Every day may not be good, but there’s something good in every day

Deze week nam het optimisme een dagje vrij. Dat had ik wel kunnen verwachten, na bijna drie weken fulltime dienst. De dag dat het optimisme vrij had, was een baaldag. En toch waren er zelfs in die dag kleine lichtpuntjes, die zelfs deze dag de moeite waard maakten.

Eerder deze week voelde ik meer even “normaal”, gezond. Enkele maanden geleden bestelden we tickets voor een concert, om de verjaardag van de schoonzus te vieren. Het zou een familie-uitstapje worden, niet iets wat echt bijzonder of zeldzaam is. Of toch, op dit moment wel. Na bijna drie weken verplichte rust, klonk het woord “uitstapje” als muziek in mijn oren. Gelukkig voor mij en de zwangere schoonzus hadden we zitplaatsen gereserveerd. Met staanplaatsen had ik het uitstapje wel op m’n blauwgestipte (trombose-spuitjes, looks lovely…) buik kunnen schrijven. Gelukkig was de verloofde van mening dat het wel haalbaar zou zijn, dus vertrokken we iets voor 6 richting Antwerpen. We maakten er een “echte” concertavond van, frietjes en hamburgers inbegrepen. Ik vond het heerlijk. Anderzijds hield deze avond wel in dat ik veel langer moest rechtstaan en veel verder moest stappen dan ik tot nu toe na mijn ziekenhuisopname gedaan had. Nu niet dat ik ineens een marathon moest lopen… Maar zo voelde mijn lichaam wel aan de dag nadien. M’n benen konden weer een beetje minder goed mee, en ik had al van ’s ochtends weer dat vermoeide gevoel van vorige week. De enige activiteit die ik tot vijf uur in de namiddag heb ondernomen is zetelliggen, en de grootste inspanning die ik tot dan deed was me aankleden. Stappen ging terug minder vlot, mijn benen voelden terug zwaar aan en leken bij elke trede van de trap tegen te werken.
Ik denk dat het door de vermoeidheid en de opstandige benen was dat het optimisme besloot een snipperdag te nemen, en mij even alleen te laten met mijn gedachten. En die waren plots, door de afwezigheid van et optimisme, heel wat negatiever.
Dus begon ik te piekeren. Want de combinatie van de factoren die ik opsomde, maakte de ideale uitvalsbasis om te beginnen piekeren. Om elke gedachte te beginnen met “wat als ik niet meer kan…” en hierbij al mijn dagdagelijkse dingen te laten passeren, alle dingen die ik graag doe, alles wat ik altijd als vanzelfsprekend heb beschouwd. Ik houd van dansen, maar wat als ik op mijn eigen trouwfeest niet kan dansen? Ik ga graag naar een festival, maar wat als mijn benen me niet meer zo lang kunnen dragen? Ik wandel graag, maar wat als ik geen lange wandelingen meer kan maken met de verloofde en het hondje? En zo ging het maar door.
Tot de bel ging, te vroeg. De mama en de zus zouden hier pas binnen anderhalf uur zijn, hadden ze gezegd. En sinds kort hebben ze een sleutel van de achterdeur, dus het zou gek zijn als ze zouden aanbellen. Nee hé, geen bezoek! Na al dat gepieker was dat wel het laatste waar ik zin in had. Heel even kwam ik in verleiding om gewoon te blijven liggen, om gewoon te doen alsof ik niet thuis was. Even maar, om dan toch het deken van me af te gooien en richting voordeur te pikkelen. Het silhouet dat ik door het raam van de voordeur kon onderscheiden, kwam me niet bekend voor. Wanneer ik de deur opendeed, kwam er een boeket bloemen tevoorschijn. “Alsjeblieft, dat kom ik hier even afleveren.” Daar was het eerste lichtpuntje. Bloemen van de familie, en ik zou kunnen zweren dat ik bij het openknippen van de plasticfolie een vleugje optimisme kon ruiken. Niet veel, maar het was er. En het was net genoeg om me ertoe te brengen me te gaan klaarmaken voor de spaghetti-avond op school waar ik in de vroege avond nog zou langsgaan.
Op de spaghetti-avond volgden de lichtpuntjes elkaar op. Collega’s en ouders die me een hart onder de riem kwamen steken en me vroegen hoe het met me ging. Ze waren niet benieuwd, maar bezorgd. Het verschil legde ik al eens uit. Toen ik thuiskwam van school, zaten mijn twee grootste lichtpuntjes op mij te wachten. De verloofde, het hondje en ik samen voor de tv. En alles was weer normaal. Het was zelfs zo normaal, dat het optimisme terug kwam na het dagje uit. Helemaal uitgerust om er weer even tegenaan te gaan.

Every day may not be good, but there’s something good in every day. Kleine lichtpuntjes, die zelfs de ergste baaldag de moeite waard maken. En die er voor zorgen dat het optimisme uit zichzelf terugkomt…

2 gedachten over “Every day may not be good, but there’s something good in every day”

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s