest. Hoe kan het ook anders? Op de plaats waar anders elke maand één eicel rijpt, of in sommige gevallen hoogstens twee, hadden nu wel liefst 11 follikels gezeten. Om je een idee te geven: een follikel heeft vlak voor de eisprong een diameter van een slordige vijfentwintig millimeter. Twee-en-een-halve-centimeter, en dat 11 keer verspreid over de twee eierstokken. Je kunt je wel voorstellen dat die dingen danig hun best hadden moeten doen om dat allemaal gestockeerd te krijgen. Tijdens de pick-up werden ze vervolgens doorboord om de follikels één voor één aan te prikken. Dat gewroet met die naald deed ze evenmin goed. Om een terugplaatsing van een embryo een aantal dagen later mogelijk te maken, was het dus belangrijk dat alles binnenin weer ietwat op z’n plooi kwam.
Op dag 5 werden manlief en ik weer verwacht in het UZA. ’t Is te zeggen, ik werd verwacht, maar manlief ging zoals altijd met me mee. Aangezien koppels die op de ‘gewone’ manier kinderen maken dat samen doen, vinden wij het niet meer dan normaal dat wij dat ook doen. Fysiek was de terugplaatsing geen uitdaging – naast de volle blaas die pas na de transfer geledigd mag worden, geen sinecure voor iemand die door haar MS moeite heeft om die te controleren – maar emotioneel bleek ook deze stap ons weer te verrassen…
De dag voordien begon het al te knagen. De hele resem ‘wat als…’-vragen passeerde meer dan eens de revue. Wat als er maar één embryo overblijft en er niets in de diepvriezer kan? Oh nee, wat als geen enkel embryo het haalt? Wat als mijn blaas niet vol genoeg is (weet ik veel!)? Wat als het enige embryo dat overblijft niet sterk genoeg is? Wat als ik niet voldoende goed hersteld ben? Wat als…? Ik verzeker je: gek word je van dat soort vragen waar niemand op dat moment een antwoord op kan geven. Elke keer mijn telefoon eender welk signaal gaf, stond mijn hart stil uit schrik dat de embryoloog zou bellen met het nieuws dat alle embryo’s het hadden opgegeven en de transfer niet zou doorgaan. En dat dan alles voor niets zou zijn geweest.
Maar dat telefoontje kwam niet, en dus stonden we de volgende dag op tijd op om richting Antwerpen te rijden. Met flesje water bij de hand, want die blaas moest toch vol geraken, zeker (stress!). Veel te vroeg – want zo zijn we dan – kwamen we in het UZA aan, waardoor we naar goede gewoonte nog een koffie met verplichte croissant konden bestellen in de cafetaria. FYI: als je ooit in het UZA komt, de croissants en de cappuccino in de cafetaria zijn aanraders, maar neemt nooit-never-ever koffie van de automaat. Ditmaal ging die croissant net iets minder vlot naar binnen, zenuwen enzo. En ondertussen stond er met alle koffie en water van die ochtend al een redelijk hoge druk op mijn blaas. Nog meer zenuwen, dus.
Bon, een kwartier voor het aan ons zou zijn legden we de inmiddels vertrouwde route naar de dienst voor Reproductieve Geneeskunde af. Na even wachten op twee van de stoelen van dat rijtje aan het einde van de gang ging de schuifdeur open, waarna er ge-mevrouw-Scheveneels-t werd door de vroedvrouw. Dezelfde vroedvrouw van het intakegesprek én de pick-up. Oef. Niet dat een andere vroedvrouw dat niet even goed zou doen allemaal, maar ze had me tijdens het hele traject al zo goed en met de nodige zorg begeleid dat ik blij was om haar terug te zien.
Net als tijdens de pick-up werd het al snel een drukke boel in de ruimte waar de terugplaatsing zou plaatsvinden. Na de vroedvrouw kwam de dokter. En nog een dokter. En om het gezelschap helemaal compleet te maken, schoof het luikje van het labo open, waarlangs de embryoloog ons begroette. Na de nodige formaliteiten waarbij heel wat over en weer wordt gegooid met meneer-en-mevrouw en geboortedatums, kregen we het nieuws dat er één embryo sterk genoeg was om terug te plaatsen en dat er bovendien nog liefst vier embryo’s in de running waren richting diepvriezer. Stresspuntje minder: het was allemaal niet voor niets geweest!
Ik werd klaargemaakt voor de terugplaatsing (met complimenten voor mijn volle blaas – yes!) wat gelukkig heel wat minder omslachtig was dan de voorbereiding van de eicelpunctie, en de embryoloog gaf door het labo-luikje het embryo door. En dát, dat was ontzettend speciaal. Op dat moment zat er in dat buisje dat van embryoloog naar arts wordt doorgegeven een stukje-van-hem-en-mij, om niet veel later naar mijn buik te verhuizen. Die verhuis werd met een uitwendige echo nauwkeurig gevolgd, wat betekent dat manlief en ik weer aan het scherm gekluisterd waren. Ik had er me niet aan verwacht, maar ook hier kwamen weer tranen aan te pas. Nadien kregen we de print van de echo, waarop ons embryo piepklein maar duidelijk te zien was. Kippenvelmomentje.

So far, so good. Nu konden we alleen nog maar afwachten wat het resultaat zou zijn. Om de spanning er al af te halen: ik testte positief. Weer tranen. Jammer genoeg eindigde dit hoofdstuk nog maar eens in een anticlimax. Wederom tranen.
Het wat en hoe van het einde van ons hoofdstuk van eerste keren moet ik je vandaag verschuldigd blijven. Niet omdat ik het nu niet wil of niet kan schrijven, simpelweg omdat ik de tijd nu niet vind. Maar van zodra ik later deze week de tijd weer even de tijd heb, beloof ik je dat ook dat deel van ons IVF-verhaal z’n weg zal vinden naar deze blog.
To be continued…