We read to know we are not alone

Schrijven is mijn therapie. Ik kan best begrijpen dat er mensen zijn die na het stilstaan van hun wereld professionele hulp nodig hebben. Ik niet. Of ik dénk toch dat ik geen professionele hulp nodig heb. Ik praat veel (voor de mensen die me goed kennen: ja, ik ben me er echt wel van bewust, ik praat véél) en ik schrijf, en dat helpt om MS een plaats te geven in mijn leven. Op 27 mei, de dag die ik zelf omvormde tot FUCK-MS-dag, deelde ik deze blog met de wereld. Voor die dag was mijn verhaal enkel te lezen door een select groepje, de “elite” in mijn leven: mijn familie en enkele naaste vrienden. Vanaf die dag is mijn verhaal er voor iedereen die het lezen wil.

En gelezen wordt er. Wow, op 27 mei schoten de statistieken de lucht in. Niet dat ik dag per dag opvolg hoeveel mijn blog gelezen wordt, ik doe het echt niet om “populair” te worden, maar na het delen van mijn blog op Facebook was ik wel benieuwd of er veel mensen de tijd zouden nemen om mijn verhaal te lezen. Op 1 dag tijd passeerden er een 400-tal bezoekers langs mijn blog, een groot verschil met de dagen en weken die er aan vooraf gingen.
Ik moet toegeven dat ik een beetje bang was. Hoewel het al even in mijn hoofd speelde om mijn verhaal met iedereen te delen, werd ik eerst tegengehouden door het idee dat anderen dit zouden afdoen als middel om medelijden op te wekken. En dat is het laatste wat ik wou. De reden dat ik de blog toch deelde, is dat er al verschillende geruchten de ronde deden. Ik zou moeilijk te been zijn, ik zou met krukken gaan, ik zou in een rolstoel zitten, ik zou echt wel doodziek zijn, ik zou vanaf nu altijd halftijds gaan werken, en zo kan ik nog even doorgaan. Het delen van mijn verhaal, het échte verhaal, zou deze geruchten wel doen verdwijnen. En mensen die dachten dat ik medelijden wilde opwekken, die kennen me gewoon niet goed genoeg, besloot ik. Maar toen ik vaststelde dat er plots zóveel bezoekers waren, kwam die schrik toch even terug.
Mijn angst was ongegrond. Het duurde niet lang vooraleer de eerste reacties kwamen. Reacties waaraan ik me niet echt had verwacht. Van mensen waarvan ik het niet had verwacht. Van mensen die ik al lang niet meer heb gezien, van mensen die ik zelfs niet persoonlijk ken. En allemaal zeiden ze hetzelfde, of het kwam toch op hetzelfde neer. Geen medelijden (oef!), wel complimenten. Over hoe ik met mijn nieuwe levenspartner omga. Over hoe ik erover kan praten en schrijven. Over wat voor een, en ik citeer, “straffe madam” ik ben. Oef, positieve reacties. Reacties die me deugd deden, echt waar, en waarvoor ik heel dankbaar ben.
Er waren ook enkele mensen die persoonlijk contact met me opnamen. Om te zeggen dat mijn verhaal hen deed nadenken over het leven. Of om te zeggen dat ze zelf al even bepaalde klachten hadden, en dat het lezen van mijn verhaal hen er toe bracht om toch eens naar de dokter te gaan. Dat had ik al helemaal niet verwacht, en dat was ook helemaal niet mijn bedoeling. Ik ben niet beginnen schrijven met het idee “en nu zal ik iedereen eens laten filosoferen over hun eigen leven”, al helemaal niet. Ik ben beginnen schrijven voor mezelf (egoïstisch, hé), en nu blijkt dat anderen er ook echt iets aan hebben. Ik wist eerst niet goed hoe ik me hierbij moest voelen. Ik wil niet het idee geven dat ik nu weet hoe het leven in elkaar zit, dat ik er helemaal achter ben hoe het leven geleefd moet worden, want dat ben ik hoegenaamd niet. Het is niet mijn bedoeling om mensen “op de vingers te tikken” omdat ze vitten op de kleine ongemakken van het leven, want daar betrap ik mezelf ook nog steeds op. Maar na enkele van deze reacties zag ik in dat ik het misschien maar moet zien als compliment. Als positieve bijwerking van mijn nieuwe levenspartner en het verhaal dat daaruit voortvloeit. Als mijn verhaal zoals ik het schrijf (no-nonsense en eerlijk, zonder bijbedoelingen) mensen er toe kan aanzetten om zelf te gaan nadenken over hun eigen verhaal, dan kan dat toch alleen maar iets goeds zijn. Denk ik dan.
Mensen spreken me anders aan nu. Voordat ik mijn eigen versie van het verhaal de wereld instuurde, werd er in het rond gegooid met flarden van wat mensen dáchten dat mijn verhaal was. De ene flard lag al dichter bij de werkelijkheid dan de andere. Wanneer mensen me aanspraken, begonnen ze vaak met “ik heb gehoord dat…”, om dan een aantal flarden aan elkaar te breien die ze hier en daar hadden opgevangen. Waarop ik telkens het hele verhaal van naaldje tot draadje moest uitleggen, om de juiste flarden netjes aan elkaar gezet te krijgen. Wanneer mensen me nu aanspreken, beginnen ze nu vaak met “ik heb gelezen dat…”, en dat maakt de conversatie een stuk makkelijker. Mensen die me zo aanspreken kennen mijn verhaal, en weten net zoveel als ik. Dat praat makkelijker.
Wat ik me in de afgelopen weken ben beginnen afvragen, is waarom mensen mijn verhaal lezen. Waarom zijn mensen geïnteresseerd in het stilstaan van mijn wereld, mijn hersenspinsels over mijn leven, mijn ups en downs? Is het uit nieuwsgierigheid, de voyeur in ons die ons hier toe aanzet? Een soort reality-serie, maar dan in woorden in plaats van beelden? Is het uit bezorgdheid? Interesse? Is het gewoon goed leesvoer? Of toch maar weer dat medelijden? Tot vandaag had ik hier geen antwoord op gevonden, en ik denk ook niet dat de lezers van mijn blog daar zo meteen een antwoord op zouden kunnen geven. Maar in mijn zoektocht naar goede citaten om in mijn blog te verwerken, vond ik deze van C.S. Lewis: “we read to know we are not alone”.

We lezen om te weten dat we niet alleen zijn. De nagel op de kop. MS is mijn nieuwe levenspartner, waarmee ik moet leren samenleven. En zo heeft ieder z’n eigen ongemakken die het leven wel eens in de war durven sturen. En iedereen staat daar uiteindelijk alleen voor. Ja, je hebt familie en vrienden waarop je altijd kunt rekenen, maar als puntje bij paaltje komt moet JIJ er wel doorheen. Een verhaal als het mijne lezen, maakt dat we weten dat ieders wereld wel eens stilstaat. Dat ieder met z’n eigen levenspartner(s) door het leven moet. We doen dit alleen, maar we zijn niet alleen. Gelukkig.

Een reactie op “We read to know we are not alone

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s